Celtherapie voor muis met suikerziekte

Biotechnologen van het Harvard Stem Cell Insitute hebben in levende muizen alvleeskliercellen die spijsverteringsenzymen uitscheiden, veranderd in alvleeskliercellen die insuline uitscheiden. Daarmee is opnieuw aangetoond dat in volwassen dieren de functie van cellen is te veranderen. In muizen met diabetes bleken de veranderde cellen inderdaad het bloedsuikergehalte te verlagen (Nature, 27 augustus).

Jarenlang dachten biologen dat de functie van volwassen cellen vast lag. Maar de laatste twee jaar groeide al het vermoeden dat volwassen cellen toch te veranderen zijn: zo bleken huidcellen in een kweekbakje ‘terug’ te programmeren tot zogeheten ‘pluripotente’ stamcellen, waaruit nog allerlei soorten cellen kunnen groeien. Ook was al aangetoond dat via het inbrengen van een gen in muizen immuuncellen in andere immuuncellen zijn om te zetten. Nu blijken ook volwassen alvleeskliercellen om te zetten te zijn in andere, zeldzamere alvleeskliercellen, en dat zonder dat ze eerst hoeven te worden omgezet in stamcellen.

De Amerikanen brachten via een onwerkzaam gemaakt verkoudheidsvirus drie genen in de alvleeskliercellen van drie muizen. Van die genen was bekend dat de bijbehorende eiwitten betrokken waren bij de differentiatie van de alvleeskliercellen. De genen belandden, zoals verwacht, in het DNA van de alvleeskliercellen die spijsverteringsenzymen uitscheiden; niet in de eilandjes van Langerhans met de zogeheten bètacellen die insuline uitscheiden.

Al na drie dagen detecteerden de onderzoekers de eerste insuline producerende cellen buiten de eilandjes van Langerhans. Dat was onverwacht snel. In een kweekbakje duurt het namelijk wel 7 tot 30 dagen om uit huidcellen stamcellen te krijgen, en is de oogst ook minder. De onderzoekers verklaren dit succes uit het feit dat de spijsverteringsenzymen producerende alvleeskliercellen niet terug hoefden naar het stadium van stamcel om insulineproducerend te worden. Beide alvleeskliercellen, hoewel uiterlijk heel verschillend, komen namelijk uit dezelfde voorlopercel.

De geïnduceerde bètacellen waren uiterlijk niet te onderscheiden van de natuurlijke bètacellen. In muizen met een tekort aan natuurlijke insuline producerende cellen, bleken ze het bloedsuikergehalte te verlagen. De onderzoekers willen nu ook bij menselijke patiënten deze celtherapie testen.