Diamanten schedel Hirst naar Rijksmuseum

‘For the Love of God’, 2007 Foto Prudence Cuming Associates Ltd For the Love of God, Damien Hirst 2007 Platinum, diamonds and human teeth 7 x 5 x 8 in Photo: Prudence Cuming Associates Prudence Cuming Associates Ltd

Het kunstwerk For the Love of God van de Britse kunstenaar Damien Hirst komt naar Nederland. Het Rijksmuseum zal de met diamanten ingelegde schedel vanaf de Amsterdamse Museumnacht op 1 november zes weken tentoonstellen. Daarna gaat de sculptuur op een internationale tournee langs diverse musea voor klassieke kunst.

For the Love of God is een platina afgietsel van een mensenschedel uit de achttiende eeuw, die bezet is met 8601 diamanten. In het afgietsel zijn de tanden van de originele schedel gezet. De diamanten schedel werd vorig jaar voor het eerst getoond in de White Cube Gallery in Londen. Het beeld werd toen verkocht voor 63 miljoen euro – het hoogste bedrag dat ooit voor een werk van een levende kunstenaar werd betaald – aan een groep investeerders, waaronder Damien Hirst en zijn galeriehouder. De productiekosten, ruim 17 miljoen euro, zijn betaald door de kunstenaar zelf. Doordat hij in één klap duizenden diamanten aanschafte, beïnvloedde hij zelfs de diamantmarkt.

Het Rijksmuseum wil de schedel exposeren in een ‘black box’, een verduisterde zaal te midden van meesterwerken uit de Gouden Eeuw. Hirst zal zelf een selectie maken uit de verzameling van het Rijks en heeft al aangegeven voorkeur te hebben voor werken van Jan Steen, Paulus Potter en Abraham Mignon. Ook stillevens met vanitas-motieven zullen goed aansluiten bij Hirsts thematiek. Veel van zijn werken, zoals de doorgezaagde koeien en haaien op sterk water, gaan over leven en dood.

Wim Pijbes, directeur van het Rijksmuseum, noemt For the Love of God een „fascinerend kunstwerk”. „Het stelt vragen als: wat is waarde? Feitelijk is het ding nutteloos. In een woestijn heb je er niets aan en is een fles water meer waard. Dit kunstwerk heeft dus een hele relativerende werking. Tegelijkertijd is het een tijdloos icoon. Het had ook niet misstaan in een Kunstkammer uit 1600.”

Volgens directeur Pijbes heeft het exposeren van de schedel niets te maken met de „behoedzame lijn” die het museum heeft ingezet om ook eigentijdse kunst te verzamelen. „Daar staat dit los van.”

    • Sandra Smallenburg