Architect

Het werd gebracht als wereldnieuws, en zo zal de hoofdpersoon het ook wel hebben opgevat. Lionel Messi vindt het vast een hele eer dat hij zondag een shirt met rugnummer tien mag dragen. Geef hem ongelijk. In de eerste competitiewedstrijd zal meteen duidelijk zijn wie bij FC Barcelona de opvolger is van de naar AC Milan vertrokken ster Ronaldinho. Opvolger in de zin van geestelijk leider. De symbolische overdracht van het nummer illustreert dat Messi vanaf zondag geacht wordt te doen wat Ronaldinho de afgelopen jaren deed: voorgaan in het scheppen van doelkansen, aangeven waar de gaatjes zitten, of nog mooier, de gaatjes zelf aanbrengen.

Hoger dan tien kan een voetballer niet stijgen. Elf is minder dan tien. Er zijn tijden geweest dat je negen moest hebben, het nummer van de goalgetter, de middenvoor die het heilige volbracht door de bal in het doel te schoppen. De hoofdzaak van toen is haast een bijzaak van nu. De goalgetter wordt inmiddels afmaker genoemd, en dat woord geeft het al aan. Afmaken, het eigenlijke werk is al geschied. De man die het afmaken voorbereidt, daar gaat het om. De doelpuntenmaker is hooguit de aannemer die uitvoert wat de architect heeft bedacht.

Lionel Messi wordt architect. Zelfs al verricht hij zijn werkzaamheden vanaf de zijkant, net als Ronaldinho, dan nog is hij de nummer tien, de man achter de afmaker. Jongetjes dromen niet meer dat ze als nummer negen in de laatste minuut de winnende goal maken. Veel liever zweven ze weg als de tien die zijn elftal met sublieme steekpassjes de weg wijst naar het doel.

Ergens wel begrijpelijk. Nu zelfs de meest obligate ploeg kan bouwen op een degelijk georganiseerde, of in elk geval druk bevolkte defensie, komt het aan op creatieve geesten die openingen zien waar anderen slechts een ontmoedigend woud van lichamen en benen zien. Zo’n speler is Messi. In China gaf de Argentijnse dribbelaar het bleke olympische voetbaltoernooi nog wat glans met een serie verrukkelijke staaltjes van nummer tien-spel. Met aalvlugge schijnbewegingen schudde hij tegenstanders van zich af als muggen op een zomeravond, en altijd hield hij oog voor zijn medespelers die hij de mooiste kansen bood.

Spelen als Messi is wat jongens willen. Niet als voorste spits van alle kanten worden geschopt, niet als middenvelder bikkelen en draven, en al helemaal niet als verdediger achter vijandelijke spitsen aan hijgen. Niet eens wil hij als pingelaar aan de zijkant drie man passeren, want die ruimte is er niet meer. Achter de afmaker resteert nog een laatste stukje onbelopen gras. Daar wil hij zijn, de slimmerik met zijn subtiele acties, zijn precieze trap, de man die het allemaal bedenkt.