Europa’s digibieb

Viviane Reding, de Luxemburgse eurocommissaris voor Informatiemaatschappij en Media, zet er vaart achter. In november zal zij voorzien in de opening van een digitale bibliotheek die ‘Europeana’ zal heten. Die moet zoveel mogelijk Europees cultureel erfgoed via internet toegankelijk maken. De Europese Commissie vindt het belangrijk genoeg om er de komende jaren 120 miljoen euro voor uit te trekken en spoort de lidstaten nadrukkelijk aan om hun archieven, musea en bibliotheken digitaal beschikbaar te stellen.

Het klinkt goed, maar het is gekoketteer voor de bühne. Op de website van Europeana valt te lezen wat de bedoeling is: met één muisklik moeten alle burgers toegang krijgen tot „boeken, muziek, schilderijen, foto’s en films” uit de belangrijkste collecties van Europa. Een introductiefilmpje toont Europa als een puzzel, met uiteenlopende kunstuitingen als de stukjes. Ter ondersteuning klinkt Nancy Sinatra’s song These boots are made for walking. De puzzelstukjes blijken geen kunstvormen te vertegenwoordigen, maar ondersteunen historische categorieën, zoals oorlog, migratie, handel. Er wordt niet verwezen naar culturele bijzonderheden, er valt niet één kunstenaarsnaam. De kunst wordt platgetrapt tot praktische toepassing. Are you ready, boots? Nou nee.

Dankzij Europeana zal, verklaarde eurocommissaris Reding, in de nabije toekomst „een Tsjechische student de werken in de British Library kunnen raadplegen zonder naar Londen te gaan, terwijl een Ierse kunstliefhebber de Mona Lisa moet kunnen bewonderen zonder in de rij te hoeven staan voor het Louvre in Parijs”.

Het valt te betwijfelen of bibliotheken er goed aan doen om gratis weg te geven waar nu geld mee verdiend wordt. Maar inderdaad, de Tsjechische student die een van hun boeken wil inzien, zou baat kunnen hebben bij Redings digitale bibliotheek. En de Ierse kunstliefhebber? Die loopt even naar de buurtbieb voor een kunstboek met het werk van Leonardo da Vinci. Of hij koopt een koektrommel met de Mona Lisa. Tikt hij in een zoekmachine op internet ‘Mona Lisa’ in, dan buitelt ze in honderdvoud over zijn scherm.

Als Reding meent dat deze kunstliefhebber uit Ierland recht heeft op het onbezorgd ervaren van de Mona Lisa, dan zal ze voor die man een reis naar Parijs moeten regelen en voorrang bij de kassa. In het Louvre zal hij dan paf staan, ondanks de drukte en het gewapend glas rondom het schilderij.

Literatuur is dupliceerbaar, want het boek zelf is het kunstwerk niet. De reproductie van een schilderij geeft alleen een indruk van het origineel, niet meer. Een beeldendekunstwerk is uniek. Wie dat wil meemaken, moet op pad.

Reding suggereert dat de virtuele werkelijkheid van haar Europeana gelijkstaat aan de tastbare werkelijkheid. Ze vergist zich. Internet is handig. Geschikt om in contact te treden. Amusant als entertainment. Pervers bij misbruik. Educatief, als het creatief wordt toegepast. Maar de virtuele werkelijkheid kan niet tippen aan het weergaloze van een schilderij, een beeld, een gebouw of een performance.