Zakelijk Karachi stokt door politieke crisis

Terwijl de Pakistaanse leiders ruzie maken om de macht, verslechtert de economie razendsnel. Ondernemers voelen zich in de steek gelaten.

Een winkelier in Islamabad. Pakistan heeft last van een inflatie van 27 procent, voedselschaarste en een energietekort. De effectenbeurs is deze zomer gekelderd. Foto AP A Pakistani vendor counts his money at his vegetables shop on the outskirts of Islamabad, Pakistan, Wednesday, Aug. 6, 2008. After years of rapid growth, Pakistan's economy is slowing and citizens are struggling with prices hike and government is slashing fuel and food subsidies to cut the budget deficit. (AP Photo/Emilio Morenatti) Associated Press

„Als je de volgende keer naar Karachi komt, is de kans groot dat je mij hier niet meer zult aantreffen”, zegt Shabir Ahmed. „Te veel hoofdpijn. Ik sluit de zaak en ik vertrek naar het buitenland.”

Shabir Ahmed (56) is fabrikant van beddengoed en voorzitter van de Pakistaanse exportvereniging van beddengoedproducenten. „Geen orders”, zegt hij terwijl hij de vrijwel lege hal op de tweede verdieping van zijn fabriek binnenloopt. De hal op de derde verdieping laat hetzelfde beeld zien: lege snijtafels, verlaten naaimachines. Een handjevol arbeiders is bezig lappen stof te vouwen.

Normaal werken er 1.500 arbeiders in de fabriek van Shabir Ahmed, nu nog maar 300. Als er geen orders komen, kan ik ze ook niet aan het werk houden, legt hij uit.

Tot overmaat van ramp hebben de vrachtwagenchauffeurs in Karachi de afgelopen week gestaakt. Uit protest tegen de hoge brandstofprijzen. In de hal op de begane grond staan kartonnen dozen met beddenlakens en –slopen hoog opgestapeld. Bestemd voor de groothandel in de Europa. „Ik krijg de bestellingen niet op tijd weg. Dat gaat mij en de hele textielindustrie in Pakistan een heleboel geld kosten”, zegt Shabir Ahmed. „Maar de regering bekommert er zich niet om.”

Aasim A. Siddiqui (39) is directeur van Pakistan International Container Terminal in Karachi, het grootste overslagbedrijf van het land, dat zijn vader stichtte. Afgelopen zomer klapte de effectenbeurs van Karachi in elkaar. Kleine beleggers gooiden de ramen in. Siddiqui neemt de hoeveelheid containers die zijn bedrijf verwerkt als graadmeter. Tussen 2002 en 2007 onder generaal Musharraf verdubbelde de Pakistaanse economie in omvang en nam de containeroverslag met 250 procent toe, zegt hij.

Dat was een goede tijd. Maar die is nu voorbij. Voor het eerst in vijftien jaar is de groei van de containeroverslag tot onder de 10 procent gezakt. En de vooruitzichten zijn slecht. De afgelopen week, met de stakende vrachtwagenchauffeurs, was een dieptepunt. „Alles stond stil. Meer dan tienduizend containers hebben we verloren”, zegt Siddiqui. „De haven is de economische levenslijn van Pakistan. En die lag een week volledig stil. Maar er is geen politicus in Islamabad die je daarover hoort.”

Terwijl de economie steeds verder afglijdt, en het leger in de tribale gebieden hevige strijd voert met extremisten, domineert in de hoofdstad Islamabad het politieke schaakspel tussen de Pakistaanse Volkspartij (PPP) en de Pakistaanse Moslimliga-N (PML-N) de agenda. Al een week na het vertrek van president Musharraf is het zakenhuwelijk tussen Asif Ali Zardari, de weduwnaar van de vermoorde Benazir Bhutto, en ex-premier Nawaz Sharif ontbonden. Vandaag blokkeerden duizenden juristen die het herstel van een onafhankelijke rechterlijke macht eisten de wegen in Islamabad.

„We hebben een regering, maar geen bestuur”, zegt Siddiqui. De inflatie (27 procent) is torenhoog. Er heerst voedselschaarste, kunstmatig in stand gehouden door speculanten, onder wie politici, en smokkel naar buurlanden. De stroomvoorziening hapert. Talloze bedrijven zijn gedwongen tot sluiting door stijgende kosten en inzakkende afzet.

„Geen van de grote problemen is de afgelopen zes maanden aangepakt”, zegt Siddiqui. Industrie en gewone arbeiders zijn de dupe. „In alle ontwikkelingslanden groeit de kloof tussen arm en rijk, maar in Pakistan is het leven van de armen miserabeler geworden.” En, zegt hij: „Wij hebben de lonen van onze arbeiders met 25 tot 30 procent verhoogd. Anders zouden ze niet meer kunnen rondkomen. Maar de meeste bedrijven kunnen zich dat niet veroorloven.”

Siddiqui, afgestuurd aan de London School of Economics, zegt zich niet met politiek in te laten. Maar hij heeft wel nauwe contacten met de elite. Zijn vader was minister in de tweede regering van Nawaz Sharif. In de kast achter zijn bureau staan foto’s van hem met Musharraf. Een ontwikkelingsland als Pakistan, zegt hij, heeft een sterke man als Musharraf nodig. „Maar hij heeft ook fouten gemaakt, waarvoor het land de prijs betaalt.”

Het wachten, zegt Siddiqui, is nu op een nieuwe sterke man die zorgt voor stabiliteit en die met overtuiging leiding gaat geven aan het economisch beleid. Het is als met een worstelwedstrijd, zegt hij. „We wachten af wie er na de laatste ronde in het huidige politieke gevecht nog overeind staat, en daar vestigen we onze hoop op.” Wie dat is, maakt niet uit. „Zardari en Sharif hebben beiden de schuld aan Musharraf gegeven voor de problemen. En nu beschuldigen ze elkaar. Wie moeten wij dan de schuld geven?”

De beursval is een belangrijke indicatie voor de economische problemen. De kapitaalvlucht een andere. In het boekjaar 2006/2007 bedroegen de buitenlandse investeringen in Pakistan 8,5 miljard dollar, meer dan gedurende de hele jaren negentig (toen Bhutto en Sharif afwisselend regeerden). Nu is het totaal aan buitenlandse investeringen tot minder dan de helft teruggevallen.

Textielhandelaar Shabir Ahmed („Met onze kwaliteit is niets mis.”) zegt dat zijn bedrijf sinds vorig jaar verlies lijdt. Dit jaar gaat het echt slecht. Terwijl de kosten alleen maar zijn toegenomen, stagneert de export naar Europa en de VS. De Pakistaanse textielindustrie legt het af tegen concurrentie uit landen als China, India, Vietnam en Bangladesh.

Maar voor Shabir Ahmed is de economische tegenwind niet eens de belangrijkste reden om vertrek uit Pakistan te overwegen. Hij wijst op de criminaliteit. „Ik voel me niet meer veilig in Pakistan”, zegt hij. En hij wijst op corruptie. Onlangs nog kwamen lokale overheidsfunctionarissen zogenaamd voor inspectie in zijn fabriek. Ze eisten vier miljoen rupees (ongeveer 350.000 euro). Uiteindelijk namen ze genoegen met een half miljoen rupees. „Als ondernemer verwacht ik dat de overheid mij steunt en mij niet voortdurend tegenwerkt”, zegt Shabir Ahmed. „Maar bij wie moet je klagen? Wie durft er in dit land te klagen?”

    • Wim Brummelman