Een bank voor homoseksuelen

In Groot-Brittannië richt een bank zich speciaal op de homoseksuele klant.

Is dat nuttig of is het gewoon een slimme marketingtruc?

Illustratie Rhonald Blommestijn Blommestijn, Rhonald

De vermogensbeheerder Credit Suisse maakte onlangs bekend zich in Groot-Brittannië met speciale dienstverlening te gaan richten op de homoseksuele klant. Daarvoor zet de bank zelfs speciaal homoseksuele adviseurs in.

Er is in Groot-Brittannië vraag naar, stelt de bank. Of er in Nederland ook behoefte is aan financiële dienstverlening gericht op homoseksuelen is onduidelijk. Er is voor zo ver bekend geen onderzoek naar gedaan.

Wat komt er allemaal op de homoseksuele klant af op financieel gebied? In de praktijk heeft de klant - homo of hetero - vooral baat bij een financieel adviseur die goed luistert en doorvraagt. Iemand als Ramón Wernsen, financieel planner en directeur Vaktechniek bij financieel opleidingsinstituut Dukers & Baelemans. „Een goede financieel planner is in staat de juiste vragen te stellen. Als het goed is, komen daarbij ook de wensen en de risico’s van homoseksuele klanten naar boven.”

En deze kunnen verschillen van heteroseksuelen. Bijvoorbeeld in uitgavenpatroon. Wernsen: „Vaak werken beide partners fulltime. Ik ervaar daarnaast dat homoseksuelen het geld nogal eens uitgeven aan dure vakanties en ‘mooie spullen’. Dat moet een adviseur ter sprake brengen bij het bepalen van de maximale hypotheeklasten.”

Is er een kinderwens dan heeft deze vaak financiële consequenties als het gaat om draagmoederschap of adoptie. Ander belangrijk onderwerp is het vastleggen van de zorg voor elkaar. Binnen een samenlevingscontract zijn afspraken mogelijk over de onderlinge zorgplicht, zodat partners – na een eventuele beëindiging van de relatie – aan elkaar een bijdrage in hun levensonderhoud kunnen vragen. Een alternatief voor alimentatie. Wernsen: „Dat is zeker belangrijk als de achterblijvende partner de zorg voor de kinderen heeft.”

Wernsen legt uit dat, anders dan in het buitenland, de zaken in Nederland voor samenwonende mannen en vrouwenparen goed zijn geregeld. Paren krijgen door het sluiten van een huwelijk of een partnerovereenkomst dezelfde rechten als getrouwde, heteroseksuele stellen. Uit onderzoek van het CBS uit 2005 blijkt echter dat maar een kwart van de paren van gelijk geslacht hun relatie heeft laten vastleggen. Bij het totaal aantal samenwonende paren ligt dit aandeel op ruim 80 procent.

De 75 procent die niets heeft geregeld doet er goed aan de financiële consequenties in ogenschouw te nemen. De wetgever ziet de partners namelijk in de regel niet als stel, met de nodige nadelige gevolgen. Bijvoorbeeld op het gebied van pensioen en nalatenschappen. Bij samenwonenden die niet voldoende regelen, heeft de partner juridisch gezien geen recht op de erfenis. Daarbij heeft hij of zij dezelfde status als de buurman, zegt Wernsen. Is er wel een testament dan kunnen samenwonende partners toch financieel voordeel mislopen, weet Wernsen. „Samenwonenden die niets hebben geregeld betalen het ‘buurman’-tarief, dat kan oplopen tot 68 procent.”

Een samenlevingcontract lost maar een deel van het probleem op. In dit contract tussen partners kan een aantal zaken worden geregeld, bijvoorbeeld het toewijzen van het huis aan de partner middels een zogenoemd verblijvingsbeding (zie kader). Maar partners kunnen elkaar niet tot erfgenaam benoemen. Wie al zijn bezittingen aan zijn partner wil nalaten heeft een testament nodig. Ook binnen een huwelijk of een geregistreerd partnerschap kunnen dergelijke zaken worden geregeld.