Paar weken stelen en weer weg

Veel vormen van criminaliteit nemen af, maar zakkenrollen niet. Politieteams moeten het tij keren. „Dat kleintje is gepakt hè. Hij had zestien telefoons bij zich.”

Brigadier Sander loopt in burgerkleding door de Amsterdamse Kalverstraat als collega Jacco contact opneemt. „Ik hoor je heel slecht. Jacco, kom effe door, heb je wat op het Damrak? Wat? Een zigeunervrouwtje en een zigeunermannetje? Oké. En zij loopt voor hem uit en doet alsof ze hem niet kent? Oké, ik kom eraan.”

Sander legt uit dat een vrouw, vermoedelijk een Roma, mensen aanspreekt op het Damrak. „Als ze contact maakt, pakt ze misschien een portemonnee. Het kan ook dat ze alleen bedelt”, zegt Sander, terwijl hij over de Dam richting het Damrak beent.

Sander en Jacco zijn lid van het zakkenrollersteam van de politie in het centrum van Amsterdam. Bij de briefing op woensdagochtend noemt collega Esther de laatste aangiftes op. „Zestien sinds zondag. Weinig in trams, geen signalementen. De meeste op straat, op de Dam, in de Kalverstraat en op het Stationsplein.” Achter haar hangt de wand vol met foto’s van eerder gearresteerde verdachten.

Vorige maand constateerde het Centraal Bureau voor de Statistiek dat de criminaliteit in Nederland na enige jaren van afname stabiel blijft. Opvallend was de stijging van het aantal aangiftes van zakkenrollerij. Een toename in 2007 met 19 procent ten opzichte van 2006. In de regio Amsterdam Amstelland bedroeg de stijging 5 procent – van 7.740 aangiftes naar 8.143. Grootste stijgers waren Twente (93 procent) en in absolute aantallen Haaglanden (toename met 960 aangiftes). Beide korpsen noemen meer internetaangiften en Oost-Europese bendes als oorzaken.

Inspecteur Marco, chef van het zakkenrollersteam, legt de verklaring bij de toetreding van Roemenië en Bulgarije tot de EU in januari 2007. „Sindsdien hoppen ze van stad naar stad, door heel Europa. Wij pakken maar heel weinig recidivisten op”, aldus Marco. „Het zijn vooral Roemenen en een paar Bulgaren, voornamelijk zigeuners [Roma, red.].” Criminoloog Frank van Gemert van de Vrije Universiteit in Amsterdam noemt ze „kant-en-klare specialisten die uit Oost-Europa komen”.

Een blik op de wand leert dat de verdachten, onder wie veel vrouwen, inderdaad vooral Roma lijken te betreffen en niet alleen uit Roemenië en Bulgarije komen. Ook Slowaken, Tsjechen, Albanezen en mensen uit voormalig Joegoslavië zijn er te vinden, evenals veel Nederlanders van Marokkaanse afkomst.

Die laatsten zijn oververtegenwoordigd in de rechter kolom onder het kopje ‘tramzakkenrollers’. De mannen zijn meestal rond 1975 geboren. „Dat is een harde kern uit Amsterdam-West van een man of twintig. Sommigen zien we dagelijks op de tram, maar ze kennen ons ook en dat maakt het moeilijk om hen te pakken”, aldus Marco.

Om de hoek bekijken enkele Nederlandse agenten met twee Roemeense collega’s videobeelden van zakkenrollerij in de Amsterdamse binnenstad. Als een man bij een bankje een klap uitdeelt aan een vrouw, zegt Florin, een Roemeense agent, over de man: „chef”. Florin en een collega lopen enkele maanden mee met het politieteam in de binnenstad. Ze helpen bij de communicatie met Roemeense verdachten en geven informatie over de werkwijze van criminele Romabendes. Volgens hen staat aan het hoofd van de bende meestal een man die tientallen familieleden uitstuurt door Europa. Soms komen er tien tot vijftien voor enkele weken naar Amsterdam. Zij hebben eveneens een leider die geweld vaak niet schuwt als de buit tegenvalt.

Op straat is brigadier Sander bij het volgen van de verdachten aangekomen op perron twee van het Centraal Station. De man; groene pet, halflange donkere jas, beige broek en witte sportschoenen, zit op een bankje. De vrouw; zwarte paardenstaat, zwarte jas, lange rok en witte slippers, spreekt toeristen aan. Ze beseffen niet dat ze bekeken worden door vijf agenten in burger. Florin bestudeert de borden met vertrektijden, een agent leunt tegen een pilaar, twee anderen volgen de vrouw richting de internationale reizigersinformatie en Sander praat met Frank Buis.

Deze freelance videojournalist, gestoken in een lichte spijkerbroek en een spijkerjas, is bijna altijd in de Amsterdamse binnenstad te vinden. Hij maakt beelden van criminele activiteiten voor AT5, de Amsterdamse stadszender, en voor SBS6. Ook zonder camera is hij op zoek en tipt hij de politie als hij iets verdachts ziet, zoals bij de man en vrouw op het Damrak. „Ik heb al zo veel zakkenrollers gepakt”, zegt hij. En tegen Sander: „Hé, dat kleintje is gepakt hè. Hij had zestien telefoons bij zich.”

Na drie kwartier zonder de man en vrouw te hebben kunnen betrappen op diefstal besluit Sander een praatje te maken. Sander: „U spreekt heel veel mensen aan”. Vrouw: „Nee, is niet.” Sander: „Jawel, dat hebben wij gezien, u heeft mensen lastiggevallen, wij noteren even uw gegevens.” Vrouw: „Ik ga trein pakken naar Haarlem.” Sander: „Heeft u al een kaartje?” Vrouw: „Ja.” Sander: „Mag ik dat kaartje zien.” Vrouw: „Ik wilde nu kaartje gaan kopen.”

Vervolgens ontkent ze dat de man op het bankje bij haar hoort. Ze is afkomstig uit het Kroatische Zagreb en heeft een verblijfsvergunning voor twee jaar. Ze ontkent dat ze bedelde. „Ik vraag werk aan mensen op straat.” Nadat ze belooft geen mensen meer aan te spreken en snel een openstaande boete te betalen, mag ze gaan. Als Esther haar gegevens op het bureau natrekt, blijkt ze eerder te zijn aangehouden. Voor zakkenrollerij en inbraak.

    • Wilmer Heck