Naar school aan de andere kant van de wereld

Jan Hogewoning en Hannah Bragdon (allebei 16) gaan morgen naar Costa Rica.

Niet voor vakantie, maar om de laatste twee jaar van hun middelbare school af te maken.

Costa Rica trekt dit jaar mogelijk een recordaantal van twee miljoen bezoekers, volgens het toeristenbureau. Hier afgebeeld is het National Biodiversity Park bij de stad Heredia. Foto AP Tourists visit the butterfly exhibit at the National Biodiversity Park, near Heredia, Costa Rica, Thursday, June 19, 2008. More than 2 million tourists are expected to visit Costa Rica this year, a record for this small Central American country, according to Costa Rica's Tourism Institute. (AP Photo/Kent Gilbert) Associated Press

Op je zestiende het huis uit. Daar komt het eigenlijk op neer. Jan Hogewoning (16) en Hannah Bragdon (16) vertrekken morgen naar Costa Rica. Ze kennen elkaar niet of nauwelijks en ze gaan ook niet naar het Midden-Amerikaanse land om vakantie te vieren. Zij gaan naar Costa Rica om er de laatste twee jaar van hun middelbare school te volgen op een United World College (UWC). Samen met zo’n honderd andere leerlingen van over de hele wereld volgen zij er de tweejarige opleiding en wonen met z’n allen op de campus.

Weinig mensen kennen deze avontuurlijke manier van je eindexamen halen. Of je moet weten dat prins Willem-Alexander de opleiding ook heeft gevolgd aan het Atlantic College in Wales. Of dat politica Lousewies van de Laan dit jaar voorzitter werd van de Nederlandse tak van deze internationale scholenorganisatie. Zelf zat ze van 1982 tot 1984 op het United World College of the American West in New Mexico.

Jan Hogewoning had van UWC gehoord doordat de broer van een vriendje er naar toe ging. Zelf had hij samen met zijn ouders en zusjes ook al veel in het buitenland gewoond. Hogewoning: „Dat vond ik altijd heel gaaf. Daarom leek het me meteen geweldig toen mijn ouders voorstelden mij aan te melden voor UWC. Het avontuurlijke sprak mij erg aan.”

De selectie om aangenomen te worden op UWC is streng. Uit Nederland mogen er ieder jaar tien tot twintig kinderen naar toe. Jan: „Aan de selectie voor dit jaar deden ongeveer zestig mensen mee. Eerst deden we een dag lang groepsactiviteiten, zoals toneelstukjes en debatteren. Daarna werd je een half uur geïnterviewd door een vierkoppige jury. Dat was heel erg. Ze stelden specifieke vragen, zoals ‘waarom vind je hockey dan leuk?’. Het was om te testen hoe sociaal je bent.”

Alle scholieren die mee deden waren volgens Jan enthousiast waardoor hij zijn eigen kansen eerder zag afnemen dan toenemen. Na de selectiedagen was het twee weken wachten op de uitslag. Jan: „Zenuwslopend. Eindelijk belden ze: ik mocht naar Costa Rica! Dat was niet mijn eerste keus. Mijn ouders en ik dachten meer aan een school in Europa. Toch vond ik Costa Rica direct waanzinnig. De natuur lijkt me prachtig. De school bestaat nog maar twee jaar, veel projecten moeten nog worden opgezet. De projectweken bijvoorbeeld en het vrijwilligerswerk. Dat lijkt mij heel erg leuk om te doen.”

De lessen zijn in het Engels en Spaans. Voor Jan niet echt een probleem. „Mijn Engels is goed. Ik zit nu ook op een internationale school in Den Haag. Spaans spreek ik redelijk, hoewel geschiedenisles in die taal volgen mij moeilijk maar tegelijkertijd ook heel erg leuk lijkt.”

Nederlands zullen de jonge studenten sowieso nauwelijks spreken. Zij worden ook op de campus omringd door mensen met andere gebruiken. Dan moet je jezelf wel aanpassen. „Dat intensieve samenwonen met kinderen van andere culturen was een van mijn grootste motivaties om UWC te doen”, vertelt Jan.

Zijn vrienden uit Nederland gaat hij zeker missen. „Ik ben natuurlijk echt twee jaar foetsie. De gewone dingen die ik met mijn vrienden doe, ga ik missen. Na school met z'n allen naar huis fietsen bijvoorbeeld.”

