Outsider Saab krijgt een herkansing

Na het afhaken van de Europese concurrentie is er nog één concurrent voor de JSF. Gisteren presenteerde Saab de Gripen Next Generation. „Wij hopen op een eerlijke vergelijking.”

De Next Generation is een doorontwikkeling van de Saab Gripen, die in 2010 op de markt moet komen.

Afgelopen maandag kwamen ze elkaar per ongeluk tegen. Commercieel directeur Bob Kemp en testpiloot Magnus Olsson van de Zweedse vliegtuigbouwer Saab stonden in het krappe wachtlokaaltje voor de Haagse Frederik-kazerne om te worden toegelaten tot de directie materieel van de Koninklijke Luchtmacht, toen plotseling de deur openging en een rijzige gestalte binnenstapte. Tom Burbage, directeur van Lockheed Martin en producent van de Joint Strike Fighter (JSF), was met zijn ondergeschikten op weg naar buiten.

Dat Lockheed Martin en Saab elkaar tegen het lijf liepen was niet de bedoeling, maar het was ook geen toeval. Afgelopen maandag verliep de inzendtermijn voor de honderden vragen die het Nederlandse ministerie van Defensie heeft gesteld aan de twee fabrikanten die nog in de race zijn om vanaf 2012 de opvolger van de F-16 te leveren. Voordat in 2010 een definitieve keuze voor de JSF wordt gemaakt, moeten de alternatieven nog één keer worden bekeken, heeft het kabinet bepaald. Twee belangrijke concurrenten, Eurofighter en het Franse bedrijf Dassault – producent van de Rafale – bedankten echter vriendelijk voor de eer. Volgens beide bedrijven staat het toch al vast dat Nederland de JSF gaat kiezen.

Daarmee zijn er officieel nog drie kandidaten over: de Gripen van Saab, de JSF en de ‘Advanced’ F-16. Maar aangezien de twee laatste toestellen worden gebouwd door Lockheed Martin, is het voor iedereen duidelijk dat de JSF nog maar één concurrent heeft.

In 2002 schrapte de luchtmacht de Gripen nog als mogelijke opvolger van de F-16. Maar in mei van dit jaar dwong PvdA-woordvoerder Angelien Eijsink staatsecretaris van Defensie Jack de Vries het Zweedse toestel opnieuw in beschouwing te nemen.

Tijdens de luchtvaartbeurs op Farnborough, in juni van dit jaar, leken de Amerikanen er vanuit te gaan dat de buit al binnen was. Nederlandse parlementariërs waren geïrriteerd door de slappe ontvangst bij Lockheed Martin, maar waren duidelijk onder de indruk van de presentatie bij Saab.

Om dat recht te zetten, kwam Lockheed-topman Burbage afgelopen maandag zelf naar Den Haag om de antwoorden op het Nederlandse Request for Information persoonlijk in te leveren. Hij nam de gelegenheid te baat om achter gesloten deuren te spreken met de vaste Kamercommissie van Defensie. Geert Wilders en Defensiewoordvoerder Hero Brinkman van de Partij voor de Vrijheid kregen zelfs een persoonlijke briefing van Burbage. Want met de PVV aan boord hebben de partijen die kritisch staan ten opzichte van de JSF (Behalve de PvdA SP, GroenLinks, D66 en de Partij voor de dieren) een meerderheid.

Het verkoopteam Gripen International, het Saab-bedrijf dat de Gripen aan de man moet brengen, koos voor een publieke presentatie, in het Haagse Nieuwspoort. Testpiloot Magnus Olsson („1.000 vlieguren op de Gripen”) deed de kwaliteiten van de nieuwe Gripen Next Generation uitgebreid uit de doeken. „We hebben een goed verhaal’’, zei Olsson. In 2002 had Defensie de Gripen letterlijk te licht bevonden voor de Koninklijke Luchtmacht. De Zweedse jager kon niet genoeg brandstof en wapens meenemen, vond Defensie.

Maar in 2002 was de Gripen Next Generation nog niet op de markt. Met een flitsende powerpointpresentatie liet Olsson zien dat de tekortkomingen op het gebied van de actieradius en bewapening zijn overwonnen. Daarna somde hij alle andere verbeteringen van de ‘NG’ op: de nieuwste AESA-radar en infraroodsensoren, niet één, maar twee datalinks om digitale informatie over het slagveld te verzenden („alleen de F-22 heeft dat ook”) en – zeer gewild bij jachtvliegers – supercruise, het vermogen om zonder kerosineslurpende nabranders (en dus voor langere tijd) sneller te vliegen dan het geluid. Volgens Olsson kan de ‘NG’ daarmee de vergelijking met andere toestellen aan. Tijdens oefeningen hebben we gevlogen tegen de beste vliegtuigen ter wereld, en we deden het prima.”

Tot nu toe leek de Gripen vooral een exportproduct voor landen met een wat smallere beurs: behalve de Zweden vliegen de Tsjechische, Hongaarse en Zuid-Afrikaanse luchtmacht inmiddels met de Gripen. Bij Lockheed Martin zag men de Zweedse jager dan ook vooral als een concurrent van hun eigen product voor die markt: de ‘Advanced’ F-16. Maar het afgelopen jaar heeft de Gripen zich ontwikkeld tot een directe concurrent van de JSF. Ook in Denemarken en Noorwegen gaat het inmiddels tussen de JSF en de Gripen ‘NG’.

Het Zweedse toestel heeft daarbij één belangrijke troef in handen: prijs. Daar waar het nog steeds onzeker is wat de JSF gaat kosten, maakte Saab gisteren bekend dat het binnen het Nederlandse budget van 5,67 miljard euro de 85 toestellen kan leveren die Nederland zegt nodig te hebben. Volgens Saab-directeur Bob Kemp is de Gripen bovendien stukken goedkoper in het gebruik. „Met de Gripen besparen jullie 6 miljard euro”, zei hij. „Daar kun je een heleboel scholen en ziekenhuizen voor bouwen.”

Maar het is de vraag of de Gripen Next Generation voor Defensie een serieuze kandidaat is. Begin volgend jaar al wil de luchtmacht het eerste JSF-testvliegtuig bestellen. Vóór die tijd moet de laatste studie naar een mogelijk alternatief zijn afgerond. Al eerder beklaagden de Zweden zich over de ‘onredelijke’ termijn waarop ze antwoord moesten geven op het Nederlandse verzoek om informatie. Defensie gaf daarop uitstel tot 25 augustus, maar ook die deadline was te krap, zei Saab. Het concern zegt nog enkele weken nodig hebben om de laatste vragen te beantwoorden. Defensie heeft nog niet laten weten of het daarmee akkoord gaat.

Saab rekent daar wel op. „Wij hopen op een eerlijke en en gedetailleerde kandidatenvergelijking”, zei Kemp. „Volgens ons is er meer dan voldoende tijd.”

    • Steven Derix