Help, de cultuur verzuipt!

Toen de Zuiderzee werd ingepolderd, vreesden veel mensen dat de Hollandse cultuur verloren zou gaan.

Over deze angst is een boek verschenen.

Tom Sintobin e.a. Getemd maar rusteloos. De Zuiderzee verbeeld, een multidisciplinair onderzoek. Uitgeverij Verloren, 268 blz. 25 euro. Getemd maar rusteloos

De inpoldering van de Zuiderzee, het huidige IJsselmeer, aan het begin van twintigste eeuw ging gepaard met veel retoriek. Er was technische trots vermengd met nationalisme, maar er leefde ook het gevoel dat de ‘typisch Hollandse’ cultuur van de mensen die aan de Zuiderzee woonden, verloren zou gaan.

In het boek Getemd maar rusteloos bekijken tien onderzoekers, onder wie vooral historici en antropologen, hoe er indertijd over de inpoldering van de Zuiderzee werd gepraat en geschreven door ambtenaren, politici, journalisten en ingenieurs. De plannenmakerij begon eind negentiende eeuw en in 1932 was de afsluiting een feit.

De Zuiderzee-wet, die de drooglegging regelt, is van maart 1918. Toen was het in de buurlanden van Nederland oorlog. In het debat over de inpoldering werd een merkwaardig soort pacifistische oorlogsretoriek gebezigd. Het project werd natuurlijk voorgesteld als een gevecht tegen het water, maar ook als een vredelievende vorm van gebiedsvergroting. Een annexatie waar geen oorlog aan te pas komt.

Maar er klonk ook nationalisme door in het debat; men wilde trots zijn op de ‘Hollandse’ cultuur die zijn wortels zou hebben in de Gouden Eeuw en die nog, in zijn meest zuivere vorm, rond de Zuiderzee te vinden zou zijn. Een bioloog die in 1905 als een soort antropoloog door het gebied reisde, ontdekte onder de ‘eilanders’ en ‘oeverbewoners’ nog veel ‘typen van de oorspronkelijke inwoners van ons land’.

De dialectonderzoeker G.G. Kloeke meende zelfs dat de bewoners van de Zuiderzeeplaatsen de taal van het zeventiende-eeuwse Amsterdam spraken. Ze hadden dat toen overgenomen omdat Amsterdam veel prestige had en veel invloed. Amsterdam zelf was in de loop der eeuwen sterk veranderd, maar Kloeke suggereerde dat je rond de Zuiderzee de taal kon horen die de dichter Vondel schreef. Dat zou door de inpoldering snel verloren gaan, dacht men.

Dat is erg meegevallen, constateert dialectspecialist Harrie Scholtmeijer in het boek ‘Getemd maar rusteloos’: „Nu zal er geen plaats in het Nederlandse taalgebied te vinden zijn waar het dialect nog zo in ere gehouden wordt als juist in Urk.” Het Urks is een eilanddialect dat zich niet bij andere dialecten laat indelen.

Het stereotype beeld van de vissers als willoze slachtoffers van de modernisering kwam voort uit een veel te statische kijk op cultuur. Achteraf blijkt dat de plaatselijke bewoners gewoon op hun eigen manier met de tijd en de modernisering zijn meegegaan. Hun cultuur was veel dynamischer, flexibeler en sterker dan werd aangenomen. Bovendien, benadrukt antropoloog Wietse Schmidt in het boek ‘Getemd maar rusteloos’, zodra er gezegd wordt dat een cultuur moet worden behouden, is die cultuur eigenlijk al verdwenen.

Dat is de paradox van cultureel erfgoed: het is niet meer dan een verbeelding van het verleden. Volendam, Urk, Spakenburg, al deze Zuiderzeeplaatsen hebben nog steeds iets eigens. Sommigen werden overspoeld door toeristen en hoewel dat de modernisering versnelde, had het ook weer een positief effect op het lokale zelfbewustzijn.

Een eeuw geleden gingen vooruitgangsdenken en nostalgie dus vaak hand in hand. Historicus Marnix Beyen voegt hier in het boek een mooie observatie aan toe. In de lofzang op techniek en modernisering „stond de mannelijke, heroïsche figuur in de volle kracht van zijn leven centraal”. Hij schrijft: „ In de nostalgische beeldvorming over de verdwijnende Zuiderzeecultuur, daarentegen, traden evenzeer – of zelfs vaker – vrouwen, bejaarden en kinderen op de voorgrond.”

Al met al was er misschien maar één ding dat door de inpoldering echt verloren ging: een unieke binnenzee. Daarover werd een eeuw geleden nauwelijks getreurd. De voorstanders van inpoldering noemden de Zuiderzee in 1901 „een zouten, breeden, doch vrij onbruikbaren waterplas”.

Toen er in 1918 over gedebatteerd werd in de Tweede Kamer, zei een socialistisch parlementslid dat hij bang was dat de ingenieurs er heel lelijke polders van zouden maken „door op waterstaatswijze langs de teekenhaak en den driehoek die polders rechthoekig te verdelen. De mensch leeft niet bij brood alleen, de mensch heeft nodig schoonheid; de mensch van nu komt veel te veel schoonheid te kort.”

Waarop een liberaal Kamerlid reageerde: „Ik vind een rechte lijn dikwijls mooier dan een gebogene.”

Tom Sintobin e.a. Getemd maar rusteloos. De Zuiderzee verbeeld, een multidisciplinair onderzoek. Uitgeverij Verloren, 268 blz. 25 euro.

    • Berthold van Maris