Straks op de campus in Costa Rica heeft hij veel vrijheid, zonder ouders. Een verantwoordelijkheid waar hij soms tegenop ziet. En ook vindt hij het best moeilijk zo lang zonder zijn zusjes te zijn. Jan: „Ik heb een oudere zus en ik ben een drieling met twee zusjes. Al ben ik dan erg op het buitenland gericht, die zussen ga ik missen. Later wil ik ook graag op internationaal gebied aan het werk. Misschien voor de Verenigde Naties. Of als tropenarts. Tegen die tijd zal ik veel aan deze jaren in Costa Rica hebben. De echte ervaring begint denk ik pas ná UWC.”

Waar Jan het fenomeen UWC al jaren terug leerde kennen, wist Hannah tot twee jaar geleden niet van het bestaan van de internationale Colleges af. Ze hoorde er voor het eerst over toen een meisje op Hannah’s school, het Montessori Lyceum in Amsterdam, erover vertelde. Dat meisje had zelf op een college in India gezeten. Hannah: „Ik raakte geïnteresseerd en besloot mij aan te melden. Samen met allemaal verschillende mensen met totaal andere tradities op een school zitten, dat leek mij zo bijzonder.” Net als Jan vermoedde Hannah dat ze niet door de selectie van UWC was gekomen. Dolblij was ze toen bleek dat het wel het geval was. Helemaal toen ze hoorde dat ze naar de campus in Costa Rica zou gaan. De organisatie kiest het college waar de leerlingen terechtkomen aan de hand van hun persoonlijkheid. „Leuk, dat past inderdaad bij mij!”, was het eerste dat Hannah dacht. Het liefst had ze direct haar koffers gepakt.

Tijdens een kennismakingsdag voor alle Nederlandse leerlingen die dit jaar voor UWC zijn geselecteerd, leerden Jan en zij elkaar pas kennen. Maar het feit dat Jan en Hannah elkaar een beetje kennen, betekent niet dat ze in Costa Rica veel bij elkaar zullen klitten. Op de campus komen ze samen te wonen met ongeveer 200 kinderen van zestig tot tachtig verschillende nationaliteiten. „Iedereen heeft twee of drie kamergenoten”, vertelt Hannah, „die komen zoveel mogelijk uit verschillende landen. Ook buiten de lessen om worden veel debatten en discussies georganiseerd over bijvoorbeeld een wereldcrisis. Dat helpt natuurlijk ook om elkaar te leren begrijpen.”

Hannah kwam zelf met het idee zich voor UWC aan te melden. „Mijn ouders kenden UWC niet. Ze vinden het geweldig, al heeft vooral mijn moeder het er soms ook moeilijk mee.” Maar voor Hannah speelde het toen ze zich inschreef geen rol dat ze haar familie en vrienden twee jaar achterlaat. „Ik dacht er niet aan dat ik mijn vriendinnen lang niet zou zien. Natuurlijk ga ik hen en Nederland missen. Of de gewone dingen zoals langs de grachten wandelen. Maar er is geen sprake van dat ik niet ga.”

Dat klasgenoten soms niet zo’n zin hebben iets te leren, kan Hannah moeilijk begrijpen. „Ik leer graag nieuwe dingen. Geschiedenis bijvoorbeeld vind ik echt een interessant vak.” Ook van de leerlingen in Costa Rica verwacht ze veel op te steken. Hannah: ,,Ik verwacht dat de andere kinderen mij gaan inspireren. Andersom wil ik dat zélf ook graag bij mensen doen. Ik hoop dat ik de leerlingen op het UWC enthousiasme kan bijbrengen. Maar ook creativiteit, vrolijkheid en optimisme.” Engels beheerst ze goed, maar ze spreekt geen woord Spaans. Een spoedcursus in Costa Rica moet haar de basisbeginselen bijbrengen. De vreemde talen zijn geen obstakel want het lijkt haar juist leuk om contact te leggen in een andere taal.

Toch blijft het een raar idee voor haar om straks aan de andere kant van de wereld naar school te gaan. „Het engste eraan is misschien wel dat niets meer hetzelfde is. Behalve misschien je kleren. Het lijkt me niet zo’n goed idee heel veel foto’s van mijn ouders en zusje op te hangen. Dan krijg ik heimwee. Een mooie poster van een schilderij van Vincent van Gogh lijkt mij wel wat. Dan denk ik vanzelf aan Nederland.” 

Net als Jan droomt Hannah ook van een internationale baan, bijvoorbeeld bij de Verenigde Naties. Veel reizen en aan grote projecten meewerken. Maar écht nadenken over hun carrière hoeven Jan en Hannah nog lang niet. Eerst maar eens hun school afmaken in Costa Rica. Veelbelovend lijken die carrières wel, gezien hun hang naar avontuur en hun leergierigheid. En bij prins Willem-Alexander en Lousewies van de Laan die hen voorgingen, kwam het tenslotte ook dik in orde.

    • Nicole Carlier