Nu ook op het racecircuit: PSV-AC Milan

Komend weekeinde begint de Superleague Formula, een nieuwe autosportklasse.

De raceauto’s worden vertegenwoordigd door voetbalclubs.

Wat hebben autosport en voetbal met elkaar te maken? Ogenschijnlijk niets. Maar vanaf komend weekeinde kunnen voetbalsupporters hun club niet alleen langs het veld aanmoedigen, maar ook langs het racecircuit. In de Superleague Formula rijden tien raceteams met elk twee auto’s en elke auto is verbonden aan een voetbalclub. PSV is de enige Nederlandse club die meedoet en wordt vertegenwoordigd door het team van Azerti Motorsport.

De belangrijkste reden voor PSV om mee te doen aan deze nieuwe raceklasse is het marketingconcept, zegt Peter Kentie, manager marketing en media van de club uit Eindhoven. „Je brengt het merk PSV op een andere manier onder de aandacht”, aldus Kentie. Buiten de races om zullen activiteiten georganiseerd worden om het publiek te vermaken. Daarnaast zullen de paddock en de garages van de teams open zijn voor het publiek. „Daarmee betrek je de supporters bij het gebeuren.”

De clubs betalen niets voor hun deelname. Ze worden wel geacht sponsors aan te trekken en delen mee in de opbrengst uit sponsorgeld, verkoop van tv-rechten en merchandising. Alex Andreu, directeur van de Superleague Formula, verwacht vanaf het derde jaar winst te maken. Eenderde daarvan is voor de teams.

Elke race wordt een miljoen euro aan prijzengeld verdeeld. Daarvan is een deel voor de clubs en een deel voor de teams. „De teams hebben beslist dat het prijzengeld in het eerste jaar in de auto’s gestoken wordt”, legt Wim Coekelbergs, teambaas van Azerti, uit. De teams bepalen alles op technisch gebied, de clubs hebben „weinig tot geen inbreng”. „Ieder z’n vakgebied, hè”, lacht de Belg.

Qua competitie is de Superleague Formula het beste te vergelijken met de A1GP, waarin 25 landenteams in identieke auto’s tegen elkaar rijden. Ook in de Superleague Formula rijden de coureurs in identieke wagens, met dezelfde motoren en dezelfde banden. De bolides hoeven niet door de teams zelf aangeschaft te worden, ze worden betaald door de raceorganisatie. Het gaat om zogeheten singleseaters, er is plek voor één coureur, met een V12 motor en een vermogen van 750 pk. „Qua motoren komt de auto dicht in de buurt van een Formule 1-wagen”, zegt Robert Doornbos. Hij wordt de coureur van AC Milan. Coekelbergs: „Het zijn snelle bolides. Ze zitten qua snelheid tussen de Formule 1 en de GP2 in. De topsnelheid bedraagt meer dan 300 km per uur.”

Omdat de auto’s identiek zijn, is de keuze van de coureur bepalend. PSV heeft gekozen voor Yelmer Buurman. De 21-jarige coureur reed eerder onder andere in de Formule 3 en de GP2. Hij past binnen het profiel dat de club van tevoren heeft opgesteld. De coureur moest een jong talent zijn, zegt Kentie. „Bij ons worden veel jonge talentvolle voetballers opgeleid. Ze doen ervaring op bij PSV. Daarna worden ze meestal doorverkocht aan de grote clubs. Dat principe willen we ook bij de Superleague Formula doorvoeren. We willen een jonge, talentvolle coureur die in de Superleague Formula een kans krijgt en hopelijk later ooit in de Formule 1 zal rijden.”

Daarom koos PSV niet voor iemand als Doornbos.

Doornbos zelf was „verrast” dat hij door AC Milan benaderd werd. „Bij het team zitten veel voormalig medewerkers van het Minardi F1 Team, waar ik mijn Formule 1-debuut heb gemaakt in 2005. Onder anderen de technisch directeur Gabriele Tredozi en teammanager Giovanni Minardi. Het voelde dus direct bekend en goed aan. Toen zij mij een goed aanbod deden, hoefde ik niet lang na te denken”, licht Doornbos toe. Hij heeft een contract voor een jaar getekend.

Of de Superleague Formula ook een succes wordt, is afwachten. Er zijn al talloze autosportklassen – Formule 1, A1GP, Formule 3, Champcar, DTM, noem maar op. Doornbos: „De populariteit van de raceklasse moet zich natuurlijk bewijzen. Wordt er veel ingehaald? Wat is het niveau van de rijders? Zijn de rijders en wagens bereikbaar voor het publiek?”

De teams hebben zich voor minimaal drie jaar aan de race verbonden. In het eerste jaar wordt op zes circuits gereden, alle in Europa. Uiteindelijk wil de organisatie zeventien races houden, waarvan ook enkele buiten Europa. Een wedstrijd bestaat uit twee races van 50 minuten, waarvan de tweede in omgekeerde startvolgorde wordt gereden; de winnaar van de eerste race start achteraan.

Komend weekeinde is de eerste wedstrijd, op het circuit van Donington in Groot-Brittannië. Is PSV niet bang voor imagoschade als het raceteam niet goed presteert? „Dat is het risico dat je neemt. Dat is identiek aan het risico bij voetbal”, reageert Kentie nuchter.

    • Ank Swinkels