‘Onafhankelijkheid is wassen neus’

Naar de maatstaven van het recht is het Russische optreden jegens Abchazië en Zuid-Ossetië „een onrechtmatige inmenging in Georgië”, zegt volken-rechtexpert Nico Schrijver.

Nico Schrijver is hoogleraar internationaal recht aan de Universiteit Leiden en tevens lid van een van de belangrijkste mensenrechtencommissies van de Verenigde Naties. Hij zegt dat de Russen „best een punt hebben” als zij aanvoeren dat de rechten van de Abchazische en Osseetse minderheden in Georgië onder druk staan. „Maar die situatie rechtvaardigt op geen enkele wijze het onorthodoxe Russische optreden – eerst de excessieve militaire interventie, daarna de erkenning van beide regio’s als onafhankelijke staten.”

De Russische president Dmitri Medvedev trok gisteren een parallel met het optreden van het Westen jegens de Servische provincie Kosovo. Daar riep de etnisch-Albanese meerderheid in februari eenzijdig de onafhankelijkheid uit, waarna veel westerse landen tot erkenning overgingen, tot grote ergernis van Moskou.

Schrijver heeft de gang van zaken rond Kosovo altijd betreurd en als onjuist bestempeld. „Het Westen zei dat Kosovo op zichzelf stond. Dat heeft mij nooit kunnen overtuigen. Er zijn zeker verschillen tussen de afscheidingen van Servië en Georgië, onder andere in de voorgeschiedenis en de rol van de Verenigde Naties, maar ik vreesde dat de geest uit de fles zou gaan en dat afscheidingsbewegingen elders ‘Kosovo’ zouden aangrijpen als precedent. Van de strategische implicaties van die stap hebben de westerse regeringen zich onvoldoende rekenschap gegeven.”

De Leidse hoogleraar noemt het „buitengewoon triest” dat nu op grond van etnische en culturele tegenstellingen nieuwe staatkundige scheidslijnen worden getrokken. „Je zou hopen dat er door de verbeterde status van de mensenrechten méér mogelijkheden zouden komen voor multi-etnische staten waarin diverse bevolkingsgroepen vreedzaam naast elkaar leven. Maar wanneer er nu opeens weer nieuwe staten ontstaan die etnisch homogeen zijn, dan is het hek van de dam en staat ons nog heel wat te wachten. Denk aan Macedonië, Bosnië-Herzegovina, Rusland zelf (Tsjetsjenië!) en vele andere lappendekenstaten.”

Meerderheden mogen minderheden niet onderdrukken. De rechten op het vlak van taal, godsdienst, cultuur en dergelijke zijn internationaal beschermd. Dat geldt binnen elk staatsverband, of het nu Friezen in Nederland, Basken in Spanje of Osseten in Georgië betreft. Maar een ‘onafhankelijke staat’ uitroepen kan naar geldend recht alleen onder zeer extreme omstandigheden en onder nauwkeurig geformuleerde voorwaarden, zegt Schrijver.

Voor uitoefening van het recht op ‘externe zelfbeschikking’ is in de eerste plaats vereist dat er sprake is van een volk. Schrijver: „Dat ligt in het geval van Abchazië en Zuid-Ossetië niet zo eenvoudig. Het zijn waarschijnlijk niet meer dan etnisch homogene enclaves, te vergelijken met Quebec in Canada. Maar dat is onvoldoende om van een volk te kunnen spreken.”

In de tweede plaats moet er sprake zijn van een ernstige schending van de mensenrechten. Schrijver: „Georgië heeft in Zuid-Ossetië weliswaar niet handig geopereerd en het vuurtje daar behoorlijk opgestookt, maar toch niet zodanig dat er sprake was van een flagrante schending van de mensenrechten, laat staan genocide zoals Rusland nu beweert.”

Ten slotte kan afscheiding gerechtvaardigd zijn als dat de enige oplossing is. Schrijver: „Ook aan deze voorwaarde is niet voldaan. Andere opties waren en zijn bij lange na niet uitgeput.”

De onafhankelijkheid van Abchazië en Zuid-Ossetië zal een wassen neus blijken, voorspelt de Leidse volkenrechtexpert. „Het worden stromannenstaatjes van Rusland, wat dat betreft lijkt het op geopolitieke annexatie. Ze zijn zo klein en zwak dat ze tot in lengte van jaren zijn aangewezen op buitenlandse bijstand. Net als Kosovo trouwens.”

    • Joop Meijnen