Aanbestedingsautoriteit nodig voor architecten

Architecten weigeren zich langer te laten misbruiken door de overheid. Deze eist bij aanbestedingen het onmogelijke. Een nieuwe autoriteit is een oplossing, zegt Bjarne Mastenbroek.

Architecten verzetten zich tegen de huidige selectie van ontwerpers van belangrijke openbare gebouwen. Zo weigeren architecten om mee te doen aan de selectieprocedure voor het nieuwe stadhuis voor de gemeente Westland (NRC Handelsblad, 15 augustus).

Het probleem bij de aanbesteding van openbare gebouwen bestaat al enige tijd. Rijksbouwmeester Liesbeth van der Pol gaat zich er nu mee bezighouden, de Bond van Nederlandse Architecten (BNA) trekt aan de bel en Kamerleden Vermeij en Leerdam (PvdA) hebben Kamervragen gesteld.

Architectenbureau Atelier Kempe Thill heeft net in opdracht van het Stimuleringsfonds voor Architectuur de aanbestedingscultuur onder de loep genomen. De studie schept een ontluisterend beeld. Neem het auteursrecht. Zo is in Denemarken bij wet geregeld dat een architect zijn auteursrecht niet kan opgeven, maar in Nederland eisen veel opdrachtgevers nog vóór aanvang van de opdracht het auteursrecht op. De gemeente Amsterdam heeft dit zelfs standaard in haar contract staan. Schandalig, want zonder auteursrechtelijke bescherming is een architect vogelvrij.

De nieuwe Europese regels die moesten leiden tot een opener markt, worden hier zo toegepast dat ze juist leiden tot monopolisering. Kempe Thill komt tot de aanbeveling dat er in Nederland – analoog aan de praktijk in Spanje, België, Duitsland en Oostenrijk – een aanbestedingsautoriteit moet komen, een publiekrechtelijke organisatie opgezet vanuit de architectengemeenschap zelf. Dat voorstel ondersteun ik van harte.

Op mijn verzoek kwamen onlangs dertig architecten – in principe elkaars concurrenten – bij elkaar om dit te bespreken. Zij staan aan het hoofd van (middel)grote bureaus waar in totaal meer dan duizend mensen werken. Allemaal hebben ze dezelfde ervaring: dat kwaliteit niet de doorslag geeft en dat ze steeds meer tijd kwijt zijn aan administratieve procedures en het maken van steeds gedetailleerder ontwerpen waarvan 90 procent in de prullenbak verdwijnt.

Angst en amateurisme van de opdrachtgevers vertalen zich steeds vaker in extra eisen aan de architect. Voor een kleine opdracht moet het architectenbureau zijn hele juridische, administratieve en bedrijfsmatige structuur op tafel leggen en aantonen dat het minimaal vijf gelijkwaardige opdrachten heeft afgesloten en een torenhoge omzet heeft gehad over de afgelopen drie jaar.

En als je dan het geluk hebt de opdracht te bemachtigen, blijkt de opdrachtgever geen kennis van het ontwerp- en bouwproces te hebben én blijkt het budget ontoereikend. Het voelt alsof je een Formule 1-wagen moet leveren om er daarna achter te komen dat het parcours niet geasfalteerd is.

Een toenemend aantal opdrachtgevers verschuilt zich achter de Europese regels om voor weinig geld bijna gratis ontwerpen te krijgen. Je mag als architectenbureau blij zijn als je één op de tien keer de opdracht krijgt. Maar de investering in die negen andere kun je niet met die ene opdracht terugverdienen.

Het schrijnendst zijn de meervoudige opdrachten die gemeenten uitschrijven waarbij een ontwikkelaar en een architect samen een ontwerp moeten indienen. Niet alleen kost deze werkwijze veel geld, maar bovendien worden de resultaten vaak niet eens beoordeeld. De ontwikkelaars verzetten zich hier niet tegen, want ze willen hun positie in de gemeente niet verspelen. Vaak wordt er een deal gesloten voor volgende projecten, waardoor er geen sprake meer is van concurrentie.

Hoe moet het dan wel? Opdrachtgevers moeten op zoek naar een architect die bij hen en bij de opdracht past, in plaats van een hele reeks bijna gratis ontwerpen te laten vervaardigen. De Europese regelgeving staat dit wel degelijk toe. Persoonlijke betrokkenheid van de architect is ook veel belangrijker dan het kunnen voldoen aan allerlei minimumeisen.

De BNA zegt dat gemeenten in Nederland wegens de Europese bepalingen ‘risicomijdend gedrag’ tonen. Dit moet een discussie zijn tussen opdrachtgever en architect, en niet met Europa. Als opdrachtgevers zich zouden verdiepen in de Europese regels, zouden ze erachter komen dat ze veel meer eisen dan wettelijk verplicht is. De BNA moet van zijn leden eisen dat zij aan deze angstige interpretatie van de regels niet meewerken. Alleen zo kan verdere uitholling van het vak voorkomen worden.

Bjarne Mastenbroek is oprichter van architectenbureau SeARCH.

    • Bjarne Mastenbroek