De tijd doden onder een brug

In deze zesde en laatste aflevering over wildkamperen in de provincie Groningen blijven ze voor ze huiswaarts keren nog even plakken onder een brug in Delfzijl. De laatste 49 kilometer.

Nathalie en Simon onder de Abel Tasmanbrug in het ‘saaie’ Delfzijl. Foto Matthijs Termeer In deze zesde en laatste aflevering over wildkamperen in de provincie Groningen blijven ze voor ze huiswaarts keren nog even plakken onder een brug in Delfzijl. De laatste 49 kilometer. Termeer, Matthijs

De best aangeschreven fietsenmaker van Delfzijl, tevens officieel dealer van het degelijke Hollandse merk waarop wij deze reis maken, wilde zijn kostbare tijd niet besteden aan het overjarige model. Dit knarsende, hulpbehoevende stalen ros. En hij kon ons ook niet garanderen hoeveel kilometers er nog op gereden kunnen worden.

Dus zijn we op weg naar huis. We verdwalen in een buitenwijk van Delfzijl en dan trekt ook nog de hemel dicht.

We schuilen onder de Abel Tasmanbrug.

Hier kunnen we meteen wat boterhammen verstouwen voor de lange terugtocht. Er klinkt urban muziek uit een gsm. Op een muurtje bij het water zitten Nathalie (17) en Simon (21).

In luchtige shirts, vrolijke wijde broeken en lacherige stemming. Ze drinken Flokoffskaya, gemixt met jus d’orange en cassis.

„Dit is al de tweede fles vandaag”, giechelt Nathalie. Genereus houdt ze de fles wodka voor onze kampeermokken. Haar onvaste hand is tot twee keer toe erg gul.

Wij bieden in ruil boterhammen aan. Dat slaan ze vriendelijk af. Ook al hebben ze vandaag nog nauwelijks gegeten. „Ik heb eigenlijk nooit trek”, bekent Simon, die het postuur heeft van een marathonloper.

Simon deed de kunstacademie in Groningen, maar is ermee gestopt. En daar baalt hij wel van. Nu werkt hij in een fabriek. „Dat wil ik niet de rest van mijn leven, al zou ik écht niet weten wat ik wél wil.”

Nathalie heeft vakantie en gaat na de zomer een opleiding tot boekhouder volgen. „Dat lijkt me hartstikke saai, maar ik ben wel goed in wiskunde. Daarom, weet je.”

Ze doden de tijd onder de brug. „Het is wel saai in Delfzijl”, zegt Simon. „Iedereen klaagt erover. Er is helemaal niets voor de jeugd.”

Drugs zijn er volop. Ook harddrugs. „Niemand uit mijn vriendengroep heeft nog nooit harddrugs gebruikt”, zegt Simon. „Ik ben de enige.”

„Dat vind ik ook zo goed van jou”, zegt Nathalie. Simon: „Ik heb het ook niet nodig. Ik kan het ook wel twee dagen volhouden alleen op drank weetjewel.”

Softdrugs kennen ze wel. „Ik heb zo’n spijt van al het geld dat ik aan wiet en hasj heb uitgegeven”, zegt Nathalie. „Van de eerste tot en met de vierde klas. Elke dag. Je wordt er vergeetachtig van. Je hersencellen sterven af. Het is zó dom.”

Simon: „Dan blow ik weer twee maanden of zo, dan stop ik weer een tijdje want op den duur heb ik stress ofzo en als ik dan ga blowen, ga ik daar extra veel aan denken enzo en dan word ik helemaal depressief.”

Nathalie: „Als ik nu rook voel ik me helemaal niet lekker. Je wordt ook heel onzeker, denkt dat alle mensen naar je kijken, tenminste, dat heb ik wel. Maar aan de ene kant ben ik wel blij dat ik dit heb, want dan ga ik niet meer blowen.”

Simon: „Daarom heb je net weer hasj gekocht.”

Een windvlaag blaast een lege wodkafles van het muurtje, twee meter naar beneden. Pats! Op het fietspad. Een man en vrouw fietsen op ATB’s voorbij. Simon groet, de vrouw roept iets.

Als ze gepasseerd zijn, steekt Nathalie haar middelvinger op.

„Waarom? Ik heb veel over haar gehoord.”

Simon: „Ja, zij staat echt bekend als een…”

Nathalie: „Slet. Een pijpsletje.”

Simon draait een joint en wil best op de foto. Ouders vormen geen bezwaar.

Nathalie: „Mijn ouders zijn echt zo: ‘het is jouw leven, je moet zelf weten wat je daarmee doet’. Het liefst zou ik model willen worden; ik kick op aandacht. Ik ben eigenlijk te dik. Vroeger was ik heel dik. Nou ja, twee jaar geleden. Echt zó dik. Toen ben ik gaan roken en ben ik heel erg afgevallen. En nou heb ik een vriend en ben ik bang om gedumpt te worden. Ik wil écht niet meer alleen zijn.”

Ze lacht naar de lens. „Ik houd van de modellenwereld. Misschien word ik zelf fotograaf, als boekhouden niks wordt.”

Het regent nog steeds in Delfzijl, maar het is tijd om afscheid te nemen.

De rit naar Aduard huilt de Groningse hemel, steeds harder.

    • Igor Wijnker
    • Matthijs Termeer