Dit rodeopaard denkt steeds ‘wegwezen’

Alexandra Fuller: The Legend of Colton H. Bryant. Penguin, 197 blz. € 24,–.

Dit boek vormt een groot contrast met Don’t let’s go to the dogs tonight waarmee Alexandra Fuller naam maakte, een boek dat in het Afrika is gesitueerd waar ze opgroeide. The Legend of Colton H. Bryant is het eerste boek waarmee ze haar nieuwe omgeving tot leven roept, de vlakten van Wyoming waar ze sinds 1994 woont. Het is een non-fictie relaas over leven en dood op de genadeloze olie-rigs van het Middenwesten, een relaas dat op een curieuze manier mislukt lijkt.

De titel is al misleidend, want wat is er nu precies legendarisch aan leven en dood van Colton H. Bryant ? Hij was een beetje achterlijk en zo werd hij ook genoemd door zijn leeftijdgenootjes in het harde en harteloze cowboymilieu van Evanston, Wyoming. Of misschien was hij wel niet achterlijk, maar werkte zijn brein gewoon iets anders dan dat van de meesten – ‘als een rodeopaard dat acht seconden maximaal tekeer gaat en dan langs de rails op zoek gaat naar de uitgang.’

Coltons lijfspreuk was ‘mind over matter’, een zin die hij eens op de tv had gehoord, en al heeft hij nooit geweten wat het betekende, hij gebruikte het als een mantra als anderen hem dwars zaten: ‘mind over matter, I don’t mind so it don’t matter.’ Tot zijn bijzondere kenmerken behoorden een paar innemend blauwe ogen, en de gewoontes liters Mountain Dew-frisdrank per dag te drinken en een conversatie te besluiten met de woorden he-he-he. En ja, hij was ongewoon zachtaardig en gevoelig voor zijn omgeving, zodat zijn dodelijke val van de boortoren waar hij werkte, op de dag voor zijn 26ste verjaardag, extra hard aankwam bij zijn familie en vrienden.

Maar om een of andere reden heeft zijn dood Fuller voldoende aangegrepen om zijn ‘legende’ op schrift te stellen. Ze heeft zijn onopvallende leven minutieus nageplozen, ventileert haar woede over de keiharde manier waarop de arbeiders op de olievelden behandeld worden, maar zelfs haar af en toe indrukwekkende stilering kan dit drama maar niet larger than life maken. In dit boek gebeurt het omgekeerde van wat er gebeurt als een auteur zich vertilt aan zijn of haar materiaal. Fuller vertilt zich niet, ze heeft het prachtig verpakt, maar merkt dat ze het met één pink kan optillen. Ingedikt tot een kwart had het een mooi J’accuse opgeleverd voor een blad als The New Yorker of Vanity Fair. Wat nu resteert na lezing is hoofdzakelijk een beeld van de ondraaglijke schraalheid van het bestaan in het Amerikaanse Middenwesten. En dat kan onmogelijk Alexandra Fullers bedoeling zijn geweest.