Zeevis zet tanden in internetkabels Terreur bedreigt verkeer op internet amper

Kabels in zee zijn kwetsbaar. Eén anker kan zomaar miljoenen mensen van internet beroven. Vissers zijn ook berucht. Hoe veilig is het wereldwijde web eigenlijk?

Internet modern, 21ste eeuws, draadloos? Vergeet het maar. Vier Filippijnse matrozen in besmeurde blauwe overals aan boord van de Pacific Guardian zuchten en steunen, terwijl ze een kabel met een doorsnee van een flinke tuinslang wikkelen om een klos ter grootte van een bubbelbad. Twaalf kilometer in acht uur tijd, dat is anderhalve kilometer per uur ofwel 25 meter in een minuut. Het ‘garen’ à drieënhalve kilo per meter zal worden gebruikt om een stuk glasvezelkabel in Ierse wateren te repareren waar een kink in is gekomen.

In februari knapten vrijwel gelijktijdig twee glasvezelkabels in de Middellandse zee die Europa met Egypte verbonden. Egypte verloor 70 procent van zijn internetcapaciteit, elders in het Midden-Oosten en verder tot in India werd het internet erg traag. Reparateurs vonden in de Middellandse zee uiteindelijk een losgeschoten anker van vijf ton op de zeebodem, dat beide kabels doormidden had getrokken. Eén anker: en 75 miljoen mensen die niet of nauwelijks meer konden internetten. Hoe kwetsbaar, hoe veilig is ons wereldwijde web eigenlijk?

In wezen verschilt het werk van de Pacific Guardian niet van dat van 150 jaar geleden, toen de eerste telegraafkabel werd gelegd tussen Engeland en Frankrijk. Nadat stoomboot de Goliath op 28 augustus 1850 een stuk draad had vastgeknoopt aan het basisstation bij Dover, voer het schip richting Calais, terwijl het de kabel aan bakboord in het water liet vallen. Aan het einde van de dag was de eerste telegraafverbinding een feit. Voor even. Een paar uur later viste een Franse visser de kabel per ongeluk op. Hij sneed de draad door om zijn vangst te bevrijden die verstrikt was geraakt.

Dat is nu niet veel anders. „Nog steeds zijn vissers de grootste menselijke veroorzakers van kabelbreuken. Verder brengen zeebevingen, vooral in Azië, veel schade teweeg”, zegt Kevin Connor in het kantoor van het Britse bedrijf Global Marine Systems, de eigenaar van de Pacific Guardian.

Het bedrijf, dat het grootste glasvezelpakhuis van de wereld heeft gevestigd in de haven van het Zuid-Engelse Portland, is niet toevallig ontstaan uit de Submarine Telegraph Company, die de eerste telegraafkabel legde tussen Dover en Calais. Het heeft momenteel acht schepen in de vaart. In het pakhuis liggen duizenden kilometers kabel opgeslagen in tanks die vele malen groter zijn dan de klos op het schip.

Schepen zijn tegenwoordig uitgerust met ploegen die in de zeebodem een voren trekken waar de kabels onder hoge waterdruk in geduwd worden. Dat beschermt de kabels tegen vissers en ankers, maar ook tegen haaienbeten. Aan boord van de Pacific Guardian, in een kamer vol meetapparatuur om kapotte en gerepareerde kabels te testen, zegt tweede kabel-ingenieur Will Griffith: „Wij hebben het zelf gezien, kabels waar de tanden van vissen in stonden.”

Vervolg Glasvezel: pagina 14

Terreur bedreigt verkeer op internet amper

De kabels zijn volgens Griffith warm en elektromagnetisch, dat trekt dieren aan. „Bij jullie in IJmuiden, waar de kabels aan land komen, zie je met de onderwatercamera echt de prachtigste beesten.”

Om veel kabels zit volgens Griffith tegenwoordig een speciale FBP-beschermlaag: Fish Bite Protection.

Sinds de jaren tachtig komen aan het leggen en repareren van kabels ook onderzeese robots te pas, zogeheten ROV’s of Remotely Operated Vehicles. Het zijn een soort onderwaterauto’s, voorzien van twee grijparmen die de kabel kunnen vastpakken en een camera met een sterke lamp waarmee de bemanning tot op de zeebodem kan kijken. In de haven van Portland is te zien hoe de ROV’s werken: daar leren ingenieurs ze tijdens een drieweken durende opleiding besturen.

Volgens Global Marine Systems ligt in zee genoeg back-up capaciteit voor het internet, dankzij de grote hoeveelheid glasvezel die ten tijde van de dotcomhype omstreeks de millenniumwisseling werd aangelegd. Internetproviders huren capaciteit op verschillende kabels, zodat de klant gewoon (hooguit wat langzamer) zijn e-mail krijgt doorgestuurd als er een kabel knapt. Voor een terroristische aanslag die de gehele internetafhankelijke economie in het Westen zou ontwrichten, hoeven we volgens deskundigen dan ook niet te vrezen. Alleen op plekken waar de kabels erg dun gezaaid zijn en dicht bij elkaar liggen, zoals in de Middellandse zee of het Suezkanaal, is de infrastructuur zwak. En een enorme zeebeving zoals de tsunami van 2004 richt aan meer kabels tegelijk schade aan – veel Aziatische landen zaten na de tsunami dan ook wekenlang zonder internet.

Voor Kevin Connor en zijn collega’s van het Britse bedrijf Global Marine Systems blijft er ook zonder tsunami’s genoeg te doen. „Vooral nu de metaalprijzen hoog zijn. Een tijd geleden zocht een schip met een ROV bij Hongkong naar een verdwenen stuk kabel dat maar niet te vinden was. Verderop lag een vissersboot, die de kabel had gestolen. De vissers hadden 80 kilometer om de romp van het schip gewikkeld. De prijs die de vissers daarvoor krijgen is een fractie van wat het kost om de kabel te repareren.”

Het internet als netwerk is niet zo kwetsbaar meer, maar een onderwaterkabel kan met een mes nog even makkelijk kapot worden gesneden als 150 jaar geleden.