In de Europese Unie weten de diplomaten het even niet

Nieuwsanalyse

De EU-bemoeienis in Georgië, uitmondend in een staakt-het-vuren, was een succes. Tot Rusland de afvallige regio’s erkende.

De Duitse bondskanselier Angela Merkel was gisteren „optimistisch”: de Europese regeringsleiders, die maandag in Brussel bijeen komen, zullen deze keer eensgezind zijn in hun mening over Rusland.

De Russische erkenning van Abchazië en Zuid-Ossetië had, zei Merkel, een diplomatieke oplossing voor het conflict in Georgië heel moeilijk gemaakt, maar over het afwijzen van die erkenning was Europa het eens. De Europese leiders zouden ook wel begrijpen hoe belangrijk het nu was om één standpunt te hebben over de omgang met dat land.

Maar als de eerste officiële EU-reactie op de erkenningen moet laten zien hoe het maandag zal gaan, lijkt dat optimisme nauwelijks terecht. Zo’n EU-reactie was er niet, ook al deed EU-voorzitter Frankrijk gisteren urenlang zijn best om die wél naar buiten te brengen. Frankrijk had een tekst gemaakt waar de EU-landen op konden reageren. Steeds kwamen die met nieuwe zinnen. Het duurde te lang, vond Frankrijk – dat toen met een eigen reactie kwam, als EU-voorzitter. Voor de buitenwereld maakt dat misschien nauwelijks iets uit, in de EU is het belangrijk: die reactie gaf Frankrijk níet namens alle EU-landen.

Van het idee dat de Europese bemoeienis in Georgië een succes was – Frankrijk kwam met het plan voor een staakt-het-vuren – is in Brussel niet veel meer over. Rusland houdt zich niet aan het akkoord, er zijn nog Russische troepen in Georgië. Frankrijk dreigde met een slechte relatie van de EU met Rusland, maar dat maakte geen indruk. Europa moet het zelf weten, zei Medvedev toen hij Zuid-Ossetië en Abchazië erkende: als het een goede relatie wil met Rusland, dan kan dat. Anders maar niet. „Ons enige succes is dat er niet meer wordt gevochten”, zegt een hoge ambtenaar.

In Brussel weten de diplomaten het even niet. EU-buitenlandcoördinator Javier Solana zou komend weekeinde naar Georgië gaan, en misschien naar Moskou. Maar nu moet eerst worden overlegd met EU-voorzitter Frankrijk.

Ambtenaren en diplomaten verwachten niet dat het maandag ook over Kosovo zal gaan – of de erkenning daarvan wel zo’n goed idee was nu de EU Rusland moet wijzen op de territoriale integriteit van Georgië. De landen die Kosovo hebben erkend, vinden nog steeds dat Kosovo, waarover jaren is onderhandeld, en Zuid-Ossetië en Abchazië, waar de conflicten ‘bevroren’ werden genoemd, niet met elkaar te vergelijken.

De Britse minister van Buitenlandse Zaken David Miliband noemde het wegjagen van de Albanezen uit Kosovo, in 1999, „de grootste oorlogsmisdaad sinds de Tweede Wereldoorlog” – woorden die tot nu toe werden gebruikt voor de massamoord in Srebrenica. Hij bedoelde: daar hebben we het niet over als we over Zuid-Ossetië en Abchazië praten.

Het is juist andersom, vindt de EU. Rusland, zegt een diplomaat, heeft de moral high ground verloren om nog iets te zeggen over Kosovo. „Zag je dat Servië de erkenning van Zuid-Ossetië en Abchazië heeft veroordeeld? Van zo’n beetje hun laatste vriend.”