Nog net geen wraking

President Pocar van het Joegoslavië-tribunaal heeft rechter Orie van de zaak-Karadzic afgehaald. Officieel is hij louter om organisatorische redenen terzijde gezet. Zo is voorkomen dat de verdachte Karadzic hem mogelijk succesvol had kunnen wraken, wat een blamage zou zijn geweest.

Alleen door zich te verschuilen achter een ‘procestechnisch’ argument heeft het tribunaal zich dus kunnen redden uit een netelige situatie. Natuurlijk, Orie is een ervaren tribunaal-rechter, een specialist in het internationale strafrecht die als advocaat én rechter al geruime tijd meeloopt en een onberispelijke reputatie geniet. Dat was het probleem niet.

Maar in rechtspolitieke kwesties, zeker met een internationale dimensie, weegt de schijn van vooringenomenheid eveneens zwaar mee. En die schijn werd hier gewekt. Orie oordeelde eerder als rechter over een bondgenoot van Karadzic, parlementsvoorzitter Krajisnik. Orie meende toen dat Krajisnik deel had uitgemaakt van een criminele organisatie: samen mét de huidige verdachte Karadzic. En als advocaat was Orie voordien betrokken bij de verdediging van een andere verdachte: te weten Tadic, een soldaat van Karadzic.

Kan een rechter objectief over de commandant oordelen, wiens soldaat hij eerder verdedigde en wiens rechterhand hij later veroordeelde? Orie was in ieder geval geen onbeschreven blad meer. Hij was iemand die zich een duidelijk beeld had gevormd van het conflict. Mogelijk was dat een correct beeld. Maar een verdachte heeft het recht om bij zijn rechters met zijn verhaal van voren af aan te mogen beginnen. Rechtsgeleerde commentatoren waren er dus snel bij om het tribunaal over Ories aanwijzing te kritiseren. Pas daarna koos president Pocar eieren voor z’n geld.

Op zichzelf stond het hem, net als andere presidenten van rechtbanken, vrij om de samenstelling van rechterlijke colleges te wijzigen. Ook tussentijds. En ook als partijen (nog) geen verzoek tot wraking hebben ingediend. Al is het maar omdat ook rechters ziek kunnen worden of om andere redenen onverwachts afwezig kunnen zijn. Een enkele keer ziet een rechterlijk college zelf een probleem opdoemen en wil men een eventuele wraking voor zijn. Zo blijft de aandacht op het conflict gevestigd en wordt de sfeer in de zaak niet bedorven. Zolang presidenten geen rechtspolitiek bedrijven door kamers samen te stellen met het oog op een gewenste uitkomst, is geen rechter daar tegen. Rechterlijke colleges samenstellen en wijzigen is een delicate aangelegenheid, die om wijsheid vraagt en alleen in stilte gedijt.

Maar daarvoor was het hier te laat. In internationale rechtspraak, evenals in internationale politiek, kijken meer ogen mee en maakt een vallende speld al een harde klap. Aan de zaak-Karadzic kleeft bovendien een Nederlands aspect. Het VN-bataljon dat Srebrenica moest beschermen, bestond uit Nederlandse soldaten die op hun beurt weer met de verdachte Karadzic te maken hebben gehad. Ook zijn paspoort had Orie dus niet mee.

Zijn opvolger is een Jamaicaan. Een prima idee.