De echte Koude Oorlog is nooit goed afgesloten

Tekening Bas van der Schot Schot, Bas van der

We zijn nergens bang voor, zei de Russische president Medvedev deze week uitdagend, ook niet voor een nieuwe Koude Oorlog. Maar in sommige van zijn buurlanden bestaat die angst wel, en niet alleen daar. De Russische invasie van Georgië, gevolgd door de erkenning van twee Georgische regio’s als onafhankelijke staten, heeft oude angsten nieuw leven in geblazen. Zie je wel, Rusland is niet te vertrouwen. Zie je wel, het accepteert alleen vazalstaten aan zijn grenzen.

Elders in Europa en in de Verenigde Staten vinden die angsten weerklank. Met een zekere gretigheid wordt het schrikbeeld van een nieuwe Koude Oorlog zelfs omarmd. Amerikaanse commentatoren spreken over Rusland alsof het de oude Sovjet-Unie is: Poetin is een goede leerling van Stalin, het neerslaan van de Praagse Lente wordt veertig jaar na dato nog eens overgedaan. De conservatieve auteur Robert Kagan noemt de buurlanden van Rusland alvast ‘frontlijnstaten’. Het vijandbeeld is vertrouwd, daarmee kunnen we – over en weer – nog angstig goed uit de voeten.

Met zijn onbezonnen actie in Zuid-Ossetië heeft de Georgische president Saakasjvili, naar het zich nu laat aanzien, de korte oorlog ontketend. Een dramatische misrekening, bleek al snel uit de vernietigende Russische reactie.

Maar hij mag een pijnlijke nederlaag hebben geleden, Rusland heeft geen werkelijke triomf behaald. Het heeft zijn grootste tegenstanders ongewild van nieuwe argumenten voorzien: voor een geharnast wantrouwen jegens Moskou, verdere NAVO-uitbreiding, indamming van deze grootmacht die zich weer laat gelden.

Het is, nog geen twintig jaar na het eind van de echte Koude Oorlog, een teleurstellende stand van zaken. Nog maar drie jaar geleden besloot de Amerikaanse historicus John Lewis Gaddis zijn boek The Cold War met de vaststelling dat hoop over angst heeft gezegevierd. De Koude Oorlog was een noodzakelijke krachtmeting, die een aantal fundamentele kwesties voorgoed heeft beslecht, stelt hij.

Het is een interessant boek, zeker nu, maar niet omdat we beland zouden zijn in een nieuwe Koude Oorlog. Dat conflict was van een andere orde van grootte. Rusland ís niet het totalitaire Sovjet-imperium – het is veel zwakker en staat geïsoleerd. Niemand vreest nu een nucleaire verrassingsaanval die de hele menselijke beschaving kan wegvagen. En de grote ideologische strijd, daarin heeft Gaddis gelijk, is beslecht.

Maar waar Gaddis in zijn optimistische Amerikaanse optiek aan voorbij gaat, is dat de angst en gevoelens van onveiligheid in delen van Europa nooit helemaal zijn verdwenen. Dat wreekt zich nu.

De Koude Oorlog was na de ineenstorting van de Sovjet-Unie wel voorbij, maar anders dan na het einde van de Tweede Wereldoorlog is er weinig terechtgekomen van het voornemen om van de verliezers, alle verliezers, partners te maken.

Het is wel aangekondigd, en ook geprobeerd, maar verder dan halfhartige pogingen is het met Rusland niet gekomen. En Rusland zelf heeft zich, onder leiding van Poetin, naar binnen gekeerd, is in Tsjetsjenië genadeloos tekeergegaan en heeft het democratische model steeds meer terzijde geschoven.

Onder de eerste president Bush, Clinton en aanvankelijk ook onder George W. Bush was het uitgangspunt dat integratie van Rusland in het Westen in het belang was van beide partijen. We waren immers geen vijanden meer.

Maar de landen die decennialang door Moskou waren onderdrukt, waren daar niet gerust op en zochten aansluiting bij de NAVO. Weliswaar had minister van Buitenlandse Zaken James Baker de Sovjet-Unie in haar nadagen de toezegging gedaan dat de NAVO „geen inch” naar het oosten zou opschuiven. Maar Clinton voelde zich daaraan niet gebonden en nodigde Polen, Tsjechië en Hongarije uit tot het bondgenootschap toe te treden. De Sovjet-Unie bestond toen toch niet meer, merkt Gaddis laconiek op.

Naarmate meer landen hun begrijpelijke wens ingewilligd zagen zich bij de NAVO te voegen, ook landen die deel hadden uitgemaakt van de Sovjet-Unie, groeide in Moskou het verzet. Want de NAVO mocht nog zo hard roepen dat ze niet meer tegen de Russen was gericht, helemaal geloofwaardig was dat niet. Het bondgenootschap is wel ingrijpend veranderd, maar een land als Polen sloot zich er heus niet bij aan om te kunnen meevechten in Afghanistan.

Moeten we, vragen pleitbezorgers van verdere NAVO-uitbreiding retorisch, het Kremlin soms een beslissende stem geven over welke landen tot de alliantie mogen toetreden? Maar rekening houden met de Russische zorgen is niet hetzelfde als Rusland een veto geven of, een ander snel gemaakt verwijt, als appeasement.

Washington had tegelijk met de NAVO-uitbreiding serieus werk kunnen maken van betere betrekkingen met Moskou – op basis van harde afspraken en gedeelde belangen. Een nieuw akkoord om de nog altijd enorme nucleaire arsenalen te verminderen had daarbij centraal kunnen staan.

Maar dat is nakaarten. Het zal er voorlopig niet meer van komen. Het Westen bezint zich nu op een compleet nieuwe opstelling tegenover Rusland. Het land voor straf internationaal isoleren? In Newsweek werd vorige week aangehaald wat Richard Nixon, de president van de détente, in de jaren zeventig zei over China: op de lange termijn kunnen we ons niet veroorloven China altijd buiten de familie van landen te houden, waar het zijn fantasieën en haatgevoelens kan koesteren en zijn buren kan bedreigen.

Juurd Eijsvoogel is redacteur van NRC Handelsblad.