Ik, Medvedev, had geen keuze

Dinsdag erkende ik de onafhankelijkheid van Zuid-Ossetië en Abchazië.

Ik deed precies wat het westen deed toen Kosovo zich onafhankelijk verklaarde.

Ik, Medvedev had geen keus. Illustratie Cyprian Koscialniak Koscielniak, Cyprian

Afgelopen dinsdag erkende Rusland de onafhankelijkheid van Zuid-Ossetië en Abchazië. Dit besluit werd niet lichtvaardig genomen en ook de gevolgen zijn grondig overwogen. Maar alle mogelijke uitkomsten moesten worden afgezet tegen het nuchtere besef van de situatie – de geschiedenis van het Abchazische en Ossetische volk, hun vrijelijk geuite wens tot onafhankelijkheid, de tragische gebeurtenissen van de laatste weken en de internationale precedenten voor een dergelijke stap.

Niet alle volken op de wereld hebben hun eigen land. Vele leiden een gelukkig bestaan binnen grenzen die ze met andere volken delen. De Russische Federatie is een voorbeeld waarin vele tientallen volken en nationaliteiten merendeels harmonisch samenleven. Maar voor sommige volken is het onmogelijk om onder andermans voogdij te leven. De betrekkingen tussen volken die ‘onder één dak’ leven moeten met de grootste gevoeligheid worden behandeld.

Na de val van het communisme verzoende Rusland zich met het ‘verlies’ van veertien voormalige Sovjetrepublieken die zelfstandige staten werden, ook al belandden daardoor zo’n 25 miljoen Russen in landen die niet meer hun eigen land waren. Sommige van deze landen waren niet in staat hun eigen minderheden te behandelen met het respect dat ze verdienden. Georgië ontnam zijn ‘autonome gebieden’ Abchazië en Zuid-Ossetië onmiddellijk hun autonomie.

Kunt u zich indenken hoe het voor de Abchazen was om hun universiteit in Suchumi door de regering in Tbilisi gesloten te zien worden, omdat zij niet echt een taal of geschiedenis of cultuur zouden hebben en dus geen universiteit nodig hadden? Georgië was amper onafhankelijk geworden of het begon een wrede oorlog tegen zijn minderheden, waarbij het duizenden mensen verjoeg en de kiem legde van een onvrede die alleen maar kon groeien. Dit waren kruitvaten bij Rusland voor de deur, waarvan Rusland vreedzaam trachtte te voorkomen dat ze ontbrandden.

Maar het Westen negeerde de gevoeligheid van de situatie en voedde onbewust – of bewust – de hoop van de Zuid-Ossetiërs en Abchaziërs op vrijheid. Met Michail Saakasjvili drukte het een Georgische president aan de borst die als eerste stap de autonomie van een ander gebied, Adzjarië, de kop indrukte en geen geheim maakte van zijn voornemen om de Ossetiërs en Abchaziërs te vermorzelen.

Intussen erkenden westerse landen ondanks de Russische waarschuwingen halsoverkop de onwettige onafhankelijkheidsverklaring waarmee Kosovo zich van Servië afscheidde. Wij hebben steeds gesteld dat het onmogelijk zou zijn om daarna de Abchaziërs en Ossetiërs (en tientallen andere groeperingen overal ter wereld) nog te vertellen dat wat goed was voor de Kosovaarse Albanezen niet goed was voor hen. In de internationale betrekkingen kan voor de één geen andere regel gelden dan voor de ander.

Omdat wij de signalen zagen, hebben we voortdurend geprobeerd de Georgiërs te overreden een akkoord te tekenen waarin werd afgezien van geweld tegen de Ossetiërs en de Abchaziërs. De heer Saakasjvili weigerde. In de nacht van 7 op 8 augustus ontdekten we waarom.

Alleen een gek kon zo’n gok nemen. Dacht hij nu echt dat Rusland werkeloos zou toezien terwijl hij de stad Tsinvali in haar slaap overrompelde en honderden vreedzame burgers vermoordde, voor het merendeel Russische burgers? Dacht hij nu echt dat Rusland zou toekijken terwijl zijn ‘vredestroepen’ vuurden op de Russische kameraden met wie zij problemen in Zuid-Ossetië dienden te verhinderen?

Rusland had geen andere keus om levens te redden dan de aanval de kop in te drukken. Deze oorlog was niet onze keus. Wij hebben het niet gemunt op Georgisch grondgebied. Onze troepen zijn Georgië binnengetrokken om bases te verwoesten waarvan de aanval was ondernomen en daarna weer vertrokken. Wij hebben de vrede hersteld maar konden niet de angsten en verlangens van de Zuid-Ossetische en Abchazische bevolking bedwingen – niet toen de heer Saakasjvili (gesteund en aangemoedigd door de VS en enkele andere NAVO-leden) over herbewapening van zijn strijdkrachten en herwinning van „Georgisch grondgebied’ bleef praten. De presidenten van de twee republieken hebben Rusland opgeroepen om hun onafhankelijkheid te erkennen.

Een moeilijke beslissing rustte op mijn schouders. Gelet op de vrijelijk geuite mening van de Ossetische en Abchazische bevolking en op grond van de beginselen van het handvest van de Verenigde Naties en andere volkenrechtelijke documenten, heb ik een decreet getekend inzake de erkenning door de Russische Federation van de onafhankelijkheid van Zuid-Ossetië en Abchazië. Ik hoop oprecht dat het Georgische volk, waarvoor wij historische vriendschap en sympathie voelen, op een dag de leiders krijgt die het verdient – die geven om hun land en die met wederzijds respect betrekkingen met alle volken in de Kaukasus ontwikkelen. Rusland is bereid de verwezenlijking van dat doel te steunen.

Dmitri Medvedev volgde in mei 2008 Vladimir Poetin op als president van Rusland.

    • Dmitri Medvedev