Constructivistische eenden

In de architectuur wordt originaliteit geprezen. Daarom valt het op als gebouwen op elkaar lijken. Vandaag gaat het over de Pekingeend van Maarten Kloos.

De Pekingeend met eenden op startblokken in het Oosterdok. Foto Hedwig Bunskoek Bunskoek, Hedwig

De bamiboot – zo noemen Amsterdammers het grote Chinese restaurant dat nu al meer dan twintig jaar in het Oosterdok drijft. Sinds 8 augustus, toen de Olympische Spelen in Peking begonnen, heeft de bamiboot gezelschap gekregen van een ander drijvend culinair geval uit China: de Pekingeend.

De Pekingeend is een drijvend zwembad dat vlakbij het Amsterdamse architectuurcentrum Arcam ligt. Met de door Arcam-directeur Maarten Kloos ontworpen betonnen bak wil het centrum de discussie over een drijvend zwembad in Amsterdam heropenen. Verschillende Europese steden, zoals Berlijn, hebben al jaren een drijvend zwembad, maar in Amsterdam, na Venetië toch de Europese waterstad bij uitstek, bleek een paar jaar geleden na lang gesteggel een drijvend zwembad niet mogelijk.

De Pekingeend doet denken aan het zwembad uit Delirious New York, het boek waarmee Rem Koolhaas in 1978 bekend werd. Hierin staat een tekening van Madelon Vriesendorp van een groot drijvend zwembassin dat langs het Vrijheidsbeeld in New York vaart. Op de achtergrond zijn de wolkenkrabbers van Manhattan zichtbaar.

De tekening hoort bij Koolhaas’ sprookje The Story of the Pool. Er was eens in Moskou een anonieme constructivistische architect, zo begint dit sprookje. Die ontwierp in de jaren twintig een lang, rechthoekig zwembad van stalen platen. Het was de tijd dat constructivisten in de Sovjet-Unie vliegende steden en kunstmatige planeten tekenden. De planeten bleven ongebouwd, maar het zwembad was wel haalbaar: architectuurstudenten zetten het drijvende zwembad in hun vrije tijd in elkaar. Het werd het populairste moderne gebouw van Moskou.

Wegens arbeidstekorten moesten de studenten zelf als badmeester aan de slag in hun zwembad. Op een dag ontdekten ze dat als ze allemaal in dezelfde richting zwommen, het zwembad begon te bewegen in tegengestelde richting. De oorzaak was simpel: actie = reactie.

Toen de moderne architectuur in de jaren dertig onder Stalin in ongenade viel in de Sovjet-Unie, besloten de inmiddels afgestudeerde architecten met het zwembad naar de vrijheid te vluchten. Na veertig jaar zwemmen kwamen ze in New York aan. Manhattan kwam hun vertrouwd voor, met zijn wolkenkrabbers. In hun studentenjaren hadden ze steden met meer en hogere torens ontworpen. Wel verbaasden ze zich over de Amerikaanse bezoekers van het drijvende zwembad. Die waren allemaal eender gekleed, in hetzelfde Wall-Streetpak. Had het communisme Amerika bereikt, toen zij de Atlantische Oceaan overstaken, vroegen ze zich af. Hadden ze veertig jaar gezwommen voor niets?

De New Yorkse architecten bekeken het zwembad met afgrijzen. Het was een staaltje van modernisme waar ze niets van moesten hebben. Niettemin besloten ze hun Sovjet-collega’s een medaille te geven. Maar het was wel een oude medaille, met een inscriptie uit de jaren dertig. „De weg van de aarde naar de sterren is niet gemakkelijk”, stond erop. Dit was voor de Russische constructivisten het sein om Manhattan te verlaten. Ze sprongen in het water en begonnen weer te zwemmen.

Ook de Pekingeend in Amsterdam lijkt over zee te zijn gekomen. In Chinese karakters staat het woord ‘Pekingeend’ op de betonnen bak. Misschien heeft het zwembad er ook wel veertig jaar over gedaan om vanuit China hier te komen. Daar woedde toen de Culturele Revolutie, die niet met stalinistische maar met maoïstische terreur gepaard ging. Alleen zijn de vluchtelingen geen architecten, maar zes eenden. Ze staan op de startblokken, klaar om het zwembad in te duiken. Vermoedelijk hebben ze net ontdekt dat het communisme dat ze dachten te ontvluchten, ook Amsterdam heeft bereikt: de Olympische Spelen zijn gehouden in Peking en de hele wereld, ook Nederland, deed er, zonder veel protesten, aan mee. En Rem Koolhaas, eens een bewonderaar van verdrukte Russische constructivisten, bouwt in Peking de CCTV-toren, het hart van de Chinese communistische propagandamachine.

    • Bernard Hulsman