Ouderlokkers

De supermarkten doen er alles aan om klanten naar de winkel te trekken. Dat doen ze onder andere met speciale bonuspasjes, ledenkortingen, spaaracties, en plaatjes voor de kinderen.

Het wagentje met 1 euro. Foto E. Wijman Wijman, E.

Sinds vorige week loopt bij onze supermarkt weer zo’n spaaractie met dierenstickers. De ‘Dierenwereld spaaractie’ wordt door Deen Supermarkten nadrukkelijk als goed doel aangeprezen: „Doe mee en steun het Wereldnatuurfonds.” Bij elke 10 euro aan boodschappen krijg je een pakje met stickers van wilde dieren, die je in een bijbehorend boek moet plakken. Het boek moet je voor 2,50 euro kopen waarvan 1 euro naar het Wereldnatuurfonds gaat.

Twee jaar geleden had Deen ook al zo’n actie met wildedierenplaatjes en die miste zijn effect niet op mijn dochters en hun klasgenootjes. Zij ontpopten zich tot stickerjunks met slechts één doel: dat boek vol. Maar toen veel kinderen na een paar weken hun album vol hadden, deelde Deen op vertoon van een vol stickerboek gratis een nieuw boek uit. Voor niks. En van niks gaat dus ook niks naar het Wereldnatuurfonds, dat er bij elk boek dus een euro bij inschoot. Goededoelenmarketing, maatschappelijk verantwoord ondernemen, het blijft vaak steken in opportunisme.

De dierenstickers zijn net als de Welpies, Wuppies en Smurfen van Albert Heijn als kinderlokkers vermomde ouderlokkers, die de koopspieren tot aan de pijngrens oprekken.

In die stemming ga ik dus naar de supermarkt. Het is druk, de winkelwagens zijn haast op, ik vraag aan een mevrouw die haar winkelwagen terug komt brengen of ik haar wagentje kan overnemen. Ik wil haar mijn 50 cent al toesteken. Ondertussen hoop ik dat ze er niet zo’n waardeloze winkelwagenmunt van de Postbank of Arke in gedaan heeft.

Maar zij reageert met: „Dan krijg ik 1 euro van u.”

„Een euro? Er moet toch 50 cent in?” zeg ik, op veel te bitse toon. Was die inhalige kruideniersmentaliteit nu ook al naar de klanten van Deen overgeslagen, dacht ik.

Ik probeer een lach. Zij lacht niet. Ze glimlacht geeneens. Ze kijkt me strak aan. Ik begrijp: het is geen geintje. Dan vervolgt ze: „Ik heb er daarstraks 1 euro in gedaan. Een euro past ook.”

Ik blijf blijkbaar ongelovig kijken. Ze duwt haar karretje resoluut in de rij andere karretjes en verlost de munt uit het, ja, hoe noem je dat, statiegeldkluisje. „Kijk”, wijst ze. „1 euro.” Ze houdt hem omhoog, en stopt ’m dan in haar jaszak.

Ik kan niks anders stamelen dan dat ik niet wist dat 1 euro ook past.

„Ik eerst ook niet”, roept ze terug, „ik weet het van collega’s op mijn werk.”

Ze zegt me gedag en laat mij achter met mijn luizige 50 cent.

Op naar nieuwe dierenstickers.

Bij mijn 19,50 euro aan boodschappen geeft de caissière me maar één pakje dierenstickers. Het staat op de bon: „1 WNF Stickers.” Op 50 cent na had ik twee pakjes gehad.