Verschuivende prioriteiten

Toen in 1949 het Noord-Atlantische Verdrag werd gesloten, was het primaire doel ervan niet de democratie te verdedigen, laat staan te verspreiden. Het doel was het grondgebied van een aantal landen rond de Atlantische Oceaan te beschermen tegen een mogelijke aanval van de Sovjet-Unie.

Het beste bewijs dat democratie niet het belangrijkste motief van de NAVO was, is dat Portugal er van het begin af aan lid van was. Welnu, dat land was in 1949 al 23 jaar een dictatuur en zou dit nog 25 jaar blijven. Waarom werd het als lid, zelfs als founding father, toegelaten? Omdat Amerikaanse vliegtuigen de Azoren toen nog als tussenstation nodig hadden. Een bij uitstek strategisch motief dus.

En toen in 1967 de kolonels in Griekenland de macht overnamen, die zij tot 1974 zouden behouden, werd het land niet uit de NAVO gegooid. Daarvoor had de NAVO dit steunpunt in de Middellandse Zee te zeer nodig. Natuurlijk, beide dictaturen werden door de meeste bondgenoten als min of meer gênante partners beschouwd – niet overigens door de Amerikanen en minister Luns – maar het strategisch motief gaf de doorslag.

Het is goed hieraan te herinneren, nu de NAVO zich druk maakt over de Russische aanval in Georgië. Welk strategisch belang van de NAVO is hier in het geding? Georgië is niet eens lid van dit bondgenootschap. Door zijn geografische ligging zou het eerder een last dan een voordeel zijn. Turkije, het enige NAVO-land dat eraan grenst, reageerde op de inval anders dan Polen en de Baltische landen. Zes dagen later was premier Erdogan in Moskou.

Dat wil niet zeggen dat Georgië helemaal zonder strategische betekenis is. Er loopt de enige pijpleiding naar Europa doorheen die niet ook over Russisch grondgebied loopt, en die pijpleiding komt nu wel heel dicht binnen Russisch bereik. De Russen hebben de havenstad Poti, waar de leiding in de Zwarte Zee uitmondt, nog niet ontruimd. Maar dit is een zaak die eerder de EU zorgen zou moeten baren dan de NAVO. De EU evenwel heeft geen middelen die Rusland imponeren. En Amerika heeft er ook geen belang bij zijn bruggen naar Rusland te verbranden, al was het slechts omdat het Rusland nodig heeft om Irans nucleaire ambities te beteugelen, die meer bedreigend zijn voor de wereldvrede dan een conflict in de Kaukasus.

Als we het conflict om Georgië strategisch willen bekijken, dan is het ook goed te proberen ons los te maken van onze aan eigen territoir gebonden optiek. Hoe kijken anderen – Arabieren, Iran, India, China – ernaar? Daar heeft de Russische actie niet eenzelfde storm van protest uitgelokt als in het Westen. Leedvermaak over de westerse deconfiture overheerst eerder. Wat dat betreft staan Amerika en de (overigens verdeelde) EU dus nogal geïsoleerd – wat strategisch geen gunstige positie is.

„Het Westen heeft strategisch ongelijk wat Georgië betreft”, stond er dan ook boven een beschouwing in de Financial Times (21 augustus) van de hand van Kishore Mahbubani, voormalig diplomaat, thans deken van de Universiteit van Singapore en schrijver van het onlangs verschenen en in de Britse pers uitvoerig besproken The New Asian Hemisphere: the Irresistible Shift of Global Power in the East. (Zijn artikel stond, onder een andere kop, 26 augustus ook in deze krant.)

Met zijn strafexpeditie tegen Georgië heeft Rusland, aldus Mahbubani, een eind gemaakt aan twintig jaar van nationale vernedering, volgend op de ineenstorting van de Sovjet-Unie (eens door Poetin de grootste geopolitieke ramp van de twintigste eeuw genoemd). Rusland is misschien nog niet terug als supermogendheid, maar wel als mogendheid die zich niet door staatjes aan zijn grens laat ringeloren.

Dat dit gebeurt op een wijze die niet helemaal conform het internationale recht is, is waar. Maar in zijn protest staat het Westen niet sterk. Amerika is ook Irak binnengevallen zonder mandaat van de VN, en met goedvinden van de meeste van zijn Europese bondgenoten, waaronder Nederland. En zou Amerika een Russische voorpost in zijn Latijns-Amerikaanse achtertuin dulden? De geschiedenis wijst anders uit. En waarom mag Kosovo wel ‘zelfstandig’ zijn, maar Abchazië en Zuid-Ossetië niet?

Wordt Europa door Rusland bedreigd? Rusland is een grote mogendheid en zal zich daarnaar gedragen. Dat betekent dat het niet gemakkelijk is ernaast te leven. Maar dat betekent niet noodzakelijkerwijs dat Europa bang hoeft te zijn, zoals in 1949, elk ogenblik overvallen te zullen worden. Dat gevaar bestaat niet, mede omdat Rusland Europa via de energie al grotendeels in zijn greep heeft.

Volgens Mahbubani is de „werkelijk strategische keus” voor het Westen of de belangrijkste uitdaging van China komt dan wel van de islamitische wereld. Om geografische redenen heeft Europa meer te vrezen van de laatste. Voor Amerika ligt dit, om dezelfde redenen, anders. Maar beide hebben de islamitische wereld van zich vervreemd door hun voorkeur voor Israël en de inval in Irak. Dat betekent dat China de grote winner is.

Het is interessant kennis te nemen van een geheel ander gezichtspunt dan wij gewend zijn. Niettemin kunnen we ons afvragen of Mahbubani de islamitische wereld niet te zeer als een eenheid ziet. En negeert hij niet de oude Russische vrees voor een China dat in Ruslands spaarzaam bevolkte Verre Oosten een Lebensraum voor zijn groeiende bevolking zou kunnen zien? Ook zulke factoren bepalen het strategisch wereldbeeld, dat voortdurend aan het veranderen is.

Zulke tektonische verschuivingen zullen op den duur ook de toekomst van Europa bepalen. In dat licht bezien doet het lichtelijk lachwekkend aan om een parmantig baasje uit Den Haag de Russische en Chinese leiders de les te zien lezen over mensenrechten (te meer wanneer hij tegelijkertijd zijn positie verzwakt door niet vies te blijken van de economische profijten die er bij hen te behalen zijn en de Olympische Spelen in Peking niet te willen missen).

Die politiek vindt nergens dan in het binnenland applaus – zeker niet in landen die zich nog herinneren dat Nederland zelf eeuwenlang de bevolking in zijn koloniën niet dezelfde rechten gaf die het zelf genoot. Verdienen de mensenrechten werkelijk de hoge prioriteit die de Nederlandse politiek er altijd aan zegt te geven? Ook deze politiek zou eens aan een kosten-batenanalyse onderworpen moeten worden.

Intussen moeten er ook op kortere termijn standpunten ingenomen worden. Hier lijkt Nederland het meest gebaat bij een politiek die zich er bewust van toont dat er, hoe dan ook, een modus vivendi gevonden moet worden met de grootste mogendheid van het continent – zeker in een tijd waarin de macht in de wereld anders verdeeld is en dus ook Amerika’s prioriteiten anders zijn dan in 1949.

Wilt u reageren? Mail de auteur via dezerdagen@nrc.nl of neem deel aan de discussie op nrc.nl/heldring

    • J. L. Heldring