Beschaafde heren onder elkaar

In een zorgvuldige studie ontrafelt historicus Niek Pas de Nederlandse steun aan de dekolonisatieoorlog van de Algerijnen – een beetje jaren zestig-rebellie avant la lettre.

Hendrik Koekoek, namens de Boerenpartij lid van de Tweede Kamer, bij een landbouwdemonstratie op 27 augustus 1974 Foto Vincent Mentzel Mentzel, Vincent

Niek Pas: Aan de wieg van het nieuwe Nederland. Nederland en de Algerijnse oorlog 1954-1962. Wereldbibliotheek, 207 blz. E 17.90

Wanneer begonnen de Nederlandse jaren zestig?

Nova hielp zichzelf de luwe zomer door (slechts één Duyvendak en één Georgië) met een serie over het jaar achtenzestig. Het spookte toen inderdaad aan de Parijse Rive Gauche en op veel Amerikaanse campussen, en we maakten van verre natuurlijk de Praagse lente mee, maar Nederland beleefde onder leiding van de onopgewonden Piet de Jong juist een van z’n kalmste jaren uit het decennium. De rookbommetjes rond het huwelijk van Beatrix en Claus waren na 1966 des te sneller vervlogen, omdat een jaar later al een zoon werd geboren (de eerste Oranjeprins sinds 1851!), Provo had zichzelf opgeheven en de bezetting van het Maagdenhuis moest nog komen.

Omdat we die jaren vooral gedenken om hun jeugdig imago en de daarbij passende ongezeglijkheid jegens autoriteiten (werkgevers, hoogleraren, kunstdirecties, bestuurders, politici), is het misschien logisch dat er altijd een paar ongehoorzame oudere ‘voorgangers’ bij vergeten worden. Hendrik Koekoek heeft nooit een jeugdig imago gehad en is evenmin ooit een rebelse student of kunstenaar geweest, maar was een boer van middelbare leeftijd toen hij in de jaren vijftig de strijd aanbond tegen de manier waarop de overheid via het zogenoemde Landbouwschap de agrarische sector in haar greep hield. Provocateur en onludieke actievoerder als geen ander.

Van roerige jaren zestig was ook nog geen sprake toen in 1963 in Hollandscheveld (Drenthe) een echt boerenopstandje door bereden marechaussees uit elkaar werd geslagen; zulke beelden hadden we sinds het Jordaanoproer van 1934 niet meer op het Polygoonjournaal gezien. En wat te denken van de ondernemer Verweij die aan het eind van de jaren vijftig met een groepje medefinanciers de grenzen van illegaliteit en piraterij opzocht door vanaf een schip op de Noordzee radioprogramma’s met reclame naar Nederland te zenden? Verwey – ‘oom Bull’ voor jongelui als Rob Out, Joost den Draayer en Tineke de Nooy – was toen al een vijftiger.

Waarom hebben ze bij Nova het archief niet afgezocht op beelden uit 1958? Ze hadden zich kunnen laten bijstaan door Niek Pas, historicus met een speciale belangstelling voor zowel de moderne Franse geschiedenis als de geschiedenis van Provo (waaraan hij zijn boek Imaazje wijdde), heeft nu nog een derde ‘voorganger’ uit de vergetelheid opgediept: de Nederlandse bemoeienis met de Algerijnse oorlog. Die dekolonisatie-oorlog (een van de vroegste in Afrika) duurde van 1954 tot 1962 en beleefde in 1958 z’n politieke hoogtepunt. In dat jaar grepen militaire Franse diehards in mei (precies tien jaar vóór de veel beroemder gebleven studentenopstand in Parijs) de macht in Algiers en bedreigden Parijs met een soortgelijke coup.

Het geschrokken Frankrijk deed een beroep op zijn oude held De Gaulle, die terstond de Vierde Republiek ophief en de Vijfde – de presidentiële – uitriep. Ik kwam nogal eens in Parijs in die dagen en ik herinner me dat je bij elke metro-uitgang in de armen liep van vervaarlijke groepjes gendarmes met dreigende stenguns; het rook er naar crisis, en bijna-oorlog.

Begonnen de Nederlandse jaren zestig misschien al in 1958? Zo ver wilde Pas niet gaan. De titel van zijn boek luidt Aan de wieg van het nieuwe Nederland – Nederland en de Algerijnse oorlog. De kinderen van ‘zestig’ moesten nog rijpen voor ze aan hun eigen revolutie konden beginnen, die aanvankelijk trouwens amper gerelateerd was aan bekommernis om onrecht of zelfs oorlogscriminaliteit in wat we toen ook nog nauwelijks een ‘derde wereld’ noemden. Provo’s waren meer op zichzelf dan op de internationale medemens gericht.

