Doorgezaagd weesmeisje

Op een zeker moment dat nooit van tevoren kan worden bepaald, verandert kwantiteit in kwaliteit. Als je in een jampot een stekelbaarsje op sterk water zet, kan dat aardig zijn voor je particuliere verzameling, maar niemand wil het kopen, je wordt er niet eens een Bekende Nederlander mee. Honderdduizend dode stekelbaarsjes in een glazen bak? Ik zie er niets in. Eén grote haai, precies passend in een aquarium? Dan ben je Damien Hirst, op weg naar wereldberoemdheid.

Ik heb deze haai gezien, eind vorige eeuw, in het Brooklyn Museum of Art, waar hij deel uitmaakte van de tentoonstelling Sensation, met werk uit de Saatchi Collection. Voor de ingang stond een bord met waarschuwingen. Had je een zwak hart of een labiele geest, was je spijsvertering niet helemaal in orde, dan deed je er verstandig aan, je dokter te raadplegen voor je ging kijken. Voor mij is dit bezoek goed afgelopen.

Sindsdien heb ik de ontwikkeling van Hirst gevolgd, zijn vitrines met chirurgisch gereedschap bekeken, dertig onthoofde schapen bezichtigd, nog veel meer kadavers.

Het geheim van zijn kunst, dacht ik, zit in een unieke combinatie van necrofilie en kwantiteit, in twee opzichten: omvang en aantal. Die conclusie leek me bevestigd toen hij met zijn For the Love of God kwam, het platina afgietsel van een bijna driehonderd jaar oude mannenschedel, ingelegd met 8601 diamanten. Voor deze grondstoffen heeft de kunstenaar meer dan 17 miljoen euro betaald, waarna hij het voor 63 miljoen euro heeft verkocht aan een investeringsgroep waartoe hij zelf ook hoort. Necrofilie en kwantiteit gaan gepaard met een zeldzaam zakeninstinct.

Nu komt For the Love of God naar Nederland; het werk zal zes weken te zien zijn in een black box, in een speciaal verduisterd zaaltje in het Rijksmuseum. Geïnterviewd door de Volkskrant zei museumdirecteur Wim Pijbes: „Het is een vreemd ding. Extreem. Iedereen heeft er wel een mening over. Eigenlijk is het beeld een cliché van jewelste. Maar het is ook fascinerend. Hirst stelt zijn eigen wetmatigheden, over klassiek en modern, over high en low art.”

Zo is het. Een fascinerend cliché waarover iedereen een mening heeft. In deze tijd heeft iedereen over alles een mening, maar dit alles zal in meningsuitlokking door FtLoG worden overtroffen. Ik voorspel dat het straks storm loopt.

En toen, opeens, terwijl ik dit interview zat te lezen, moest ik aan het Doorgezaagde Weesmeisje denken. De grote kermisattractie van lang geleden. De Google te hulp geroepen, je weet het nooit. En daar kwam alles wat je van dit Weesmeisje wilt weten, en nog veel meer.

Het mooist vind ik een tekenfilmpje op YouTube. Daar zie je de goochelaar, hij kijkt guitig, hij maakt goochelaarsgeluiden. Het Weesmeisje, ook guitig kijken, gaat in de kist liggen en de goochelaar begint te zagen. Dan loopt het mis. De man veroorlooft zich nog meer kunstjes waarvan ik de portée niet heb begrepen en dan probeert hij de twee meisjeshelften weer aan elkaar te toveren. Het eindigt in een bloedbad. Hirst. Nog een filmpje, nu met echte mensen, weer een goochelaar. De camera zoomt in op het publiek. Monden vallen open van onbeschrijfelijke verbazing. Weer Hirst. Achter de black box in het Rijksmuseum zou je een camera moeten zetten. Ik denk dat de opnamen Hirst plezier zouden doen.