De tijd van de westerse bemoeizucht is voorbij

Het Westen schijnt nog steeds te denken dat het de lakens uitdeelt. Maar in plaats van Rusland te bruuskeren moet het zijn vijanden beter kiezen, zegt Kishore Mahbubani.

Kleine gebeurtenissen zijn soms voorboden van grote veranderingen. Het fiasco in Georgië zou weleens zo’n gebeurtenis kunnen zijn. Het luidt het einde van het tijdperk na de Koude Oorlog in. Het kondigt echter niet de terugkeer van een nieuw soort Koude Oorlog aan, maar een veel grotere terugkeer: de terugkeer van de geschiedenis.

Het tijdperk na de Koude Oorlog werd aanvankelijk gekenmerkt door victoriegekraai van het Westen, met als symbool Francis Fukuyama’s boek Het einde van de geschiedenis. Een gedurfde titel, die echter de westerse tijdgeest goed samenvatte. De geschiedenis was uitgelopen op een triomf van de westerse beschaving.

Rusland heeft in Georgië luidkeels verkondigd dat het niet langer zal capituleren voor het Westen. Na twintig jaar vernederingen heeft Rusland besloten terug te slaan. Binnen afzienbare tijd zullen andere krachten hetzelfde doen. Door zijn overmacht is het Westen de geopolitieke territoria van andere sluimerende landen binnengedrongen. Maar die sluimeren niet meer, vooral niet in Azië.

Sterker nog: een groot deel van de wereld staat te kijken van het westerse gemoraliseer over Georgië. Amerika zou het niet pikken als Rusland zijn geopolitieke territorium in Latijns-Amerika binnendrong. Daarom hebben de Latijns-Amerikanen begrepen dat Amerika met twee maten meet. Het is ook de islamitische commentatoren, die vaststellen dat de VS Irak illegaal zijn binnengevallen, niet ontgaan. India noch China voelt zich geroepen om tegen Rusland te protesteren.

Zo blijkt hoezeer het Westen alleen staat in zijn opvatting dat de wereld de underdog, Georgië, zou moeten steunen tegen Rusland. In werkelijkheid steunen de meeste landen Rusland tegen het bemoeizieke Westen. De kloof tussen de visie van het Westen en die van de rest van de wereld had niet breder kunnen zijn.

Het is daarom van groot belang dat het Westen uit Georgië de juiste lering trekt. Het moet zijn beperkte opties strategisch afwegen. Na de val van de Sovjet-Unie gingen de westerse denkers ervan uit dat het Westen op geopolitiek gebied nooit meer water bij de wijn zou hoeven doen. Het kon de voorwaarden dicteren. Nu moet het de werkelijkheid onder ogen zien. Bij elkaar tellen Noord-Amerika, de Europese Unie en Australazië 700 miljoen inwoners – zo’n 10 procent van de wereldbevolking. De overige 90 procent is van objecten van de wereldgeschiedenis tot subjecten geworden. De Financial Times kopte op 18 augustus 2008: ‘Westers front verenigd over Georgië.’ Die kop had moeten luiden: ‘Rest van de wereld laakt Westen over Georgië.’ Waarom? Men denkt niet strategisch genoeg.

Mao Zedong was, bij al zijn gebreken, een groot strateeg. Hij heeft gezegd dat China altijd zijn primaire tegenkracht moest aanpakken, en met zijn secundaire tegenkracht een compromis sluiten. Toen de Sovjet-Unie de primaire tegenkracht werd, gooide Mao het op een akkoordje met de VS, hoe vernederend het ook was om zaken te doen met een mogendheid die toen Tsjang Kai-tsjek als de wettige heerser beschouwde.

Het Westen moet zich spiegelen aan Mao’s pragmatisme, en zich concentreren op zijn primaire tegenkracht. Rusland is voor het Westen op geen stukken na de primaire tegenkracht. Het eigenlijke strategische dilemma is dit: wat is de voornaamste tegenstander van het Westen, de islamitische wereld of China? Sinds 11 september 2001 heeft het Westen opgetreden alsof de islamitische wereld zijn voornaamste tegenstander was. Maar in plaats van een langetermijnstrategie te bedenken om 1,2 miljard moslims voor zich te winnen, heeft het Westen zich zonder strategie in de islamitische wereld gestort. Vandaar de dreigende mislukkingen in Afghanistan en Irak, en de toegenomen vijandigheid in de islamitische wereld.

Veel Europese denkers weten heel goed dat een groot deel van het Amerikaanse beleid dwaasheid is. Toch aarzelen zij om de gevaren onder ogen te zien van het feit dat zij hun veiligheid hebben toevertrouwd aan de macht van de VS. Op het gebied van de veiligheid weegt geografie zwaarder dan cultuur. Door zijn ligging moet Europa rekening houden met de woede van de moslims. Dankzij de Atlantische Oceaan hebben de VS daar minder reden toe.

In de VS beschouwen vooraanstaande neoconservatieve denkers China als hun primaire tegenkracht. Toch steunen zij tegelijkertijd Israël van harte, zonder te beseffen dat die houding een geopolitiek godsgeschenk is voor China. Daarmee verzekeren de VS zich namelijk van een vijandig islamitisch universum, waardoor hun aandacht wordt afgeleid van China. Het lijdt geen twijfel dat China meer profijt heeft gehad van 11/9: China heeft zijn naaste omgeving gestabiliseerd, terwijl de VS in verwarring zijn gebracht.

De westerse denkers moeten beslissen wat op den duur het grootste probleem is. Is het de islamitische wereld, dan moeten de VS zich niet langer bemoeien met het Russische geopolitieke territorium, en voor langere tijd tot een schikking komen met China. Is het China, dan moeten de VS Rusland en de islamitische wereld voor zich winnen en de kwestie Israël-Palestina oplossen. Dan zouden islamitische regeringen nauwer met het Westen kunnen samenwerken in de strijd tegen Al-Qaeda.

De grootste paradox waarvoor het Westen zich gesteld ziet is dat het eindelijk mogelijk is om een veiliger wereldorde tot stand te brengen. Nooit hebben méér landen ‘verantwoordelijke belanghebbenden’ willen worden. De meeste landen, waaronder China en India, willen graag samenwerken met de VS en het Westen. Maar het ontbreken van een coherente westerse langetermijnstrategie ten aanzien van de wereld, en het onvermogen om geopolitieke compromissen te sluiten, zijn de grootste obstakels voor een stabiele wereldorde.

Volgens de westerse leiders wordt de wereld steeds gevaarlijker, maar slechts weinigen zien onder ogen dat hun eigen slordige denkwerk daarvan de oorzaak is.

Kishore Mahbubani is hoofd van de Lee Kuan Yew School of Public Policy aan de National University of Singapore.

    • Kishore Mahbubani