Even geduld, a.u.b.

Zou het Westen zich een nieuwe Koude Oorlog kunnen veroorloven? Vragen we ons eerst af, wat de vorige Koude Oorlog was. Een worsteling tussen twee supermachten om de mondiale hegemonie, niet alleen in klassieke zin, met het vestigen van invloedssferen en een bewapeningswedloop. De Koude Oorlog was ook een ideologische strijd, waarbij beide partijen hun vijand binnen de grenzen hadden. In West-Europa waren dat in het begin de sterke communistische partijen. Na Boedapest, 1956, en Praag, 1968, was dat gevaar definitief voorbij. In het Sovjetblok was het op den duur de massa die hoe langer hoe meer te lijden had van de falende commando-economie en de censuur. Bij voorbaat gaf men zich gewonnen aan de verleidingen van de vrije markt, de overvloed van alles, de consumptiecultuur. Het Oostblok is aan zijn innerlijke desorganisatie bezweken en daarmee was de Koude Oorlog afgelopen.

Bij de korte oorlog in Georgië en het vervolg gaat het om de afbakening van invloedssferen. Na de opheffing van de Sovjet-Unie in 1991 keerden Moskou’s voormalige Europese satellieten in cultureel en economisch opzicht snel terug tot het Westen. Een natuurlijk proces, dat in 1999 militair werd bevestigd met de toetreding van Tsjechië, Polen en Hongarije tot de NAVO. Vijf jaar later volgden de Baltische staten, Slowakije, Slovenië, Roemenië en Bulgarije. In zekere zin is het te beschouwen als de vervulling van de roll back, de theorie van John Foster Dulles, Amerikaans minister van Buitenlandse Zaken die de Sovjet-Unie wilde terugdringen, desnoods met militaire middelen. Gelukkig is het er toen niet van gekomen. Het heeft wel veertig jaar geduurd, maar de politiek van containment, de indamming van de tegenstander, heeft beter gewerkt. Het wordt tijd om George Kennan, de bedenker van dit beleid, weer eens te lezen.

De crisis om Georgië, Abchazië en Zuid-Ossetië is geen ouverture tot een ‘nieuwe Koude Oorlog’. Moskou verzet zich tegen een westelijke politiek die het als een omsingeling beschouwt. En hoe vervelend of tragisch we dat ook kunnen vinden, het Westen is in laatste instantie niet bereid en heeft ook geen mogelijkheden om daadwerkelijk voor president Saaskasjvili in de bres te springen. Georgië wordt ook geen lid van de NAVO en Oekraïne evenmin.

Bijna twintig jaar later valt de overwinning van het Westen in de Koude Oorlog niet verder te exploiteren. Dat had bondskanselier Merkel goed begrepen toen ze zich op de NAVO-conferentie in Boekarest in mei van dit jaar tegen verdere uitbreiding verzette. Dat had voor Saakasjvili een waarschuwing moeten zijn.

Is er trouwens nog een strijd om de wereldhegemonie? Wie zouden daarvoor de kandidaten kunnen zijn? China, Rusland weer in opkomst, later misschien India, het Westen? Met de Olympische Spelen hebben de Chinezen een overtuigende reclame voor hun wereldmacht gemaakt, maar dit wil niet zeggen dat Peking buiten zijn invloedssfeer een beslissend beleid kan voeren (afgezien van de vraag of het dit zou willen). Het Rusland van Medvedev en Poetin is opnieuw een wereldmacht die zichzelf op een realistische manier bevestigt, maar verder geen pogingen doet om de mondiale verhoudingen naar zijn hand te zetten. Voor India is het nog te vroeg. De enige macht die nog met een universele boodschap komt, is het Westen.

In hoeverre is de rest daarvoor ontvankelijk? Sinds de voorbereidingen tot de aanval op Irak is het bondgenootschap in staat van trage ontbinding. In de Amerikaanse verkiezingsstrijd kunnen we nu horen dat de oorlog daar gewonnen of bijna gewonnen is. Wie weet. Meer dan 4.000 Amerikaanse soldaten en omstreeks 100.000 Irakezen kunnen het niet navertellen en 2,5 miljoen vluchtelingen zullen er misschien anders over denken.

In ieder geval heeft Washington, door zich in Irak uit te putten, de oorlog in Afghanistan verwaarloosd. Die is in de loop van 2007 herontdekt. We willen in het hele Midden-Oosten en in Pakistan de democratie verbreiden. En de ‘lange oorlog tegen het terrorisme’ is nog niet gewonnen.

Zeven jaar na de aanval op het World Trade Center zijn de tegenstanders van het Westen talrijker, de fronten langer, de successen schaars, maar de officiële doelen van onze politiek ambitieuzer dan ooit. Wat is ‘onze’ politiek? Dat hangt ervan af welke nationaliteit je hebt. Sinds het begin van de oorlog hebben de Duitsers en de Fransen zich gedistantieerd van Washington waar uiteindelijk over het beleid wordt beslist. Onder Tony Blair was het Verenigd Koninkrijk de trouwste vriend. Dat heeft hem de kop gekost. Brown pakt het aanmerkelijk voorzichtiger aan. Tussen Berlusconi en de Amerikaanse president bestaan nog de allerhartelijkste verhoudingen. Met onze premier is het zo te zien niet veel minder.

Wat in de Koude Oorlog het machtigste bondgenootschap ter wereld was, is, geconfronteerd met de nieuwe dreigingen van deze eeuw, verdeeld geraakt. Hoe aan dit nauwelijks verholen schisma een eind moet worden gemaakt, is een van de grote twistpunten in de Amerikaanse verkiezingscampagne. John McCain heeft aangegeven dat hij als president het beleid van zijn voorganger in grote trekken wil continueren. Barack Obama wil Change, maar hoe hij dat precies zou aanpakken, blijft nog onduidelijk. Als kleine trouwe bondgenoot heeft Nederland er alle belang bij te weten welk buitenlands beleid de nieuwe president in de radicaal veranderde wereld zal volgen. Voor Afghanistan hebben we al bijgetekend tot 2010, zonder een flauw idee te hebben van wat de opvolger van Bush van plan is. Zouden we ons nu ook in een ‘nieuwe Koude Oorlog’ laten betrekken? Gezien de ervaringen met Irak in 2003 is het niet helemaal ondenkbaar. Nog even wachten met de volgende grote beslissing, tot de nieuwe president is geïnaugureerd, dat is het minste wat we van Den Haag mogen verwachten.

Reageren kan op nrc.nl/hofland

    • H.J.A. Hofland