VVD bepleit ‘verheffing’ onderklasse

De VVD ziet „verheffing van de onderklasse” als een speerpunt van een moderne, liberale koers. Dat staat in de nieuwe conceptbeginselverklaring die partijleider Mark Rutte vanmorgen heeft gepresenteerd.

In het hoofdstuk ‘missie en visie’ schrijft Rutte dat „door goed onderwijs en door mensen niet afhankelijk te maken van de overheid” de VVD hen wil helpen „op eigen benen te staan”. Rutte, die bij zijn verkiezing tot politiek leider van de liberalen al aankondigde de oude beginselverklaring uit 1980 te willen herschrijven, pleit voor een „optimistische” VVD die „in het offensief gaat tegen de terreur van de middelmaat”. In de beginselverklaring worden vakmensen, leraren, politieagenten en werknemers in de zorg expliciet genoemd als doelgroepen waar de VVD zich op wil richten.

In het document wordt verder veel nadruk gelegd op het belang van onderwijs in een kleinschalige omgeving. Goed burgerschap moet volgens Rutte inhouden dat iedereen in Nederland „zich rekenschap geeft van cultuur en bijbehorende normen van onze samenleving”.

Daarnaast legt Rutte het accent op „een kleine, krachtige Staat”, de vrijemarkteconomie en het versterken van de internationale rechtsorde.

In een vraaggesprek met deze krant zegt de VVD-leider dat hij bij het schrijven van de beginselverklaring is geconfronteerd met „groot onbehagen in de Nederlandse samenleving” en dat hij een „enorm wantrouwen” proeft tegen de staat en de politiek. „Dat komt omdat er te veel is beloofd en te weinig geleverd. Er is een pretentie geschapen alsof de Staat verantwoordelijk is voor jouw en mijn geluk, alsof er een samenleving mogelijk zou zijn met nul risico. Het leidt tot een duffer Nederland. Daar moeten we vanaf.”

Rutte betrekt de conceptbeginselverklaring nadrukkelijk op zichzelf: „Het is een persoonlijk statement geworden waarom ik de politiek in ben gegaan.”

Hij wil zijn partij weer „offensief neerzetten” en ziet de beginselverklaring „als een keerpunt, op weg naar regeringsdeelname, want dat is wat we willen”.

Interview Rutte: pagina 3