Rusland verruilt de softpowervoor Realpolitik

Rusland ziet de Kaukasus als een bufferzone tegen mogelijke vijanden.

Dat is al zo sinds de 18de eeuw, toen de Perzen en Turken de vijand waren.

De opstandige regio's Zuid-Ossetië en Abchazië. NRC 270808 / RL Rusland, St Petersburg, 2002 Soldaten bezoeken museum. Schilderij van Repin. Cultuur. foto: Jeremy Nicholl/Transworld Saint Petersburg, Russia, August 2002. The Russian Museum, one of the city's many world-class museums. Visiting soldiers and Ilya Repin's Transworld;Hollandse Hoogte

De Kaukasus is de achtertuin van Rusland. Een vruchtbare achtertuin, waar ook het prikkeldraad staat dat Rusland tegen potentiële vijanden beschermt. Dat het Kremlin het onderhoud van die achtertuin van tijd tot tijd met geslepen zeis verricht, is ook niet zo vreemd.

De voortvarendheid waarmee het duo Medvedev-Poetin sinds begin augustus het Westen laat zien wie de tuinman is, past geheel in dat patroon. Het Westen was het door het uiteenvallen van de Sovjet-Unie en de daaropvolgende interne crises alleen even vergeten.

Het Westen is hardhandig uit een superioriteitsdroom wakker geschud. Rusland blijkt ineens weer een grootmacht die niet met zich laat sollen en bereid is zijn politiek van softpower te verruilen voor een Realpolitik van tanks en vliegtuigen. Met de militaire inval in Georgië en de erkenning van de autonomie van de afvallige regio’s Zuid-Ossetië en Abchazië gisteren maakt Rusland het weer duidelijk: in onze achtertuin geen NAVO.

Waarom is Rusland zo gehecht aan de Kaukasus? Het belang van de regio dateert van eind achttiende eeuw toen de Turken en Perzen een permanente bedreiging voor het alsmaar uitdijende Russische tsarenrijk vormden.

Georgië was in die tijd een verzameling koninkrijkjes, die hun nationale identiteit ontleenden aan een gedeelde mythe. In die mythe verdeelde God de wereld tussen de verschillende volkeren. Toen de Georgiërs aan de beurt waren liepen ze hun kans mis, omdat ze in slaap waren gevallen na een drinkgelag.

Eenmaal uit hun roes ontwaakt was alles vergeven, behalve dat deel van de wereld dat de Allerhoogste voor zichzelf had gereserveerd en dat, natuurlijk, de hemel op aarde bleek te zijn. Nadat ze zich bij God hadden verontschuldigd met het excuus dat hun lofzangen voor hem bedoeld waren, besloot Hij hun zijn eigen paradijs af te staan.

De beboste heuvels, besneeuwde bergtoppen, vruchtbare rivierdalen, fruitboomgaarden en wijngaarden van het gebied zijn inderdaad een paradijs. Ze brachten schrijvers als Paustovski, Gribojedov, Poesjkin en Lermontov in vervoering. Zij die een minder poëtische aard hadden, zagen het gebied duizenden jaren lang vooral als een rijke buit die met geweld veroverd moest worden.

De overheersing door achtereenvolgens de Perzen en de Turken deed de inwoners de Georgische rijkjes aan het eind van de achttiende eeuw de bescherming van Rusland inroepen, dat het in 1801 na enige aarzeling annexeerde.

Rusland op zijn beurt gebruikte Georgië als buffer tegen invallen van de Turken en Perzen. Tegelijkertijd vormde het nieuwe territorium een welkome aanvulling op de rest van de Zwarte Zeekust die in Russische handen was. Want de Zwarte Zee is het water dat het kwetsbare zuiden van Rusland beschermt: de Krasnodar-regio en Oekraïne met zijn vlakke land, van waaruit vijandelijke troepen in korte tijd Moskou kunnen bereiken. Behalve een vloeibare verdedigingslinie huisvest de Zwarte Zee ook al twee eeuwen de enige niet dichtvriezende havens van Rusland, die zijn vracht- en oorlogschepen toegang verschaffen tot het Middellandse Zeegebied.

In de Eerste Wereldoorlog vormde de Kaukasus het Russische front tegen de Turken. En al mocht Georgië zich na de chaos van de Russische revolutie kortstondig tot onafhankelijke sociaal-democratische staat (1918-1921) ontwikkelen; de Zuid-Kaukasus, die behalve uit Georgië ook uit Armenië en Azerbeidzjan bestond, werd in de jaren daarop aan Moskou onderworpen.

Stalin, zelf een Osseet van geboorte, speelde daarbij samen met de Georgiër Lavrenti Beria een grote rol. Hun politiek was er een van verdeel, heers en genadeloze terreur.

Toen het sovjetimperium tijdens de perestrojkajaren van Gorbatsjov langzaam verkruimelde, waren de eerste tekenen daarvan op de Kaukasus te zien waar in 1989 Armenië de Azerbeidzjaanse enclave Nagorno-Karabach wilde inlijven. Oplopende spanningen met Turkije en Azerbeidzjan liepen destijds bijna uit op een oorlog.

Toen Georgië na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in 1991 de onafhankelijkheid uitriep, begonnen ook de provincies Abchazië en Zuid-Ossetië hun eigen vrijheidsstrijd. De regio’s werden in hun streven gesteund door Rusland, dat zijn best deed om zoveel mogelijk invloed op de Kaukasus te behouden.

Eind jaren negentig bleek opnieuw waarom die invloed zo essentieel voor Rusland was. Ruslands zuidflank bleek opnieuw kwetsbaar, toen de Noord-Kaukasus zich begon te roeren en in Russische deelrepublieken als Ingoesjetië, Dagestan en Tsjetsjenië een door het islamitisch fundamentalisme aangewakkerd onafhankelijkheidsstreven opkwam. Alles moest gedaan worden om te voorkomen dat islamitische extremisten op eigen territorium een burgeroorlog ontketenden, die grote gevolgen zou kunnen hebben voor de binnenlandse stabiliteit. Alleen daarom al kan Rusland zich geen onrust aan zijn grenzen permitteren, want die onrust zou wel eens kunnen overslaan naar zijn eigen grondgebied.

De Kaukasus geldt voor Rusland dus tevens als een buffer voor de vrede binnenshuis, een vrede die het paradijs van Vladimir Poetin moet veiligstellen. De klappen die de afgelopen weken aan de Georgische president Saakasjvili zijn uitgedeeld, hebben het Westen laten zien dat de lange arm van de Russische beer ook voorbij die buffer reikt.

Lees het commentaar op pagina 15.

Meer over Georgië op nrc.nl/georgie en op het weblog van Michel Krielaars: nrc.nl/moskou