PSV en AC Milan gaan nu ook strijd aan op racebaan

Zeventien voetbalclubs hebben vanaf komend weekeinde een equivalent op het racecircuit. Als enige Nederlandse club doet PSV mee aan de Superleague Formula.

De Nederlander Robert Doornbos test op het circuit van Vallelunga de wagen van AC Milan. Foto WFA WFA16T:SUPERLEAGUE FORMULA TEST VALLELUNGA:VALLELUNGA;06AUG2008- Robert Doornbos, #3 Scuderia Playteam AC Milaan, tijdens de officiele test van de Superleague Formula Serie, op het circuit van Vallelunga. Doornbos sloot de eerste dag af met de snelste ronde tijd. WFA/dvdl/str. Diederik van der Laan WFA WFA

Wat hebben autosport en voetbal met elkaar te maken? Ogenschijnlijk niets. Maar vanaf zaterdag kunnen voetbalsupporters hun club niet alleen langs het veld aanmoedigen, maar ook langs het racecircuit. In de Superleague Formula rijden tien raceteams met elk twee auto’s en elke auto is verbonden aan een voetbalclub. PSV is de enige Nederlandse club die meedoet en wordt vertegenwoordigd door het team van Azerti Motorsport.

„De belangrijkste reden voor PSV om mee te doen aan deze nieuwe raceklasse is het marketingconcept”, zegt Peter Kentie, manager marketing en media van de club uit Eindhoven. „Je brengt het merk PSV op een andere manier onder de aandacht.” Buiten de races om zullen de paddock en de teamgarages open zijn voor het publiek. Kentie: „Daarmee betrek je de supporters bij het gebeuren.”

Het avontuur kost de clubs geen cent. Ze worden wel geacht sponsors aan te trekken en delen mee in de opbrengst uit sponsoring, verkoop van tv-rechten en merchandising. Alex Andreu, directeur van de Superleague Formula, verwacht vanaf het derde jaar winst te maken, waarvan eenderde naar de teams gaat. Bij elke race wordt een miljoen euro prijzengeld verdeeld, onder clubs en teams. „De teams hebben beslist dat het prijzengeld in het eerste jaar in de auto’s gestoken wordt”, vertelt Wim Coekelbergs, teambaas van Azerti. De teams bepalen alles op technisch gebied. „Ieder z’n vakgebied, hè”, zegt de Belg lachend.

De Superleague Formula is het beste te vergelijken met de A1GP, waarin 25 landenteams in identieke auto’s tegen elkaar racen. Ook in de Superleague Formula besturen de coureurs identieke wagens, met dezelfde motoren en dezelfde banden. De bolides hoeven niet door de teams aangeschaft te worden, ze worden betaald door de raceorganisatie. Het gaat om zogeheten singleseaters, er is plek voor één coureur, met een V12-motor en een vermogen van 750 pk. „Qua motoren komt de auto dicht in de buurt van een Formule 1-wagen”, zegt Robert Doornbos. De Nederlandse oud-Formule 1-coureur zit achter het stuur van de wagen van AC Milan. Coekelbergs: „Het zijn snelle bolides. Ze zitten qua snelheid tussen de Formule 1 en de GP2 in. De topsnelheid bedraagt meer dan 300 kilometer per uur.”

Yelmer Buurman (21) is de coureur van PSV. Hij reed eerder onder meer in de Formule 3 en de GP2. De coureur moest een jong talent zijn, zegt Kentie. „Bij ons worden veel jonge talentvolle voetballers opgeleid. Ze doen ervaring op bij PSV. Daarna worden ze meestal doorverkocht aan de grote clubs. Dat principe willen we ook bij de Superleague Formula doorvoeren. We willen een jonge, talentvolle coureur die in de Superleague Formula een kans krijgt en hopelijk later in de Formule 1 zal rijden.” Daarom koos PSV niet voor iemand als Doornbos.

Doornbos was „verrast” dat hij door AC Milan werd benaderd. „Bij het team zitten veel voormalig medewerkers van het Minardi F1 Team, waar ik mijn Formule 1-debuut heb gemaakt in 2005. Het voelde dus direct bekend en goed aan. Toen zij mij een goed aanbod deden, hoefde ik niet lang na te denken”, zegt Doornbos. Hij tekende een contract voor een jaar.

Het is nog de vraag of de Superleague Formula een succes wordt, in een sport die al vele klassen kent. Doornbos: „De populariteit van deze klasse moet zich natuurlijk bewijzen. Wordt er veel ingehaald? Wat is het niveau van de rijders? Zijn de rijders en wagens bereikbaar voor het publiek?”

De teams hebben zich voor minimaal drie jaar aan de Superleague Formula verbonden. Dit seizoen wordt op zes Europese circuits gereden. Dat moeten er zeventien worden, ook buiten Europa. Een wedstrijd bestaat uit twee races van 50 minuten, waarvan de tweede met een omgekeerde startvolgorde; de winnaar van de eerste race start achteraan.

Vreest PSV imagoschade als Buurman slecht presteert? Kentie: „Dat is het risico dat je neemt. Identiek aan ’t risico bij voetbal.”

    • Ank Swinkels