‘Londen’ gaat minder kosten

In Londen zullen de Spelen zeker soberder dan in Peking verlopen. En zeker zonder geld van de belastingbetaler te verspillen, belooft burgemeester Johnson.

Een tikkeltje beduusd liepen de Britse premier Gordon Brown en de Londense burgemeester Boris Johnson vorige week rond in Peking. Te midden van de imposante stadions, het riante olympische dorp en de honderdduizenden Chinese vrijwilligers, die het de atleten naar de zin probeerden te maken.

„We zijn verbluft, we zijn onder de indruk, we zijn ondersteboven maar we zijn niet geïntimideerd”, verklaarde Johnson. Om er snel aan toe te voegen dat Londen de Spelen van 2012 op zijn eigen manier organiseert. „Zonder geld van de belastingbetaler te verspillen.” De burgemeester was om die reden zelfs per economy class naar Peking gereisd om daar de olympische vlag in ontvangst te nemen.

Ook de Londense presentatie bij de slotceremonie in Peking bood een voorproefje. Het was een betrekkelijk sobere vertoning met een hoofdrol voor een uitvouwbare dubbeldekker, de topvoetballer David Beckham, een handjevol musici en dansers. En paraplu’s niet te vergeten, die hard nodig zullen zijn als de zomer van 2012 in Londen zo nat wordt als die van dit jaar. Geen schaduw van alle pracht en praal met bijbehorend vuurwerk kortom, die de Chinezen de wereld voorschotelden, maar daarom nog niet minder creatief en onderhoudend.

De Britten, die de Spelen ook al in 1908 en 1948 organiseerden, zijn minder ambitieus dan de Chinezen. Voor de Chinese autoriteiten was geen prijs te hoog om de wereld te overtuigen van hun kunnen. Geschat wordt dat de Spelen de Chinese schatkist zeker 25 miljard euro hebben gekost.

De Britse regering daarentegen, die meer rekening moet houden met de wensen van de burgers, heeft vooralsnog minder dan de helft van dat bedrag uitgetrokken: 11,6 miljard euro (9,3 miljard pond ). Of alle stadions en onderkomens op tijd af zijn is afwachten. Tot nu ligt de bouw van stadions en olympisch dorp in het Oost-Londense stadsdeel Stratford op schema maar de Britse staat van dienst bij zulke grote projecten is niet vlekkeloos. Het vernieuwde Wembley was een jaar later klaar dan de bedoeling was.

De openingsceremonie in Londen zal zeker lichtvoetiger uitvallen dan het massale spektakel in Peking. In het algemeen zal er een meer ontspannen sfeer heersen dan in China. Ook de Britten ontkomen niet aan strenge veiligheidsmaatregelen. Nog vers in het geheugen liggen de bloedige zelfmoordaanslagen van 7 juli 2005, juist één dag na de feestelijke aankondiging dat Londen de Spelen van 2012 had binnengehaald.

Dat Londen spelen met minder franje brengt, hoeft geen bezwaar te zijn. „Wie herinnert zich nog de openingsceremonies van Athene, Atlanta, Sydney of Seoul”, vroeg The Daily Telegraph zich gisteren in een commentaar af. „Het is wat op de baan, in het zwembad, op het veld gebeurt dat beklijft.”

IOC-voorzitter Rogge hield de Britten intussen voor dat van hen faciliteiten worden verwacht voor de atleten en de sportevenementen van hetzelfde kaliber als in Peking. „De Spelen zijn er voor de atleten. Niet voor Londen en niet voor Groot-Brittannië.”

Dat laatste was een toespeling op de wens van de Britse regering maar bovenal de gemeente Londen om de Spelen te gebruiken als een middel om het vervallen East End van de stad nieuw leven in te blazen. Dat zou tot meer aandacht voor de noden van toekomstige bewoners dan voor olympische sporters kunnen leiden.

Minder omstreden is de doelstelling de eigen jeugd én die van de wereld door de Londense Spelen te inspireren tot meer sport en lichaamsbeweging. In dat opzicht hadden de Britten zich geen betere opmaat kunnen wensen dan ‘Peking’. Hun ploeg veroverde 19 gouden plakken en eindigde op een vierde plaats op de medailleranglijst. Daardoor is het enthousiasme voor de Spelen in eigen land met sprongen gestegen.

Wat premier Brown betreft wordt de oogst volgende keer nog rijker. Daartoe wil hij de wedstrijdsport stimuleren op scholen. Die was in de jaren ’70 en ’80 verdwenen. In plaats daarvan werd alle deelnemers dezelfde medaille toegekend. Achteraf gezien „een tragische fout”, vond Brown.