Beste concert van De Dijk in 20 jaar

Pop De Dijk. 28/8 Paradiso, Amsterdam. Herhaling: zie www.dedijk.nl.

„Wacht maar”, sprak zanger Huub van der Lubbe geruststellend, „over een week zingen jullie het allemaal gewoon weer mee.” Het was even wennen voor de fans; dertien nieuwe nummers van De Dijk die nadrukkelijk allemaal gespeeld werden tijdens de albumpresentatie. Meteen inhaken bij Bloedend hart of Binnen zonder kloppen zat er even niet in. De Dijk presenteerde Brussel, de cd die in die stad opgenomen werd en die een nieuwe artistieke koers inluidt.

De formule was misschien wat sleets geworden, na 25 jaar waarin concerten vooral een feest der herkenning waren, zowel voor publiek als muzikanten. Des te leuker was het, dat De Dijk gisteren in de volle Melkweg nog een beetje moest zoeken naar de juiste sfeer, de juiste context voor de nieuwe nummers. Ze straalden opeens iets van nederigheid uit, waar ze doorgaans altijd alleen maar zelfverzekerd konden zijn over de bombast waarmee ze hun beproefde materiaal de zaal in slingerden.

Brussel staat nog altijd grotendeels in het teken van de Nederlandstalige rock en soul waarin De Dijk excelleert. Maar er zijn signalen dat het ook wat kleiner, wat intiemer mag. Meteen al bij het derde nummer kwamen de akoestische gitaren tevoorschijn voor Mijn van straat geredde roos, een nummer waarin Van der Lubbes stadse romantiek tot het bot lijkt te zijn uitgekleed. Nog simpeler is Mooier dan nu zal het nooit gaan, een lied dat uit nauwelijks meer dan die ene zin bestaat. Het kan ook breedvoeriger, in Niet de lijnen maar de bocht, waarin diepere verbanden worden gezocht: „Niet de drank maar het drinken; het getal niet maar de som.”

Het leukst was De Dijk op de momenten dat hun muziek zo atypisch mogelijk klonk. In het agressief bonkende Ga weg en kom nooit meer terug was het alsof Jacques Brel en Tom Waits elkaar een hand toestaken. Verrassend was de coverversie van Lieve Hugo’s Mira, waarin De Dijk opeens een geloofwaardig staaltje Surinaamse kaseko in huis bleek te hebben. Het soulnummer Het moet en het zal dat op de plaat in duet met Solomon Burke wordt vertolkt, klonk veel mooier zonder het misplaatste Engels dat brulboei Burke er in de studioversie doorheen gooit.

Tot slot mocht er worden meegezongen met een handvol bekendere liederen, maar het tekende het vertrouwen van De Dijk in de nieuwe nummers dat zelfs in de toegift nog niet eerder getest materiaal langs kwam. In twintig jaar niet meer zo’n boeiend concert van ze gezien.