Schaapherder Elvira zit nu in de politiek

In Bolivia is een heuse inheemse revolutie gaande. Indiaanse vrouwen, ooit op de achterste rij in de samenleving, praten nu mee op regeringsniveau.

Elvira Parra zit vol met gezwollen taal over strijd en revolutie. Als zij haar mond opendoet, volgt er steeds weer die onophoudelijke stroom woorden over het inheemse gevecht voor gelijke rechten en kansen in Bolivia. Zelfs als naar haar leeftijd wordt gevraagd. „Ik ben van het jaar 1964. Toen ik klein was, zag ik guerrillero’s in mijn dorp voorbij komen. Die vochten ook voor de rechten van indianen in ons land...”

In een tochtig kantoortje aan de Avenida Perú in La Paz vertelt Parra over het wonder van Bolivia. Parra, gekleed in een dikke jas, is een indiaanse vrouw die in de politiek is beland, bijna ondenkbaar in het Bolivia van vóór de benoeming van president Evo Morales. Nooit had Parra zich kunnen voorstellen dat zij ooit zou deelnemen aan een grondwetgevende assemblee die Bolivia een nieuwe constitutie moest verschaffen. „Als kind zorgde ik voor de schapen van mijn familie. Mijn toekomstperspectief was: werken op het land en kinderen opvoeden.”

Sinds 2006 zat Parra voor de partij van president Morales (MAS: Beweging naar het Socialisme) in de grondwetgevende assemblee. In de nieuwe, controversiële constitutie die zij opstelde, staan onder meer herverdeling van grond en grondstoffen en meer inspraak van inheemse groepen centraal. Parra: „We hebben hier lang op moeten wachten. Eindelijk is er een revolutie gaande. We zullen het nu niet uit handen geven.”

Haar grootmoeder had het „wonder van Evo” al lang geleden voorspeld. In het dorpje Tiwanaku, waar Parra opgroeide, zorgde oma regelmatig voor opwinding. Omdat ze met de geesten kon praten, een soort van visioenen had.

„Mijn grootmoeder kreeg op een nacht een teken in een droom.” Daarop voerde de grootmoeder de volgende dag een ritueel uit met cocabladeren en alcohol. Na het ritueel sprak de geest opnieuw tot haar grootmoeder en vertelde haar onder meer dat er in de toekomst een hevige strijd zou losbarsten in Bolivia en de indianen zouden zegevieren. Parra zegt: „Dat is de strijd die wij indianen nu voeren, voor een beter leven voor de inheemse bewoners van dit land.”

De familie van Parra stamt af van de Inca’s. Haar geboorteplaats Tiwanaku ligt op de Boliviaanse hoogvlakte, vlak bij het Titicacameer. Ooit was het dorp een stad en een voorloper van een Incarijk (tussen het jaar 500 en 900). De plek staat nu op de werelderfgoedlijst van Unesco, vanwege de aanwezigheid van overblijfselen van de stad, deels enkele ruïnes, uit die tijd.

Het was ook de grootmoeder die Parra waarschuwde voor de bergen en grotten in de omgeving. Gevaarlijke plekken met indrukwekkende namen. Daar namen boze geesten mensen mee, die nooit meer werden teruggezien. „Het was waar ook. In mijn tijd zijn daar regelmatig mensen verdwenen.”

Terwijl zij bij haar grootmoeder woonde, werkten haar ouders als „slaven” op een herenboerderij. Totdat zij op een nacht wisten te ontsnappen. „Ze werkten dag en nacht, hadden geen bezit en kregen amper betaald. Het was ook heel moeilijk om ergens anders opnieuw te beginnen”, vertelt Parra.

Op haar dertiende verhuisde ze, in het kielzog van haar ouders, naar La Paz, de regeringsstad van Bolivia. Toen begon ze ook te dromen. Over een ander leven, als vrouw en als indiaanse. „Ik wilde eigenlijk niet zo worden als de moeders uit het dorp. Ik was altijd een leider, iemand die voorop wilde lopen.”

In La Paz ging ze naar de middelbare school en deed ze de verpleegsteropleiding. En vijftien jaar geleden was ze een van de oprichters van MAS. Toen begon ze op dorpsniveau inheemse groepen te organiseren. „De blanken hadden altijd de macht in het parlement omdat wij slecht georganiseerd waren. Ze hadden ook geld en daarmee kochten ze ook vaak indiaanse leiders om, iets wat nog steeds gebeurt.”

Het was slopend werk, het smeden van verbanden, opbouwen van een organisatie van inheemse groepen. „Het ging traag, we hadden geen geld voor campagnes, en deelden dus maar gekopieerde A4’tjes uit op straat”, vertelt Parra. Eerste resultaat: in 1997 kreeg MAS vier mensen in het parlement.

Alle inspanning leidde uiteindelijk tot de verkiezing van Evo Morales tot president in december 2005. Een historisch en emotioneel moment voor de indianen. Parra zegt: „Het was voor de eerste keer in de geschiedenis van Bolivia dat er naar indianen werd geluisterd.”

Op de dag (21 januari 2006) van de inauguratie van Morales liep Parra met haar hele familie de stad in. Het was een bijna surrealistische ervaring. „Iedereen huilde. Mijn vader, mijn moeder, mijn broers. Die dag was een doorbraak, een omwenteling van de Boliviaanse geschiedenis.”