Hoe fataal fout op fout bleek te zijn

Volgens Rashid was Irak slechts bijzaak vergeleken bij Pakistan en Afghanistan.

Obama en McCain moeten Descent into Chaos lezen.

Toespraak van Qazi Hussein Ahmed, leider van de fundamentalistische partij Jamaat-e-Islami. Foto AFP Pakistani people affected by military operations and fighting in Pakistan's tribal zones listen to the Qazi Hussain Ahmad (2R), president of the Pakistani Islamist party Jamaat-e-Islami at the Guder refugees camp, near Bajur agency, on August 23, 2008. More than 200,000 people have fled recent, intensified fighting in Pakistan's tribal zones near Afghanistan that serve as Taliban sanctuaries, the International Committee of the Red Cross said on 22 August. The Red Cross has launched a relief operation to help some 64,000 of those displaced -- most of them women and children who have fled the restless Bajaur region and sought refuge in relatively safer areas -- on both sides of the border. AFP PHOTO/Tariq MAHMOOD AFP

Met een snik in zijn stem nam Pervez Musharraf vorige week afscheid van het presidentschap van Pakistan. „Ik ben tevreden, maar tegelijkertijd ben ik verdrietig, en doet het me pijn dat het met Pakistan heel snel bergafwaarts gaat”, zei hij in een toespraak op de staatstelevisie.

De Pakistaanse bevolking liep juichend uit en voelde zich verlost na negen jaar Musharraf. Ook de Afghaanse regering reageerde hoopvol: zonder Musharraf zal het vast beter lukken om de Talibaan te bestrijden. Hij was meer een man van woorden dan van daden, zo drukte Kabul het uit.

Musharraf laat een land achter dat er veel slechter voorstaat dan toen hij in 1999 als generaal zijn staatsgreep pleegde. Onder zijn leiding heeft de economie een sterke groei doorgemaakt, maar het afgelopen half jaar lijkt die in een vrije val te zijn. Vrouwenrechten zijn nauwelijks verbeterd. Het leger is zijn reputatie als betrouwbare hoeder van de staat deels kwijtgeraakt. Al-Qaeda is niet uitgeschakeld, de Talibaan zijn springlevend en er is een nieuwe terreurbeweging bijgekomen, de Pakistaanse Talibaan. „Toen ik negen jaar geleden de leiding nam stond het land op het punt om als een terroristische en mislukte staat aangemerkt te worden”, zei Musharraf. „Ik heb er alles aan gedaan om het land te redden.”

De Pakistaanse journalist Ahmed Rashid ontmoette Musharraf één keer. De ontmoeting was gearrangeerd door Musharraf, die hem de les wilde lezen over de inlichtingendienst ISI. De dienst verleent geen steun aan de Talibaan, betoogde Musharraf, dus of Rashid wilde stoppen dat steeds op te schrijven. Na het gesprek was Rashid ervan overtuigd dat Musharraf zijn eigen spin als waarheid beschouwt.

Het is bijna zeven jaar na ‘11 september’ en Ahmed Rashid is boos. Op Musharraf, die steeds twee gezichten heeft getoond in de strijd tegen terreur. En vooral op de regering-Bush, die de wederopbouw van Afghanistan na de verdrijving van het Talibaan-regime niet tot haar taken rekende en zo de aanzet gaf tot de wederopstanding van de Talibaan. In zijn ‘vriend’ Hamid Karzai is hij teleurgesteld, omdat die het begrip ‘goed bestuur’ invult met een verdeel-en-heerstactiek die het evenwicht tussen de stammen en krijgsheren moet bewaren in plaats van sterke instituties op te bouwen. In Descent into Chaos klinkt een sterke ‘ik had het toch gezegd’-verontwaardiging. Dat irriteert soms, maar hij heeft gelijk.

Rashid beschrijft in Descent into Chaos hoe de strijd tegen het moslimterrorisme in de regio is verlopen sinds Musharrafs aantreden. Hij doet geen grote onthullingen, maar zet precies uiteen hoe in Washington, Islamabad en Kabul fout op fout werd gestapeld, waardoor in Afghanistan nu een oorlog wordt gevoerd die in zijn ogen voorkomen had kunnen worden. ‘De eerste gedachte van de regering-Bush na het einde van de Afghaanse oorlog was hoe de overwinning uit te roepen, weg te wezen en verder te gaan met Irak’, schrijft hij. ‘Vergeleken bij wat er op het spel staat in Afghanistan en Pakistan, kan het goed zijn dat Irak slechts een bijzaak blijkt, een historische dwaasheid die de wereldwijde aandacht voor enkele jaren heeft afgeleid.’

Een enkele keer gaat hij te kort door de bocht, bijvoorbeeld als hij stelt dat de Amerikaanse neoconservatieven de term ‘terrorisme’ gebruikten om ‘de specifieke worsteling met een groepje moorddadige criminelen (Al-Qaeda)’ uit te breiden naar ‘een wereldwijd conflict met de islam’. Ook weet hij soms beter dan wie ook hoe de geschiedenis zich had kunnen ontvouwen. Zo bestaat er volgens hem ‘weinig twijfel’ dat de Pakistaanse oppositieleidster Benazir Bhutto, ware zij niet vermoord, wél met Karzai zou hebben samengewerkt in de strijd tegen terreur. Terwijl de Pakistaanse politiek rond Bhutto’s terugkeer uit ballingschap vorig jaar zo schimmig en chaotisch was, dat we dit nooit zullen weten.

Dat neemt niet weg dat Rashids nieuwe werk een aanrader is voor de Amerikaanse presidentskandidaten Obama en McCain, en voor iedereen die probeert te begrijpen waarom het geweld in de regio alleen maar toeneemt. Rashid blijft de best geïnformeerde journalist voor Afghanistan en Pakistan. Zie nou eens in, drukt hij de lezer op het hart, dat de strijd in Afghanistan niet ten einde zal komen voordat er een oplossing is gevonden voor Kashmir. Dat Pakistan de moslimextremisten pas echt zal aanpakken als het zich minder in het nauw gedreven voelt door India. Juist de relatie met India is door Musharrafs vertrek verder onder druk komen te staan. New Delhi heeft er geen enkel vertrouwen in dat Pakistan zonder militair bestuur in staat zal zijn om de inlichtingendienst ISI te beteugelen. Voor Rashid zal er nog jaren genoeg stof zijn om in uit te blinken.

Zie ook de website van Rashid: www.ahmedrashid.com

Ahmed Rashid: Descent into Chaos How the War against Islamic Extremism is Being Lost in Pakistan, Afghanistan and Central Asia. Allen Lane, 484 blz, € 26,-