Trouwen maar niet scheiden, dus niet trouwen

Fanny & Alma gaan elke week van die dingen doen die voor iedereen herkenbaar zijn of juist niet.

Vandaag: iedereen gaat (niet) trouwen.

Illustratie Het Harde Potlood Het Harde Potlood

Verbijsterd staren we naar wat er voor ons ligt. Alma heeft de krant vanochtend uit de brievenbus gehaald. „Ik heb nog eens een Barbie van haar gehad op een verjaardagsfeestje”, zegt Fanny terwijl ze naar de foto kijkt. Nu lezen we in de krant die voor ons ligt dat ze gaat trouwen met een wereldberoemde dj. „En ze is nog wel drie jaar jonger dan ik”, zegt Fanny. Fanny kent de barbieschenkster van een modellenbureau waar ze als kind ooit bij ingeschreven was. Eerder deze maand kregen we al de uitnodiging voor een bruiloft van een klasgenoot van de middelbare school, Leon. Inmiddels al de derde uit onze klas die trouwt.

Eerst was er het nieuws dat Jaus ging trouwen met een Fins meisje om met haar in het bovenste puntje van Finland te wonen, toen was er Elise die trouwde met een twintig jaar oudere man met kinderen en nu dus Leon, die ook nog 23 moet worden.

Een paar dagen later zitten we bij Leon en Susan op de thee in hun kersverse appartement. Uitleggen waarom ze trouwen, willen ze maar al te graag. „We willen uitspreken dat we voor elkaar kiezen waar al onze vrienden en familie bij zijn”, zegt Susan. „Ik wil aan iedereen laten zien hoe veel ik van Suus houd”, vult Leon aan. „En we zijn beide niet vies van een feestje”, zeggen ze in koor. Ze lachen. „Dit is dus waarom we zo bij elkaar passen.” We knikken vriendelijk.

Voor een feestje hoef je niet te trouwen, ontdekken we als we de ouders van een vriendin van Fanny spreken. „Ik vier elk jaar dat Hans niet mijn man is”, zegt Marijke trots. „Hè lieveling?” Ze geeft Hans een zoen. Ze zijn al 35 jaar niet getrouwd. En nog steeds verliefd. Althans, zo laten ze het zien. Marijke en Hans dansen door de kamer. „Ma-ham”, zucht Fanny’s vriendin als haar moeder haar vader intens begint te zoenen.

Maar waarom ze dan niet getrouwd zijn? Het bekende verhaal. „Dat deed je in die tijd niet. We kwamen beiden uit een burgerlijk gezin. Ik vond het heerlijk om niet te trouwen. Al was het maar om het gezicht van mijn vader te zien als hij elke keer informeerde of er al plannen waren en wij hem nee moesten verkopen. Sommige van onze vrienden zijn toch wel getrouwd, echt alleen voor de ouders. Die gingen dan op de fiets naar het stadhuis, in een spijkerbroek en een minirok, liefst om negen uur ’s ochtends omdat het dan gratis was. Maar wij hebben onze poot stijf gehouden.” Alma ziet aan Hans dat hij wil zeggen: ‘en ook nog iets anders bleef stijf’, maar hij houdt zich in.

„Het ene stel trouwt omdat ze het aan de wereld wil vertellen, het ander trouwt niet om zich af te zetten tegen hun ouders. Maar het heeft zo weinig betrekking op elkaar. Als ik trouw, wil ik alleen maar trouwen omdat het iets tussen ons is, ver weg in een kerkje in Italië”, zucht Alma opeens heel romantisch.

„Heel origineel”, zegt Fanny. „Dat is het nou juist: het kan me niet schelen als andere mensen het niet origineel vinden, ik zou het willen zoals ik het wil. Als ik het al wil.” „En als ik al ooit iemand vind met wie ik wil trouwen”, voegt Alma er nog wat zachter aan toe. „En jij dan?” „Ik wil best trouwen. Maar ik wil niet scheiden, dus misschien kan ik dan maar beter niet trouwen”, beredeneert Fanny. „Dat is wel een erg slechte reden”, zegt Alma. Fanny haalt haar schouders op. „Het is wel realistisch. Tot nu toe zijn al mijn relaties uitgegaan. En dat is ook wat in Nederland met meer dan een kwart van de huwelijken gebeurt.” Een broertje loopt binnen. „Trouwen is een leugen. Je kunt niet weten op het moment dat je trouwt dat je voor eeuwig bij degene blijft die je op dat moment leuk vindt.” Alma moet denken aan een oudtante van haar die altijd beweert dat vrouwen die slim zijn zelfstandig moeten blijven. Trouwen is voor de dommen, roept ze te pas en te onpas vanuit haar rolstoel.

Een week later is de bruiloft van Leon daar. In de hoek staat een grote witte taart, tussen de tafeltjes door loopt een vrouw die driftig om zich heen kijkt. „Waarom lijkt elke bruiloft op de andere?”, vraagt Fanny. Zelfs als de bruid verkleed is als Elvis Presley en de bruidegom als Patty Brard, het blijft altijd hetzelfde. Altijd dezelfde guitige glimlachen op hun gezicht.

Alma denkt aan een Amerikaanse vriend, die haar ooit verbaasd vroeg om uitleg: „I just don’t get it. I always thought you would just have to wait around to find the right girl. When you do you marry that girl. But here in Holland people don’t seem to think so.” Hij werkte voor een man en vrouw in een café, die twintig jaar samen waren, maar niet samenwoonden noch getrouwd waren. Hij begreep het niet. Leon kan zichzelf even wegtrekken uit zijn eigen bruiloft en vertelt: „Dit was iets dat…” Onze oren raken doof. Leon praat door, maar wij horen het niet meer. Waarom is het zo dat wanneer anderen over de liefde praten, we dat niet aan kunnen horen of het niet eens meer verstaan?

Het gepraat is over en de ceremonie begint. We twijfelen of we zullen gaan kotsen of maar doen alsof we het leuk vinden. Maar dan ziet Alma een traan onder de witte sluier van de bruid wegrollen. Alma denkt aan de man die ze ooit in Ghana ontmoette die met grote ogen vroeg – en je kon aan alles zien dat het antwoord dat uit Alma’s lippen zou komen veel voor hem zou betekenen: „Is it true that women in your country cry when they get married?” Alma knikte. „But why? It is a happy occasion.”