Crisis raakt Russische economie

De crisis in Georgië heeft in Rusland geleid tot een kapitaalvlucht. Dat raakt de economie slechts beperkt, maar maakt Rusland nog meer op zichzelf aangewezen dan het al was.

De Russische beurs kreeg deze week klappen door de crisis in de Kaukasus. De aandelenindex RTS daalde met ruim 7 procent tot het laagste peil sinds 2006. Aandelen zijn er nu zo goedkoop als een fles namaakwodka, schreef zakenkrant Financial Times.

Ook zag het Russische bedrijfsleven zijn kapitaaltoevloed uit het buitenland in één maand teruglopen met 87 procent. En op de beurs haalden Russische bedrijven in augustus nauwelijks 3 miljoen dollar op – in juli was dat nog 933 miljoen dollar.

Maar het land zelf lijkt zich daar voorlopig weinig zorgen over te maken. Rusland beschikt over een gigantische reservepot van 500 miljard dollar dankzij de inkomsten uit olie en grondstoffen. Door de hoge prijzen daarvan stroomt er 1 miljard dollar per dag binnen. Meer dan genoeg om de eigen groeimotor draaiende te houden.

Maar op langere termijn dreigt die houding de economie van het land op te breken. „Rusland gaat steeds meer de autarkische toer op, gericht op zelfvoorziening en zelfhulp”, zegt Katlijn Malfliet, Ruslandexpert aan de Leuvense universiteit.

Deze week gaven Duitse bedrijfsleiders een eerste alarmsignaal. Als Rusland zich verder isoleert van de Westerse economie, dan zou dit voor de Duitse industrie „een ramp” zijn, zei een topman van de Duitse industrielobby. Duitsland – een belangrijke pijler van de Europese economie – onderhoudt erg nauwe economische relaties met Rusland. De Duitse export naar het land steeg het afgelopen half jaar met 23 procent en zo’n 4.600 Duitse bedrijven zijn er nu actief.

De autarkie van Rusland is echter een tikkende tijdbom. „De overvloed aan energiebronnen in Rusland en de dure energieprijzen hebben de economie van het land eerder afgeremd dan gestimuleerd”, zegt Bert Derudder van KBC Vermogensbeheer. Het Poetinregime deed de afgelopen jaren verwoede pogingen om te diversifiëren – weg van olie en gas – naar meer hoogwaardige technologie en afgewerkte producten. Maar tevergeefs. „Niet minder dan 73 procent van de instroom aan buitenlands kapitaal ging naar de vervanging van versleten industriële apparatuur”, aldus Derudder. Investeringen in nieuwe bedrijven die de export van Rusland op termijn omhoog kunnen helpen, waren er nauwelijks.

In 1999 was de olie- en gasbranche in Rusland goed voor 12,7 procent van het bbp. Acht jaar later steeg dat aandeel naar bijna 32 procent. Rusland is verslaafd aan zijn energie-inkomsten en lijkt daar absoluut niet van af te kicken. „Geld van buitenlandse investeerders in andere sectoren dan olie en gas is teruggevallen van 1,6 procent van het bbp naar nauwelijks 0,65 procent in 2007,” zegt Derudder. Westerse geldschieters leenden liever geld aan Russische bedrijven en banken, dan direct te investeren.

De financiële crisis van 1998 in Rusland leidde tot een devaluatie van de roebel met 75 procent. Dit herstelde de concurrentiepositie van het land en stuwde de export. Maar sindsdien steeg de Russische munt met ruim 9 procent per jaar, wat de concurrentiekracht van Rusland opnieuw flink deed afbrokkelen.

Structurele hervormingen zijn hét sleutelwoord voor een geldschieter om geld in een buitenlandse economie te pompen. Tussen 2001 en 2006 trokken de Centraal- en Oost-Europese landen gemiddeld 313 euro per inwoner aan. Rusland komt niet verder dan 72 euro.

De spanningen in Georgië maakten het niet gemakkelijker voor Russische bedrijven en banken om extra geld in het Westen te lenen, en dit lijkt de Russische overheid alleen maar aan te sporen om nog meer olie- en gasgeld in de eigen economie te pompen.

Ook de rijke bovenlaag van de Russische economie, de oligarchen, staat bij de overheid te dringen om hen door de crisis heen te helpen. Zij zitten vooral in binnenlands vastgoed en infrastructuur. „Je moet de rol van die oligarchen in hun juiste context plaatsen”, zegt Katlijn Malfliet. „Er is een spanningsveld tussen hen en het Poetinregime. Maar op economisch vlak staan zij in dienst van de president of premier.”

Absolute eigendom of juridische rechtszekerheid is er niet, aldus Malfliet. Niet voor de oligarchen en evenmin voor Westerse investeerders. Door functioneel gebruik te maken van milieu- en belastingwetgeving en eigendomsstatuten houdt het regime de controle over de activa van eigen bodem.

De situatie is wezenlijk verschillend van de roebelcrisis in 1998. Toen was Rusland economisch een „derdewereldland”, aldus Malfliet. Energie en grondstoffen waren goedkoop. Dit is nu compleet anders. „Rusland is geen liberale, op democratische leest geschoeide markteconomie. Poetin heeft de relatie tussen politiek en economie grondig bijgesteld.”

Een mini-bankencrisis zoals in 2004 verwacht Bart Derudder niet meteen. Hij maakt zich weinig illusies. „Op het vlak van economische hervormingen is de positie van Rusland in de mondiale rangschikking de laatste jaren gedaald”, zegt hij. „Voeg daarbij de politieke risico’s en de impact daarvan op de instroom van buitenlands kapitaal. De situatie blijft erg onzeker.”