Gewoon op stap, met camera en goed idee

Mooie, goede televisie kan heel eenvoudig zijn. Gewoon met een cameraploeg op stap, met een goed idee en een gezonde nieuwsgierigheid kun je mij als kijker erg raken.

‘Boink, boink’. Pastor Hans Hageman uit het dorpje Helvoirt zit achter het stuur. Het gerammel in de auto komt van een zilveren doosje met hosties dat hij nonchalant op het dashboard van zijn wagen heeft gelegd.

Vandaag is hij op weg naar twee oudere, samenwonende zussen die vanwege hun gezondheid niet meer iedere zondag de tocht naar de kerk kunnen maken. Eens per maand gaat hij bij hen langs om met hen te bidden en hosties uit te reiken. De rest van de maand kunnen de zussen via een elektronische liveverbinding – de kerktelefoon – de diensten in Hagemans kerk volgen vanuit hun Brabantse keuken.

„Dag dames! Het is lang geleden hé?”

Pastor Hageman heeft van Rika en To Witlox koffie gekregen. „Het leven is kort, vind je niet?” De pastor doodt de tijd met vriendelijke praat. Rika Witlox kijkt hem verbaasd aan: „Nou, het is lang zat. Zullen we even bidden?” Dat lijkt de pastor een goed idee: „Ja, dat is weer eens iets anders, hé?” en Hans gaat de dames in het gebed voor.

In de televisieserie Helvoirt (RKK) wordt het dagelijkse leven in een klein Brabants dorpje vastgelegd. Dat de hoofdpersonen ogenschijnlijk geen weet hebben van wat zich afspeelt in de wereld die begint bij hun dorpsgrenzen werkt louterend. „Dat we elkaars leven weten te dragen. In slechte tijden en in goede tijden”. De dames houden tijdens het gebed hun ogen stijf dicht.

Helaas blijkt de pastor vandaag ook nog met een lastige boodschap te komen. De kerktelefoon kost de parochie 1.000 euro per jaar en het kerkbestuur wil er van af nu de dames nog maar de enigen blijken te zijn die er een in gebruik hebben. „Het was de grootste straf die ik moest ondergaan toen we dat ongeluk kregen. Dat ik niet meer in de kerk kon komen”, zegt To mede namens haar zus als de pastor vraagt of de telefoon bevalt.

Pastor Hageman zweet inmiddels peentjes, hij murmelt wat over internet en gaat er als een haas vandoor.

‘Hier ken ik de weg, hier leerde ik lopen. Vallen en opstaan, en verder gaan. Hier leerde ik leven. Hier hoor ik thuis’: de eindtune van Helvoirt – gezongen door Gerard van Maasakkers – sluit naadloos aan op de verhalen in het programma Tante in Marokko (RVU). Nederlandse Marokkanen worden geïnterviewd op een parkeerterrein in Valdepenas, Spanje. Het is hun laatste stop voordat ze op de ferry naar Tanger vertrekken om in Marokko op vakantie te gaan.

„Jullie zijn Nederlanders hé, dat zie je aan de Duo Penotti.” Presentatoren Lamia Abbassi en Maxim Hartman spreken reizigers met Nederlandse nummerborden aan. Twee Marokkaanse mannen zitten aan een picknick tafel. „Jullie reizen samen ? Jullie hebben geen vrouwen?”. Maar de echtgenotes blijken nog thuis in Nederland aan het werk te zijn. De werkloze mannen zijn hen vooruit gereisd om het vakantiehuis in Marokko schoon te maken. Zodat de dames als ze arriveren niet meteen weer aan de schoonmaak hoeven. De 62-jarige Mohammed Benabdellah verhaalt hoe hij als twintig jaar oude gastarbeider inwoonde bij een Nederlandse familie. Hij sliep met hun 7-jarig zoontje op één kamer. „Het was toen nog gezellig! Ik mocht ook pa en ma zeggen.” Mohammed schiet vol. „In Nederland ben ik iemand.”

Gelukkig zijn er ook makers die vastleggen wat er werkelijk speelt in Holland, ver weg van Haagse toestanden en conflicten. Ook programma’s waarin de hoofdpersonen zich niet in allerlei format-bochten hoeven te wringen die tegenwoordig het scherm beheersen. Een televisieavond die gelukkige, tevreden mensen laat zien.

Met Rita en To Witlox en hun kerktelefoon is het goed gekomen. Het kerkbestuur van Helvoirt heeft besloten dat ze ’m mogen houden zolang ze nog leven.

    • Michiel van Erp