Vroemen: langer wachten op test

De Dopingautoriteit verwacht pas in november het onderzoek naar het mogelijk dopegebruik van steeplechaser Simon Vroemen, vier jaar geleden in Gotenburg, te hebben afgerond. Er is meer tijd nodig om betrokkenen (opnieuw) te horen, aangezien een aantal van hen in Peking verbleef. Ook zijn niet alle opgevraagde documenten binnen, aldus de Dopingautoriteit.

Vroemen bekende in juli dat hij op de EK atletiek in 2006 zichzelf een infuus had toegediend. Hij was daar ziek van geworden, waardoor hij zich moest terugtrekken voor de EK-finale. Hij zei dat hij toen met toestemming van de atletiekunie naar buiten had gebracht dat hij een voedselvergiftiging had opgelopen.

De Dopingautoriteit vermoedt dat Vroemen gebruik heeft gemaakt van een ongeoorloofd infuus en onderzoekt of er destijds sprake is geweest van een of meer overtredingen van het dopingreglement. De instantie onderzoekt ook wat de rol van de Atletiekunie daarin is geweest.

Vroemen had in juli al bekend dat hij niet aan de Spelen zou deelnemen nadat tijdens een dopingcontrole het verboden middel metandiënon in zijn urine was aangetroffen. Dat is een anabole steroïde, vooral populair bij bodybuilders. Hij zei niet te weten hoe het middel in zijn urine terecht was gekomen. Ook de B-staal bleek positief.

Vroemen had de dopingcontrole begin juni na een wedstrijd in Cottbus zelf aangevraagd. Hij had er de kwalificatietijd voor Peking gelopen, maar er waren onvoldoende dopingcontroles voorhanden. Die test was wel nodig om aan de Spelen te kunnen deelnemen. (ANP)