De boodschap van de krab

Bij een bezoek aan een oude tovenaar in Kameroen, laat de auteur zijn toekomst voorspellen. Niets dan geluk zal volgen, maar de grote vogel zal gevlogen zijn.

In de serie Diogenes van de VPRO was ooit een oude Afrikaanse waarzegger te zien. Hij las de toekomst van zijn dorp uit stokjes in een stenen pot, die werden omgekegeld door een rondscharrelende krab. De oude man moedigde het dier aan: „Denk goed na krab, je weet het. Verzwijg niets. Vertel het ons.”

Hij raadpleegde de krab na een aanval van een berg op een dorpsgenoot. De berg had de man met stenen bekogeld. Dat het een vrouwelijke berg was, maakte het nog onheilspellender, want vrouwen zijn onberekenbaar.

Het was een fascinerende documentaire, vooral ook door de entourage: het leefgebied van de animistische Kapsiki in Noord-Kameroen, waar de bergen als gigantische stalagmieten oprijzen in het landschap.

We stappen in Yaoundé op de trein voor de lange reis naar het noorden. In het dorp Rumsiki vragen we naar „de tovenaar met de krab”. Hij is nog in leven!

De stokoude waarzegger straalt rust en autoriteit uit. Aan zijn voeten zit een hartveroverend jochie. Het kereltje kan later aan iedereen vertellen dat hij er bij was toen zijn beroemde overgrootvader zelfs de president van Kameroen de toekomst voorspelde.

Omdat het orakel van Rumsiki alleen Kapsiki spreekt, zijn we aangewezen op een tolk. Ik heb een grapje in petto. Ik heb bij de tolk geïnformeerd hoe je in het Kapsiki „ik heb alles begrepen” zegt.

Na het inleidende toespraakje van de waarzegger roep ik enthousiast befati pède! De grijsaard heeft er een fijn glimlachje voor over.

Onze chauffeur Elyssee, een deugniet, mag als eerste vernemen wat hem te wachten staat. Hij is wild nerveus. Tijdens de voorspelling trekt hij asgrauw weg. „Dat komt er nou van”, zegt Gerarda.

Ons voorspelt de krab niets dan geluk. Wel krijgen we een cryptische boodschap mee: „De grote vogel is weg.”

Volgens Gerarda betekent dit dat we het vliegtuig missen. Dat zou best kunnen. Goed dat hij niet „de grote vogel valt” heeft gezegd, merk ik op. Niet leuk, vindt ze.

De boodschap van de krab achtervolgt me als Elyssee en Silas, de gids, ons aan het eind van ons bezoek aan Kameroen naar het vliegveld brengen. Ze krijgen een dikke fooi als afscheidscadeau. We zijn meteen door onze laatste CFA-franken heen.

Bij het inchecken moeten we luchthavenbelasting betalen. We kunnen aantonen dat we dit al in Nederland hebben gedaan, maar daar hebben ze geen boodschap aan: het is betalen of achterblijven. De CFA’s zijn op, de bank is dicht en de geldautomaat kapot. Wat nu?

„De jongens!” roep ik. Vlak voor het eind van de hal haal ik ze in. De brave Silas geeft onmiddellijk zijn fooi terug. Elyssee heeft zijn pourboire al omgezet in een drankvoorraad.

„Je hebt nog geld in de kluis van Kenia”, hijgt Gerarda, die achter me aan is gehold. Dat is waar ook! Sinds een ervaring in Kenia heb ik een geheim vakje in mijn broek met reservedollars. Silas pakt opgelucht zijn CFA’s weer aan. Elyssee, de schavuit, houdt zijn hand op.

Op de luchthaven heerst een complete chaos. Zonder controle stappen we in een gereedstaand vliegtuig. Goed en wel in de lucht kruipt Gerarda tegen me aan. „De grote vogel is weg, maar wij zijn mee”, fluistert ze. „Dat klopt”, fluister ik terug „alleen vliegt deze vogel naar Johannesburg.”

    • Otto Holzhaus