Oorzaak van Kaukasuscrisis is Europa zelf

De erkenning van Kosovo veroorzaakt diverse conflicten. De Europese Unie voert een onverantwoordelijk buitenlandbeleid, meent Edwin Bakker.

Tekening Siegfried Woldhek Derkenning door Moskou van de Georgische regio’s Abchazië en Zuid-Ossetië is een bijzonder onverantwoordelijke daad. Die zet aan tot separatisme en schendt het principe van territoriale integriteit waarop de huidige politieke orde mede is gebaseerd. De erkenning heeft daarom zeer grote gevolgen, niet alleen voor Georgië, maar voor Europa als geheel. Afbeelding President Andrei Medvedev van Rusland. Woldhek, Siegfried

De erkenning door Moskou van de Georgische regio’s Abchazië en Zuid-Ossetië is een bijzonder onverantwoordelijke daad. Die zet aan tot separatisme en schendt het principe van territoriale integriteit waarop de huidige politieke orde mede is gebaseerd. De erkenning heeft daarom zeer grote gevolgen, niet alleen voor Georgië, maar voor Europa als geheel.

Zo worden radicale Serviërs in Kosovo en Bosnië-Herzegovina gesterkt in hun streven naar een deling van Kosovo en afscheiding van Republika Srbska. De Turkse republiek Noord-Cyprus zou van houding kunnen veranderen in de onderhandelingen over het herstel van de eenheid van het eiland. Elders in Europa zal het nationale minderheden kunnen inspireren hun autonomie-eisen met meer kracht op tafel te leggen of zelfs kunnen leiden tot een heropleving van separatistische ideeën onder, bijvoorbeeld, de Basken, Catalanen en Corsicanen in West-Europa, of de Hongaarse minderheden in Centraal-Europa.

Als 70.000 Zuid-Ossetiërs een eigen staat kunnen realiseren, waarom zij dan niet? De pro-Russische opstandige gebieden Transdnjestrië in Moldavië en het door Armeniërs beheerste Nagorny-Karabach, op het grondgebied van Azerbajdzjan, zullen hopen op een snelle erkenning door Moskou van hun ‘republiek’, wat de huidige internationale crisis nog verder zou doen escaleren.

De Russische Federatie neemt met de erkenning van de Georgische regio’s overigens ook enorme risico’s wat betreft haar binnenlandse veiligheid. Het kampt met een dozijn groeperingen in de Noord-Kaukasusregio die naar hetzelfde streven als de Abchazen en de Zuid-Ossetiërs, veelal met geweld. Denk aan de separatisten in Tsjetsjenië, die na meer dan tien jaar strijd beslist nog niet uitgeschakeld zijn.

Met het schenden van het principe van territoriale integriteit dragen de Russen niet alleen bij aan het einde van het taboe op afscheiding, maar leggen ze ook een bom onder het idee van Europese collectieve samenwerking op het gebied van veiligheid dat sinds de jaren zeventig met moeite tot stand kwam. Rusland is lid van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) en de Raad van Europa. De vraag is of Rusland na de militaire actie, de onvolledige terugtrekking van zijn troepen, het blokkeren van hulp- en OVSE-monitoringmissies en de erkenning van Abchazië en Zuid-Ossetië nog lid kan blijven van deze ‘waardegemeenschappen’.

In ieder geval lijkt voorlopig een einde gekomen aan samenwerking in andere fora, in de eerste plaats de NAVO. De gevolgen hiervan zullen niet alleen in de Kaukasus gevoeld worden. Er is sprake van een heuse internationale crisis; een van de grootste sinds het einde van de Koude Oorlog.

De schuld voor deze crisis ligt niet bij één partij. Moskou lijkt hoofdschuldige, maar is dat niet. Ook de Georgische president Saakasjvili kan niet als zodanig worden aangemerkt. De militaire actie van Georgië was zeer onverstandig en onverantwoordelijk, maar is niet de oorzaak, maar de aanleiding van de crisis.

De meest directe en fundamentele oorzaak voor de huidige situatie ligt in Brussel en in de meeste hoofdsteden van de EU-lidstaten. Daar ging men begin dit jaar over tot de erkenning van Kosovo waarmee de spreekwoordelijke doos van Pandora werd geopend. Daar sneuvelde het taboe op erkenning van separatistische regio’s en het principe van territoriale integriteit. De erkenning van Abchazië en Zuid-Ossetië is een regelrechte reactie op die onverantwoordelijke stap door meer dan twintig EU-lidstaten en de Verenigde Staten.

In het geval van de EU was het niet alleen een onverantwoordelijke stap, maar tevens een ongecoördineerde stap waarover bovendien verdeeldheid was. Zes landen deden er niet aan mee, waaronder Spanje en Griekenland. De rest erkende Kosovo ieder op eigen houtje. De EU liet op de Balkan voor de zoveelste keer zien dat zij niet in staat is tot een gemeenschappelijk buitenland- en veiligheidsbeleid.

Het gebrek aan eensgezindheid speelde van meet af aan vooral de radicale elementen in de kaart – van Servische nationalisten tot Albanese opstandelingen – met alle gevolgen van dien. De EU en de afzonderlijke lidstaten lieten zich keer op keer uitspelen, zowel door lokale actoren als door de Verenigde Staten en Rusland. Zo werden de EU en de lidstaten medeverantwoordelijk voor de verschillende drama’s in voormalig Joegoslavië en de halfslachtige ‘oplossingen’ van de diverse conflicten. De erkenning van de onafhankelijkheid van Kosovo was de slechtste ‘oplossing’: voor de Balkan, voor Europa, en voor internationale betrekkingen en stabiliteit in het algemeen. Dit laatste kon men al weten voordat Kosovo werd erkend.

Rusland had namelijk al in een vroeg stadium duidelijk laten weten fel tegen een dergelijke stap te zijn. Het had bovendien aangegeven dat het consequenties zou hebben voor Abchazië en Zuid-Ossetië.

De onverschillige houding van de EU, zowel ten aanzien van Rusland en zijn belangen als ten aanzien van de potentiële negatieve gevolgen van het eigen handelen, is naast de erkenning van Kosovo en het gebrek aan eensgezindheid de derde fundamentele fout van Europa die aan de huidige crisis ten grondslag ligt. Deze opeenstapeling van onverantwoordelijk buitenlandbeleid mogen de Europese leiders zich aantrekken, inclusief minister Verhagen (Buitenlandse Zaken, CDA) die ook overging tot erkenning van Kosovo.

Waarschijnlijker is echter dat de politieke leiders in Brussel en Den Haag de schuld van de huidige crisis primair bij de Russische president Medvedev zullen leggen. De EU en haar lidstaten zouden beter in ieder geval ook de hand in eigen boezem kunnen steken. Een erkenning van de eigen fouten is bovendien nodig om samen met Rusland uit deze crisis te komen.

Edwin Bakker is hoofd van het Security and Conflict Programme van het Instituut voor Internationale Betrekkingen Clingendael.

    • Edwin Bakker