Anwars roep om eenheid slaat aan

De Maleisische oppositieleider Anwar Ibrahim keert terug in het parlement. Hij bepleit meer eenheid tussen de rassen, maar het is onduidelijk hoe hij dat wil bereiken.

Aanhangers van Anwar Ibrahim. Dissidenten in de regeringscoalitie BN hebben na Anwars verkiezingsoverwinning gisteren het aftreden van premier Abdullah geëist. Foto Reuters Dankzij Anwar zien Maleisiërs de oppositie weer als alternatief voor de regering, zegt blogger Steven Gan. Foto Reuters Supporters of Malaysia's opposition figure Anwar Ibrahim pose with masks of Anwar as they campaign ahead of Tuesday's by-election in Permatang Pauh, about 370 km (230 miles) north of Kuala Lumpur, August 25, 2008. Malaysia's opposition alliance, which backs Anwar in his bid to return to parliament, said on Monday that some of its supporters had been removed from voter lists ahead of a crucial by-election. REUTERS/Bazuki Muhammad (MALAYSIA) REUTERS

„Goed nieuws, hè!”, roept zakenman Kumar uit Kuala Lumpur als hij de telefoon opneemt. Gisteren heeft de Maleisische oppositieleider Anwar Ibrahim met ruime meerderheid een tussentijdse verkiezing in de noordelijke regio Permatang Pauh gewonnen, waardoor hij terugkeert in het Maleisisch parlement. Kumar: „Ik hoop dat hij doorvecht voor de post van premier. Hij heeft zoveel beloftes gemaakt over de gelijkheid van de rassen. Nu hoop ik dat hij daar ook werkelijk voor gaat.”

Vóór de verkiezingen had Kumar al verteld waarom hij, net als zo veel andere leden van de Indiase minderheid, schoon genoeg heeft van de huidige regering. Een heel verhaal, dat begint bij de onafhankelijkheid van de Britten 51 jaar geleden. „Toen waren er al drie rassen in dit land. De Britten hebben nooit gezegd: dit land is voor de Maleiers. Maar de Maleiers hebben een meerderheid en bepalen de regels.”

Volgens die regels krijgen Maleiers bepaalde voordelen: in het onderwijs, bij sollicitaties voor overheidsbanen of bij het zakendoen met de overheid. Kumar vertelt dat hij bij zijn apothekersbedrijf een Maleier in de directie heeft, alleen om importvergunningen te kunnen krijgen. „Die man krijgt een deel van de winst, maar doet niets! Hij verhuurt alleen zijn naam.”

Met zijn boodschap van ‘eenheid tussen de rassen’ heeft Anwar Ibrahim een gevoelige snaar geraakt. Het was een van de redenen dat zijn alliantie van oppositiepartijen Pakatan Rakyat een recordresultaat behaalde bij de landelijke verkiezingen in maart. En dat hij gisteren won, met 31.195 tegen 15.524 stemmen. Nu Anwar morgen terugkeert in het parlement, hopen vooral Chinezen en Indiërs dat hij meer voor hen zal doen dan de regering van de Barisan Nasional (BN), de coalitie die sinds de onafhankelijkheid regeert.

Gesprekken in Maleisië komen al snel op de rassenkwestie. Een Chinese jongen vertelt in de metro van Kuala Lumpur dat hij in Groot-Brittannië studeert, omdat het voor Chinese jongeren moeilijk is een plaats aan de universiteit te bemachtigen. Indiase juristen klagen tijdens een etentje dat ze zelfs achtergesteld worden op immigranten uit Indonesië. Die worden gezien als bumiputra – zoals de rassen die een voorkeursbehandeling krijgen worden genoemd – omdat ze moslim zijn. Een Indiase gids vertelt dat vrienden van hem moslim zijn geworden, alleen om bumiputra-status te krijgen. En een consultant met Nederlands-Chinese wortels vertelt dat het Maleisische onderwijspeil daalt, omdat het niveau wordt aangepast aan de Maleiers die ook met lage cijfers worden toegelaten.

Dat de ontevredenheid werd vertaald in een massale stem van minderheden voor de oppositie komt mede door de Hindu Rights Action Force (Hindraf), een Indiase beweging die het afgelopen jaar is ontstaan. In folders – in het Engels én Chinees – sommen ze op hoeveel beter de bumiputra het wel niet hebben dan de minderheden. Elke Indiër die gevraagd wordt naar politiek noemt de Hindraf, in een cd-winkel in Penang verkopen ze Hindraf-liedjes.

Dat Anwar de verschillende rassen weet te binden, was duidelijk te zien bij zijn campagnebijeenkomsten in Permatang Pauh. Oudere Chinese mannetjes kwamen daar samen met jonge Indiërs en Maleise gezinnetjes. Sociaal werker Edwin Tan legde op een van die bijeenkomsten gepassioneerd uit waarom hij Anwar steunt. „We zijn hier geboren, maar wij en de Indiërs zijn tweederangs burgers. Als Chinees moet je alleen maar tienen halen om toegelaten te worden tot de universiteit. Zelfs als we maar voor 75 procent gelijke rechten krijgen, ben ik tevreden.”

Voor de Maleier Lan Azmen, die met zijn vrouw en andere familieleden op een kleedje naar de toespraak heeft geluisterd, was de oproep tot eenheid het belangrijkste wat Anwar die avond had gezegd. „Omdat wij een meerderheid zijn, moeten we een eenheid vormen met de andere rassen.”

Maar voor sommige Maleiers is gelijkheid bedreigend, iets wat de BN tijdens de laatste campagne gebruikte om stemmen te trekken. Campagnemedewerkers kwamen bijna uitsluitend van de Maleise partij binnen de BN, om de Maleise stem zo effectief mogelijk binnen te halen. In campagnemateriaal werd Anwar gepresenteerd als spion van de Chinezen en ‘verrader van zijn eigen ras’.

Een 52-jarige Maleise vrouw uit Permatang Pauh, die tijdens de campagne langs de deuren ging om stemmen te trekken voor Barisan Nasional, legt uit waar ze bang voor is. „Als Anwar de macht heeft, zal hij de voorkeurspositie van de Maleiers doen verdwijnen. Maar voor mij is die voorkeurspositie erg belangrijk. Deze grond is van de Maleiers, de Indiërs en Chinezen kwamen later.”

Het blijft voor de Chinezen en Indiërs afwachten in hoeverre Anwar ‘gelijke rechten’ zal bezorgen. Om de Maleise meerderheid niet voor het hoofd te stoten, benadrukt de partij van Anwar dat de voorkeurspositie van Maleiers onder hen niet zal verdwijnen. Hij richt zich vooral op het beter beschermen van de rechten die Chinezen en Indiërs nu hebben. Hogeropgeleide Indiërs herinneren zich dat Anwar, toen hij nog vicepremier was voor de BN, een pro-Maleise en pro-islamitische politiek voerde. „Als je het mij vraagt, is hij degene die al dat shari’a-gedoe begonnen is”, zegt Indiër Hilary Xavier Joseph, die in maart voor het eerst voor de oppositie stemde. „Nu is hij veranderd. Maar misschien verandert hij wel weer terug. We zullen zien.”