Veel geld nodig bij Fannie en Freddie

De weinig krachtdadige toezichthouder op Fannie Mae en Freddie Mac heeft veel te lang toegestaan dat deze twee Amerikaanse hypotheekbanken te weinig kapitaal hadden. Als de Amerikaanse minister van Financiën Hank Paulson beide semi-overheidsinstellingen zodanig wil versterken dat ze zonder verdere overheidssteun op eigen benen kunnen staan, zal hij er wellicht 200 miljard dollar of meer in moeten pompen.

De boekwaarde van het aandelenkapitaal – zowel gewone als preferente aandelen – van Fannie bedroeg halverwege dit jaar ongeveer 41 miljard dollar. Bij Freddie, dat een boekhoudkundig verlies leed, ging het om 13 miljard dollar. De toezichthouder gaat ervan uit dat beide banken met meer dan 40 miljard dollar aan kapitaal voldoende gekapitaliseerd zijn.

Ervan uitgaande dat dat kapitaal werkelijk beschikbaar is, moet het bij elk van beide banken een balans schragen met veel hypotheken en een waarde van ongeveer 880 miljard dollar. Fannie waarborgt tevens zo’n 2.200 miljard dollar aan hypotheekobligaties, terwijl de overeenkomstige, buiten de balans gehouden verplichtingen van Freddie dichter bij de 1.400 miljard dollar liggen.

Op basis van de cijfers in de boeken van beide bedrijven bestrijkt Fannies kernkapitaal dus minder dan 5 procent van de balansbezittingen en net iets meer dan 1 procent van de volledige potentiële aansprakelijkheid, terwijl de situatie bij Freddie bijkans nog ernstiger is. Echte banken – Citigroup, JPMorgan en Bank of America bijvoorbeeld – hebben een kernkapitaal dat in eerste instantie uiteenloopt van 6,5 tot 9,5 procent, en in tweede instantie tussen de 3,5 en 7 procent ligt, afhankelijk van wat er precies wordt meegeteld.

Voor de geloofwaardigheid van Fannie en Freddie, bij ontstentenis van verdere overheidssteun, vormen deze kernkapitaalcijfers een betere gids dan de ontoereikende eisen van de toezichthouder. Om hun kernkapitaal op het niveau te krijgen van de drie genoemde Amerikaanse banken zouden Fannie en Freddie respectievelijk wel eens 110 en 90 miljard dollar aan aandelenkapitaal nodig kunnen hebben. In het licht hiervan lijken de berichten over het binnenhalen van een paar miljard dollar door Freddie een druppel op een gloeiende plaat.

Nu de marktwaarde van beide firma’s slechts een fractie van de boekwaarde bedraagt, lijken de onder vuur liggende aandeelhouders te aanvaarden dat ze nagenoeg van de kaart zullen worden geveegd. De legendarische belegger Warren Buffett is het blijkbaar met hen eens. Paulson zou hun iets kunnen toeschuiven, samen met de preferente aandeelhouders en de obligatieouders, maar veel mag het niet zijn.

Het grootste deel van het geld van het ministerie van Financiën moet worden gebruikt om primaire schulden af te lossen (daarvan hebben Fannie en Freddie er gezamenlijk voor een bedrag van 1.600 miljard dollar, feitelijk gewaarborgd door de Amerikaanse regering) en het vermogen van beide bedrijven te schragen om ondanks de inzinking van de huizenmarkt zaken te blijven doen. De kosten zijn gigantisch, maar zolang de twee firma’s niet voldoende gekapitaliseerd zijn, is het onwaarschijnlijk dat Paulson ze zal kunnen opsplitsen en verkopen – wat uiteindelijk de enige werkelijke oplossing is.

    • Richard Beales
    • Dwight Cass