Afghaanse papaverteelt volgens VN licht gedaald

De papaverteelt en de productie van opium in Afghanistan zijn voor het eerst sinds jaren gedaald. Dat meldt de drugsbestrijdingsorganisatie UNODC van de Verenigde Naties in een nieuw rapport.

Van de 34 provincies in Afghanistan zijn er nu nu achttien papavervrij, vijf meer dan in 2007, het jaar waarin de papaveroogst in Afghanistan alle records brak. Het land blijft de belangrijkste producent van opium, dat van papaver wordt gemaakt.

De VN constateren dit jaar een duidelijk verband tussen de papaverteelt en de aanwezigheid van strijders van de Talibaan. Een groot deel van de papaverproductie is geconcentreerd in de zuidelijke provincies, waar buitenlandse militairen zware strijd leveren met Talibaan en andere opstandelingen.

Van het oppervlak waar papaver wordt geteeld, valt 91 procent in de provincies Helmand, Farah (in het westen), Kandahar, Uruzgan en Nimroz. Helmand leidt met 66 procent van het totale productieoppervlak, terwijl Uruzgan (6 procent) de grootste areaaluitbreiding kende, met 7 procent ten opzichte van vorig jaar.

„Omdat drugs en opstand elkaar beïnvloeden moeten zij tezamen worden aangepakt – en dringend”, aldus UNODC. De organisatie roept op tot steun aan de Afghaanse regering voor de vervolging van de meest gezochte drugssmokkelaars, die de opstand in Afghanistan financieren.

De productiedaling is volgens de organisatie het resultaat van goed provinciaal bestuur. Ook leidde de huidige droogte tot hogere tarweprijzen, wat daardoor een aantrekkelijk alternatief is geworden voor boeren. Ook was de prijs van opium gedaald door de hoge productie. In Uruzgan werd 113 hectare vernietigd, net iets meer dan 1 procent van het ingezaaide areaal. De UNODC waarschuwde dat in grote delen van het land cannabis de papaver vervangt. In Uruzgan wordt de grootste hoeveelheid cannabis geproduceerd.

Lees het hele rapport over Afghanistan op www.unodc.org