Dans

Dansen en denken, het is vaak een wiebelige combinatie. Bij gebrek aan echte dansvernieuwingen wereldwijd kozen choreografen de afgelopen jaren voor aansluiting bij het theater en het maatschappelijk leven. Denk aan de Vlaams-Marokkaanse Sidi Larbi Cherkaoui die in dans geloofsculturen op elkaar ent (zijn Kung Fu-voorstelling Sutra belooft dé seizoenshit te worden, 29 en 30 augustus Stadsschouwburg Groningen).

Er lijkt een voorzichtige Hollandse danswederopstanding op handen. Het nieuwe Nederlands Fonds voor de Podiumkunsten subsidieert fysiek denkende makers als Guy & Roni die met regisseur Ko van den Bosch de voorstelling Een Hardhandige Musical maken (9 april t/m 2 mei, Machinefabriek Groningen). Maar ook een gezelschap als het Scapino Ballet nodigt een oude rebelse denker als Hans Tuerlings uit: zijn Tous les jours, à tous points de vue, on va de mieux en mieux gaat op tournee (8 t/m 28 januari).

Het Holland Festival gunt de hersenen dat beetje kunstinherente onrust en boekte Alain Platel van Les Ballets C de la B. De Vlaming van de ‘bastaarddans’ bewerkt in Pitié! de Mattheus Passion van Bach op zoek naar de ultieme zelfopoffering (Amsterdam, 11 t/m 13 juni).

Dat de Franse actrice Juliette Binoche (43) in een professionele dansvoorstelling meebeweegt, is nu al de talk of the town. Zeker als ze met een fenomeen als Akram Khan danst en meedenkt over de vraag: als de Grieken veertien woorden hadden om de verschillende manieren van liefhebben te beschrijven, hoeveel durven we er dan te ervaren? (14 t/m 16 november, De Munt, Brussel).

Treurig: de op een na laatste reguliere voorstelling van Jiri Kylián voor het Nederlands Dans Theater II (programma Said and Done, 13 november t/m 12 december). Ton Simons gaat zijn laatste seizoen in met Dance Works Rotterdam: Moving Being (tournee 19 november t/m 7 mei). Simons’ leermeester, de Amerikaanse danspionier Merce Cunningham – 89 inmiddels – stuurt zijn gelijknamige gezelschap naar het Chassé Theater in Breda (10 oktober) voor een eenmalig optreden met Triple Bill.

    • Ingrid van Frankenhuyzen