Koude hand na illusie

Mensen kunnen makkelijk in de waan worden gebracht dat een rubberen hand hun eigen hand is.

Onderzoek hiernaar zou pijnpatiënten kunnen helpen.

Wie in de illusie verkeert dat een rubberen hand zijn hand is – en daar hoef je geen psychiatrisch patiënt voor te zijn – ziet de temperatuur dalen van zijn echte, eigen hand. Dit blijkt uit een experiment dat gisteren online verscheen in het wetenschappelijke blad Proceedings of the National Academy of Sciences (Early Edition). Het suggereert, schrijven de onderzoekers, dat temperatuurregulatie onder invloed staat van ‘hogere cognitieve verwerking’: het bewustzijn van de plaats van ons lichaam in de ruimte. We moeten weten waar ons lichaam is om het warm te kunnen houden.

De proefopstelling van het onderzoek werd tien jaar geleden bedacht en brengt een krachtige illusie teweeg: wanneer de proef slaagt (bij ongeveer 60 procent van de deelnemers), – en dat gebeurt meestal – krijgt de proefpersoon minutenlang het gevoel dat een rubberen arm zijn eigen arm is. Als de rubberen hand gestreeld wordt, lijkt het alsof de eigen hand geaaid wordt. De proefpersoon wéét dat het niet waar kan zijn, maar voelt het wel. Deze, en vergelijkbare illusies zijn zo sterk dat wanneer iemand de rubberhand met een injectienaald prikt, er alarmcentra in de hersenen actief worden.

Maar wat gebeurt er intussen met de eigen hand die tijdens het experiment buiten beeld ligt? Dat had nog niemand uitgezocht, tot onderzoekers van Oxford University ermee aan de slag gingen, samen met studenten van de Hogeschool Leiden. Uit temperatuurmetingen kwam een duidelijk antwoord: de hand bleek gemiddeld 0,25 graad Celsius kouder te worden tijdens de illusie. Is het gevoel van ‘bezit’ van de rubberen hand erg sterk, dan kan de temperatuur zelfs meer dan 1 graad afnemen.

Controleproeven maakten hard dat alleen díe hand kouder wordt (niet een been, of de andere arm), dat de rubberen hand noodzakelijk was voor het effect, en dat het aaien op zich geen invloed had.

Lorimer Moseley, fysioloog in Oxford en eerste auteur van het artikel, mailt vanuit het vliegtuig: „De temperatuurverlaging houdt aan tot de illusie wordt verbroken.” In de experimenten duurde dat 10 tot 20 minuten. „Ik weet niet wat er gebeurt als we de illusie uren of dagen in stand houden.”

Behalve dat de ‘verloren hand’ afkoelde, gaf de arm ook langzamer signalen door. Om dat te testen, werden vingers van beide handen van de deelnemer gekieteld met een trillend apparaatje. Om de eigenaar het gevoel te geven dat beide handen tegelijk gekieteld werden, moest de verloren vinger ongeveer tien milliseconden eerder trillen dan die van de andere hand. „Dat impliceert een functionele onteigening van het ledemaat”, schrijft Moseley. Hij benadrukt dat sommige patiënten na een beroerte diezelfde vertraging vertonen. Het zijn mensen die na de beroerte de helft van hun lichaam ‘negeren’, ze horen of zien bijvoorbeeld dingen aan één kant van hun gezichtsveld niet meer.

Patiënten met psychiatrische aandoeningen zoals anorexia en schizofrenie hebben vaak ook een verstoorde temperatuurregulatie. „Ik had er nog nooit van gehoord. We weten nog niet in hoeverre dat overeenkomt met de afkoeling die wij vonden.” Misschien hebben die symptomen te maken met een verstoord lichaamsbeeld, speculeert de onderzoeker. Het effect zou ingezet kunnen worden, denkt hij, om patiënten met een complex regionaal pijnsyndroom te behandelen – Moseley’s specialisme. Mensen die aan deze raadselachtige aandoening lijden, hebben pijn en uiteenlopende verschijnselen aan (meestal) een arm of been, na een beschadiging.

Moseley mailt: „De patiënten zeggen vaak dat ze niet het gevoel hebben dat hun ledemaat van hen is en verstoorde temperatuurregulatie is een heel belangrijk symptoom. Misschien kunnen we hun lichaam wel behandelen door het gevoel van bezit van het lichaam te veranderen. Dat is speculatief, maar niet volslagen belachelijk.” Dat doet denken aan spiegeltherapie voor mensen met fantoompijn na amputatie. De Amerikaanse neuroloog Vilayanur Ramachandranin bedacht het in de jaren negentig : zodanig in een spiegel kijken dat het lijkt alsof het geamputeerde lichaamsdeel er weer aan zit, blijkt de pijn soms te verhelpen.

    • Hester van Santen