Een hemels strand, maar de klok staat stil

Cadzand-Bad had moeten uitgroeien tot een ‘stijlvolle internationale badplaats’ in Zeeuws-Vlaanderen. „De gemeente is zo arm als de mieren.” Achtste en laatste aflevering van een serie.

Vliegeraars op het strand van Cadzand-Bad, waar aan de vloedlijn fossiele haaientanden gevonden kunnen worden. Foto Roger Cremers Nederland, Cadzand, 26-07-2008 Op het strand bij Cadzand Bad. Een moeder en een zoon vliegeren op het strand. Cadzand (West-Vlaams: Kezand) is een dorp, gelegen in het uiterste westen van de provincie Zeeland in Nederland. Het dorp telt 804 inwoners (2007). Sinds 2003 is Cadzand een deel van de gemeente Sluis. Tot Cadzand behoort ook Cadzand-Bad. PHOTO AND COPYRIGHT ROGER CREMERS vliegeren strand vliegers Cremers, Roger

Walter van de Kerkhove uit Den Bosch is vaste klant op familiecamping Park Welgelegen in Cadzand-Bad. Al decennia lang. Eerst verbleven de oud-beroepsmilitair en zijn gezin in een kleine caravan, later in een stacaravan. Nu bewonen ze een chalet. Toen de veerpont Vlissingen-Breskens nog voer, begon de vakantie altijd al op de boot, herinnert hij zich. „De overtocht had iets charmants, het gaf een gevoel van nostalgie. Een heerlijke start.”

Sinds het (auto)veer in 2003 uit de vaart werd genomen, is Van de Kerkhove aangewezen op de Westerscheldetunnel om in Cadzand-Bad (gemeente Sluis) te komen. Hij is daar niet gelukkig mee. „Vanuit Den Bosch moet ik veertig kilometer verder rijden, en de tunnel is een stuk duurder dan de pont. Bovendien is de N61, de tweebaansweg na de tunnel, behoorlijk gevaarlijk.”

„West-Zeeuws-Vlaanderen en Cadzand-Bad zijn door het verdwijnen van de pont wat geïsoleerder komen te liggen”, erkent Jan Bruurs, manager bij de Kamer van Koophandel Zuidwest-Nederland. „Maar de tunnel heeft ook voordelen: je kunt ook bij mist, storm en ’s nachts naar de overkant.” De ondernemers aan de kust zijn er blij mee, weet hij. „Eén ding moet zeker nog verbeteren. De N61 moet tweemaal twee rijstroken krijgen. Dat zou het toerisme een impuls geven, en dus ook Cadzand-Bad.”

Wie de badplaats met zijn prachtige strand bezoekt, ziet dat Cadzand hard toe is aan een facelift. Het straatbeeld, de gebouwen, de terrassen – je waant je ver terug in de vorige eeuw. De klok is inderdaad stil blijven staan, erkent voorzitter Mattheus Mulder van de ondernemersvereniging Cadzand. Hij vertelt dat vanaf eind jaren tachtig „niks” meer is geïnvesteerd in Cadzand-Bad, behalve door een enkele particulier. „Een heleboel vakantiewoningen verouderen en verpauperen.”

Mulder krijgt bijval van Conny Almekinders, eigenaar van camping De Wielewaal. Almekinders zegt dat het tot twintig jaar geleden in de zomerperiode zo druk was dat hotelhouders, huiseigenaren en campinghouders in Cadzand-Bad „alles wel drie keer konden verhuren”. Die ondernemers hadden er dus helemaal geen behoefte aan te vernieuwen, legt hij uit. „Nog steeds worden hier omgebouwde garages verhuurd.”

Maar de gouden jaren zijn voorbij. Cadzand-Bad voelt de concurrentie, bijvoorbeeld van verre vakantielanden. Almekinders: „Ook het toeristisch kamperen staat onder druk. De mensen komen kort, twee tot drie weken. Cadzand-Bad moet echt in alles een kwaliteitsslag maken om mee te blijven tellen.” Ideeën zijn er in Cadzand-Bad altijd voldoende, weet Bruurs van de Kamer van Koophandel. „Maar het bleef bij plannen maken. Ga nu eens aan de slag, zoek investeerders, zeggen wij hier wel eens.” Volgens Mulder verloopt dit proces moeizaam wegens de starre voorschriften en bemoeienis van de gemeente.

