Rubriekje, geluidje en gesprekje

Radio 1 moet meer luisteraars trekken en heeft daarom deze week een metamorfose ondergaan. Tom Rooduijn luisterde naar de vernieuwde zender en geeft zijn mening.

Illustratie Roel Venderbosch Radio 1 moet meer luisteraars trekken en heeft daarom deze week een metamorfose ondergaan. Tom Rooduijn luisterde naar de vernieuwde zender en geeft zijn mening. Venderbosch, Roel

In het NOS Radio 1 Journaal brengen op het hele uur twee presentatoren drie keer de hoofdpunten uit het nieuws: eerst een samenvatting, dan het gehele overzicht en daarna weer een samenvatting. Mist de luisteraar dit bulletin, dan zijn er per uur nog drie nieuwsoverzichten. Op ‘het vernieuwde Radio 1’ wordt het nieuws je niet meer voorgelezen, maar ingepeperd.

Het uithoudingsvermogen wordt extra op de proef gesteld door de omlijsting van elk onderdeel door elektronische plingploing. In het nieuwsbulletin zijn zelfs pingels tussen de berichten door te horen – waarmee een paar jaar geleden ook al eens is geëxperimenteerd. Bij aanvang van elk Radio 1-onderdeel klinkt een extra lange riedel. Het sportnieuws, het weer, de verkeersberichten en de reclame hebben elk hun eigen tune van uiteenlopende tokkel-, percussie- en orkestklanken. Blijkbaar moet met de trukendoos van de Gerauschmacher elke stilte worden dichtgesmeerd, wat leidt tot een tureluurs makende kakofonie.

Deze opsmuk maakt deel uit van een gedaanteverwisseling, die sinds maandag door zendercoördinator Laurens Borst op Radio 1 is doorgevoerd. Borst achtte die nodig om het verlies aan luisteraars te stoppen; het luisteraandeel zakte de afgelopen jaren van 9 naar 7 procent. „We willen dichter bij de luisteraar komen”, lichtte de zendercoördinator in deze krant zijn plannen toe. Borst wilde bovendien de ontwikkeling keren van een almaar ouder wordende en korter luisterende Radio 1-consument. Het moest overdag allemaal wat luchtiger en toegankelijker, terwijl het door de zendercoördinator als zware kost beschouwde aanbod (zoals het Marathoninterview en het onderzoeksprogramma Argos) naar de avond en het weekeinde werd verschoven.

Over wat nu overdag in horizontale programmering te beluisteren is, lijkt Borst met de zweep in de aanslag te regeren. Het vlotte gebabbel van de presentatoren en de afwisseling van ernst en luim maken duidelijk wat de zendercoördinator bedoelde, toen hij voor zijn zender De Wereld Draait Door ten voorbeeld stelde. In Lunch beschouwt Charles Groenhuijsen net zo makkelijk het wereldnieuws als Anky van Grunsven of Wibi Soerjadi. Om daarna over te gaan naar de Nieuwsquiz: „Hoe heet de man die door Obama als zijn running mate is gekozen?” Even later is er een rubriekje met ‘grappige fragmenten’ uit recente radio- en tv-uitzendingen. Schaamteloos van DWDD gepikt, maar wel een mooi alibi om eens een roddel uit RTL Boulevard over te nemen.

De zender zoekt nadrukkelijk contact met de luisteraar, die zijn wensen, klachten en ongenoegens kenbaar mag maken. Een enkeling wordt teruggebeld en kort, vooral heel kort aan het woord gelaten. Nog korter kan het in Stand.nl (spreek uit: Standpunt én él), waar een betoog van meer dan vijf seconden al als slaapverwekkend wordt beschouwd. Behalve goed in afkappen, moeten Radio 1-presentatoren ook goed zijn in het op de hurken zitten. Dus geen ingewikkelde vragen, maar liever informeel: „Waar gaat het nou eigenlijk over?” (vraag over het politieconflict in Zeeland), „Vindt u hem zélf mooi?” (vraag aan Rijksmuseum-directeur over de diamanten schedel van Damien Hirst) of: „Hoe ging het, kopje koffie erbij, stukje gebak?” (vraag aan olympische medaillewinnaar na bezoek aan koningin).

Aan het eind van elk Radio 1-onderdeel wordt de presentator van het volgende programma gevraagd wat die in zijn of haar uitzending gaat doen. Blijkbaar moet dit met een mengeling van geestigheid en belangstelling. De dialogen als gevolg van deze oekaze zijn te gênant om aan te horen, omdat de presentatoren doorgaans geïnteresseerd noch lollig zijn. De in het nieuwe zendermodel gedecreteerde duo-presentatie werkt melige onderonsjes nog eens in de hand. Gaat het over de zoektocht naar een naam voor een nieuwe brug, dan proest de vrouwelijke presentator, verwijzend naar de naam van haar collega: „De Govert van Brakelbrug!”

Met het streven om in de variëteit van zendgemachtigden per zender meer eenheid en samenhang te creëren, is op zichzelf niks mis. Dat heeft tot drie herkenbare televisiezenders geleid. Maar dit amalgaam van hiërarchieloos gerangschikte gesprekjes, rubriekjes en geluidjes maakt de luisteraar – jong en oud – alleen maar murw.

    • Tom Rooduijn