Fouten uit verleden hinderen banken

Een jaar geleden verwachtten de meeste centralebankiers nog dat er binnen een paar maanden een einde zou komen aan de problemen van het financiële systeem. Dat vertrouwen was grotendeels gebaseerd op hun eigen toezeggingen – om de markten van liquiditeit te voorzien en noodlijdende instellingen te hulp te schieten. De autoriteiten hebben woord gehouden met ruime financieringen en snelle reddingsoperaties, maar de kredietmarkten verkeren nog steeds in moeilijkheden.

Het gaat niet alleen om Fannie Mae en Freddie Mac. Deze twee Amerikaanse hypotheekbanken betaalden vóór de crisis 30 basispunten rente méér dan de Amerikaanse overheid, en vorig jaar rond deze tijd 80 basispunten méér. Nu is het verschil opgelopen naar 110 basispunten.

Min of meer hetzelfde verhaal gaat op voor veel andere soorten schuld – investment grade obligaties (met de hoogste kredietstatus), hoogrenderende obligaties, staatsobligaties van kleine eurolanden, obligaties van financiële instellingen en interbancaire kredieten. Bij al deze effecten is de credit spread (het verschil in rente met die van officiële staatsobligaties) op het hoogste punt aangeland sinds het begin van de kredietcrisis, of aan een duidelijke opmars bezig. De banken willen de kredietverlening verder beperken.

Wat is er aan de hand?

De fouten uit het verleden – te veel kredieten tegen een te lage rente, inclusief een hoop kredieten die buiten de balans zijn gebleven – wegen nog steeds zwaar. De verliezen die verband houden met de Amerikaanse huizenmarkt bedragen nu zo’n 500 miljard dollar en nemen nog steeds toe. Nieuw uitgegeven aandelen hebben een deel van dat gat gedicht, maar nu beleggers steeds minder toeschietelijk worden, hebben banken en effectenmakelaars de winsten uit ruimere credit spreads nodig om de rest van het gat te vullen.

Dan is er nog een ander probleem. Bankiers en toezichthouders zijn tot de conclusie gekomen dat het financiële systeem behoefte heeft aan méér kapitaal, zelfs méér dan voor de kredietcrisis aanwezig was. De ruimere credit spreads dichten dus niet alleen een gat, maar moeten ook de fundering verstevigen.

Tenslotte lijken de verliezen de komende tijd hoger te zullen uitvallen dan het zich nog maar een paar maanden geleden liet aanzien. Bijna overal neemt de groei af, de inflatie zet de bedrijfswinsten onder druk en ironisch genoeg lijden de individuele kredietnemers onder de strengere voorwaarden. Kredietverleners willen hun verwachte toekomstige verliezen opvangen door nu ruimere credit spreads te eisen.

Aan al deze drie factoren ligt een gemeenschappelijk thema ten grondslag. Het stilvallen van de kredietstroom heeft bijgedragen aan de verliezen op de Amerikaanse huizenmarkt. De wens om de vermindering van het vreemd vermogen te schragen door een uitbreiding van het aandelenkapitaal is een teken aan de wand. En de krappere kredietverlening is de oorzaak van een groot deel van de verwachte betalingsproblemen.

Tot nu toe hebben de grote verliezen er echter voor gezorgd dat het afwikkelen van risicovolle kredietposities meer wens dan werkelijkheid is. De banken verruimen de credit spreads slechts om hun hoofd boven water te kunnen houden. Om uit te komen waar ze willen, zullen de credit spreads nog verder moeten toenemen.

Edward Hadas

Vertaling Menno Grootveld

Voor meer commentaaruit Londen: www.breakingviews.com

    • Edward Hadas