Uit de studie van Pas blijkt dat de solidariteit met de rebellen in Algerije ook niet zozeer is ontketend door het gevestigde links, maar veeleer is aangemoedigd vanuit progressief-kerkelijke groeperingen. Op kleinschalig niveau door katholieke enkelingen of groeperingen die vooral voor humanitaire hulp aan de geteisterde bevolking opkwamen, en in het groot (dank zij een eerste televisie-effect) door de VPRO, die van z’n vrijzinnig-protestantse wortels toen nog blijk gaf door middel van puntjes tussen de letters van z’n acroniem. Tv was in de jaren vijftig bezig met een opmars die in het volgende decennium pas zou leiden tot de definitieve doorbraak. Maar dat een keurige omroepvereniging als de VPRO openlijk opriep tot steun aan Algerijnse slachtoffers (meer speciaal kinderen) van de Franse repressie, zette de oorlog ineens in het brandpunt van de belangstelling. Al was het maar omdat alle dag- en weekbladen uitvoerig aandacht besteedden aan deze voor Nederland nog ongekende vorm van actietelevisie.

Mede dankzij Redt een kind (een televisiereportage op 4 november 1959, gevolgd door zeven radio-uitzendingen) werd het Algerijnse conflict ineens voorpaginanieuws. Bovendien brachten de VPRO-uitzendingen (meegerekend allerlei telefoonacties van onder anderen sympathiserende kunstenaars) vele tonnen aan guldens op – internationaal een record. En pas toen op die manier de oorlog naar ‘de huiskamer’ was gebracht, werd de solidariteit breder en politieker. Voor het eerst zagen we behalve het studentenblad Politeia, een werkgroep binnen de Partij van de Arbeid, in Nijmegen voor het eerst ook de latere studentenleider Ton Regtien actief worden.

Had de VPRO voor een hype gezorgd? Het woord bestond nog niet, maar zo zou je het nu noemen. De vele sneeuwbaleffecten die de actie teweegbracht, lieten de wetmatigheden zien waar we in de loop van de volgende vijftig jaar nog van zouden lusten. Maar verdere vergelijkingen met wat in de latere decennia gebeurde gaan niet op. Er is in Nederland voor Algerije niet op barricades geklommen, een onvertogen actiewoord is nooit gevallen, Simon Vinkenoog (die in 1959 met regisseur Joes Odufré meereisde naar Marokko om verslag te doen uit de vluchtelingenkampen) zou er een Kamerlidmaatschap niet voor hebben hoeven opgeven, de regels van de burgerlijke gehoorzaamheid zijn geen moment in gevaar geweest.

Wat een ‘internationaal’ relletje had kunnen worden, bleef dus binnenskamers. De Franse ambassadeur had de aangekondigde uitzending graag willen stoppen en wendde zich tot de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken, die Luns heette. Luns ontbood VPRO-televisiedirecteur Jan van Nieuwenhuijzen, die dominee Spelberg (icoon van de oude vrijzinnige radio) meenam, en drong er op aan dat de omroep ‘uit eigen initiatief’ van de uitzending zou afzien. Maar zijn bezoekers lieten zich niet van de wijs brengen en Redt een kind ging gewoon door. Geen vuisten op tafel, geen onprettige publiciteit – het bleef beschaafde heren onder elkaar.

Niek Pas’ zorgvuldige en gedetailleerde reconstructie van wat de media – ook die waren nog ternauwernood aan de oude ‘wieg’ ontgroeid – aan belangstelling wisten te genereren, reikt verder dan alleen het verslag van een nog tamelijk incidenteel politiek omroepinitiatief en roept meteen een scherp beeld op van de hele Nederlandse samenleving uit het midden van de vorige eeuw. En passant rehabiliteert hij op zijn wijze – intelligent en doelmatig – de nog altijd ‘onderschatte’ jaren vijftig.

Maar was de Algerijnse oorlog, zoals hij suggereert, de eerste gelegenheid waarbij in Nederland de Tweede Wereldoorlog als ijkpunt werd gebruikt? Dat lijkt me nog maar de vraag. Zeker ‘extreem’ links (de CPN) bracht de onafhankelijkheidsstrijd van Indonesië en de politionele tegenacties van het Nederlandse leger al meteen in verband met de oorlog en bezetting die nog maar zo kort achter de rug waren. En in kringen van de Derde Weg – in het literair-politieke tijdschrift De Nieuw Stem – is ook nog gedurende de Koreaanse oorlog Amerikaans ‘imperialisme’ herhaaldelijk gegispt onder een verwijzing naar het Derde Rijk.

Maar laat Niek Pas zijn stelling nog maar eens stevig onderbouwen in een geschiedverhaal naar voorbeeld van The Fifties waarin al weer lang geleden de jaren vijftig van vooral de Verenigde Staten door Hedrick Smith werden beschreven. Ook een boek dat de jaren zestig al tien jaar eerder geboren liet worden.

Rectificatie / Gerectificeerd

Correcties en aanvullingen

The Fifties

In de recensie Beschaafde heren onder elkaar (Boeken, 29 augustus, pagina 3) wordt het standaardwerk The Fifties (1993) toegeschreven aan Hedrick Smith. De auteur is echter David Halberstam.

    • Jan Blokker