Zo’n vier jaar geleden wees het ministerie van Economische Zaken Cadzand-Bad samen met Noordwijk, Zandvoort en Ameland aan als pilotproject. Cadzand-Bad moest zich ontwikkelen tot een „stijlvolle internationale badplaats met een natuurlijk karakter, waar de kernkwaliteiten rust, ruimte en vrijheid centraal staan”. Het project, waarmee het ministerie de terugloop van buitenlandse toeristen in Nederlandse badplaatsen wilde bestrijden, zou worden gerealiseerd door middel van een publiek-private samenwerking (PPS). Het onderzoek hiernaar heeft echter tot veel vertraging geleid, aldus Mulder.

Hoe staat het project ervoor? Wethouder Maria le Roy van Sluis zegt dat Bert de Vries, de plaatsvervangend directeur-generaal van Economische Zaken, begin juni in Cadzand-Bad vertelde onder de indruk te zijn van wat daar allemaal gaande is: de gemeente heeft volgens haar deskundigheid ingehuurd, berekeningen gemaakt, ondernemers gestimuleerd. Maar de PPS is van de baan, vertelt ze. „De gemeente is zo arm als de mieren. We gaan niet risicodragend participeren.”

De wethouder vertelt dat een zogeheten vereveningsfonds in het leven is geroepen. „Wie een hotel, restaurant, appartementencomplex of vakantiepark wil aanleggen, betaalt een bepaalde bijdrage aan de gemeente. De gelden die zo in het fonds komen, worden gebruikt voor het opknappen van de boulevard, de pleinen en andere openbare ruimten. Hoe die euro’s worden besteed, bepalen de gemeente, de eigenaars en de ontwikkelaars samen.”

Is de schop al in de grond? „Er zijn veertien concrete bouwaanvragen binnen of aangekondigd”, vertelt de vorig jaar aangetreden Le Roy. Vakantiepark Cavalot komt er bijvoorbeeld, net als vijf appartementengebouwen in een bijzondere ‘Normandische stijl’. „Als de vereveningspot volzit, dan pakken we eerst de zuilen op de boulevard aan”, lacht ze. De talloze zuilen (en lantaarnpalen) vormen „het langste kunstwerk van Nederland”, maar veel bewoners en toeristen vragen zich af wat de artistieke waarde is, en zien de obstakels liever verdwijnen.

Jeroen en Maaike Koene uit Apeldoorn houden zich niet bezig met al die besognes. Ze kamperen met hun drie kinderen op camping De Wielewaal. Ze genieten van „de heerlijke sfeer op de camping” en het „prachtige polderlandschap”, met graan, bieten en vlas. „Telkens zie je een ander aspect van het oogsten”, vertelt Maaike Koene. „Mooi om te ontdekken wanneer de boeren welke producten van het land halen.”

Hun kroost mag wel eens meerijden op de tractor, vervolgt ze. „De Zeeuws-Vlamingen zijn zo gemoedelijk, zo aardig voor de kinderen. Je komt hier allemaal toeristen tegen die hetzelfde zoeken: weg van de jachtige stad, weg van de stress. Bovendien: Jeroen en ik hebben elkaar hier leren kennen.”

Campinghouder Almekinders: „Weet je wat echt iets toevoegt aan Cadzand-Bad? Het zoeken naar fossiele haaientanden aan de vloedlijn op het strand vlakbij ’t Zwin. Dat is iets heel aparts.” Ook Mulder van de ondernemersvereniging signaleert pluspunten. „De fietsroutes aan de kust zijn ook aanraders. Waar je ook fietst, altijd zie je de watertoren van Oostburg. Verdwalen kan niet.” Een ander pluspunt van Cadzand-Bad is ook de nabijheid van het als gezellig bestempelde Brugge.

Cadzand-Bad is vooral bij Duitsers in trek, niet in de laatste plaats omdat het de schoonste stranden van Nederland heeft. Almekinders en Mulder schatten dat zij de helft van de gasten vormen. Een deel van hen is (ex-)werknemer van de Deutsche Bundepost, die over een eigen complex beschikt in Cadzand-Bad. Opvallend is dat veel Duitsers hier ook Nederlands spreken. De andere helft van de toeristen zijn Belgen (10 procent) en Nederlanders, veelal afkomstig uit Limburg en Brabant. Zoals Walter van de Kerkhove, die zo graag zou zien dat er weer een (auto)veer ging varen tussen Vlissingen en Breskens.

Zeven eerdere afleveringen na te lezen op nrc.nl/aanzee