Eerst even huldigen, dan vooral knuffelen

De olympische sporters zijn gisteren teruggekomen uit China.

De meesten wilden snel met hun familie naar huis.

De olympische sporters lopen onder luid gejuich van het publiek het olympisch stadion binnen. Op de huldiging van de sporters kwamen 30 duizend mensen af. FOTO: BRAM BUDEL Budel, Bram

Het Olympisch stadion in Amsterdam, gistermiddag rond een uur of drie. Bij de hoofdingang staan al duizenden mensen in de rij te dringen. Mensen met rood-wit-blauwe boa’s en oranje T-shirts vullen het plein voor het stadion, want om vijf uur komen daar de Nederlandse olympiërs aan.

Half vier gaan de deuren open. De bezoekers rennen naar binnen om de beste plek te bemachtigen naast de catwalk waar de sportidolen zometeen overheen zullen lopen.

Even later vliegt het vliegtuig met de sporters over. Iedereen zwaait uitbundig naar de Boeing 747. Het vliegtuig groet terug door een korte heen-en-weerbeweging met de vleugels.

In het stadion is het feest inmiddels losgebarsten. Het publiek zingt, danst en klapt enthousiast mee. In het familievak zijn de mensen een stuk rustiger. Slechts een aantal van hen danst mee op de muziek. Het enige waar het de familie om gaat is de thuiskomst van een vader of moeder, zoon of dochter, broer of zus, of partner die wekenlang in Peking is geweest.

„Het is fijn dat ze zo weer hier is”, zegt Christianne Boekel, de zus van softbalster Noemi Boekel. „We hebben geen feestje voor haar georganiseerd, het wordt de komende tijd vooral relaxen in ons appartement in Amsterdam waar we samen wonen.”

De jonge Suzanne Brons staat vrolijk te springen met haar broertje Alwin. „Wij wachten op papa, hij is begeleider of zoiets bij judo en taekwondo”, vertelt ze vrolijk. „Ik heb hem gemist, daarom heb ik allemaal tekeningen voor hem gemaakt.”

Eindelijk is het zover. Twee helikopters van de landmacht kondigen de komst van de sporters aan. Ze vliegen een aantal rondjes over het stadion en zodra ze wegvliegen, komen de sporters de catwalk op rennen.

Langeafstandzwemster Edith van Dijk kijkt schichtig om zich heen, waar is haar dochtertje Rozanna? Zodra ze haar heeft gezien, gebaart ze wild dat het meisje naar haar toe moet worden gebracht. Met een grote glimlach sluit ze Rozanna in haar armen. „Drieënhalve week heb ik haar niet gezien, dat is te lang”, zegt ze. Van Dijk is niet de enige die haar kind het podium op tilt, na een aantal minuten staan er ruim twintig kleintjes tussen de sporters, coaches en begeleiders.

De medaillewinnaars komen als laatsten binnen. Zij mogen niet direct naar hun familie, maar worden eerst gehuldigd door Job Cohen, burgemeester van Amsterdam. Sommige sporters kunnen daar niet op wachten. Hockeyster Fatima Moreira de Melo rent achter Cohen langs en roept haar vriend, oud-tennisser Raymond Sluiter. „Liefie”, gilt ze. Nadat ze elkaar hebben geknuffeld, gaat de hockeyster snel weer in de rij staan bij haar ploeggenoten. Judoka Edith Bosch miste vooral haar hond. De bokser Mia wordt op het podium gelaten zodat Bosch het dier kan begroeten.

Na de huldiging tilt zwemcoach Jacco Verhaeren zijn jongste zoontje Teun op zijn arm. Jules, zijn andere zoon, gooit confetti over hem heen. „Ze zijn blij dat ik er weer ben en ik ben ook heel blij hen weer te zien”, zegt de zwemcoach met een stralende lach.

Hoewel het publiek nog doorfeest, willen de meeste sporters snel naar huis. „Een feestje zit er voorlopig niet in”, zegt de brede atleet Rutger Smith terwijl hij naar de uitgang loopt. „Ik ga nu lekker slapen. Wie ik het meest heb gemist? Mijn ouders.”Ook hockeyaanvoerder Jeroen Delmee verlaat het stadion snel. Hij is een van de eersten die zijn koffers ophaalt.

Maar eerst moeten de sporters nog langs de menigte jonge fans, die hen aan de zijkant van het stadion staan op te wachten voor een handtekening. En dan eindelijk echt naar huis.

    • Shari Kiljan