Weer Aktie Tomaat

Het Nederlands Fonds voor Podiumkunsten+ (NFPK) maakte bekend hoe het de komende vier jaar zijn 38 miljoen euro subsidiegelden gaat verdelen over de toneel-, dans- en muziekgezelschappen en -festivals. „Fonds zet podiumkunst op zijn kop”, vatte deze krant de subsidiebepaling samen. De reacties van betrokken kunstenaars en gezelschappen waren navenant furieus.

Wie de besluitenlijsten van de commissies van het NFPK doorspit, treft niettemin goede beslissingen. Wat hebben we te veel, wat hebben we nog niet, waar zijn we nieuwsgierig naar: dat lijkt de leidraad. Groepen kunnen hun bestaansrecht niet ontlenen aan het feit dat ze er al zo lang zijn. Is hun elan doodgebloed, dan vallen ze eruit. Dat is triest, maar nodig om vernieuwing de ruimte te geven. Anderzijds krijgt jong talent als Lotte van den Berg steun, ondanks een vaag beleidsplan – gewoon, omdat de commissie-theater geïnteresseerd is in haar ontwikkeling. Zo hoort dat.

Gelukkig maakt de ongrijpbare Van den Berg geen muziek, want dan was ze zo welwillend niet behandeld. De commissie-muziek schrapt opvallend consequent de aanvragen van ensembles die zich toeleggen op eigentijdse en geïmproviseerde muziek. Wat nieuw is wordt al snel te moeilijk geacht. Daar zit, zei de voorzitter-muziek met zoveel woorden, „het publiek misschien helemaal niet op […] te wachten”.

Deze voorzitter zou moeten weten dat belangrijke kunst juist de kunst is waarvan het publiek niet wéét dat het erop zit te wachten. Tot het die kunst voor zijn kiezen krijgt, dan wordt het erdoor vervoerd. En dan denkt het dat die, aanvankelijk zo vreemde en dus ‘moeilijke’, muziek, dat theater, die dans, er altijd al was. Omdat zij niet behaagziek is maar provocatief, zou deze kunst zonder subsidie niet bestaan. Dat de staat deze kunst ondersteunt is een goed principe, want die bezorgt het Nederlandse culturele landschap de nodige onverhoedse urgentie.

Waar het publiek, verleid door bewezen kwaliteit, wel op zit te wachten zijn de grote namen van de podiumkunsten. Uitgerekend aan hen deelt het NFPK klappen uit. Alsof er opnieuw een Aktie Tomaat moet worden uitgevochten, smijten de commissies in hun adviezen met modder en plegen ze met hun radicaal negatieve beslissingen iets wat lijkt op vadermoord. Theu Boermans, toneelvernieuwer en koesteraar van jong acteer- en regietalent, krijgt nul euro subsidie voor zijn gezelschap. Hetzelfde geldt voor muzikale ‘vaders’ als Ton Koopman, en Willem Breuker, en voor Ton Simons, de aartsengel van de moderne dans. Reinbert de Leeuw, de verpersoonlijking van de nieuwe muziek, wordt afgeknepen.

Anders dan in 1969, de tijd van Aktie Tomaat, kunnen deze ‘grote namen’ niet beticht worden van het weren van vernieuwing. Zij houden hun status niet voor zichzelf. We hebben ze nodig, want ze inspireren hun vakgenoten. En op de vleugels van hun roem stomen zij het publiek klaar voor een sprong in het onbekende: de gok op een bezoek aan het werk van hun jonge collega’s.